Inleiding Markeboek Varsen 1650 - 1827

Hierna volgt een groot gedeelte van het markearchief van Varsen (gem. Ommen) Het loopt van 1650 -1827. Het deel van het markeboek van voor het jaar 1650 is al eens op papier gezet door de Vereeniging tot Beoefening van Overijsselsch Regt en Geschiedenis. Van de jaren na 1827 is ook nog een gedeelte over. Dit kunt u vinden in het Rijksarchief Overijssel te Zwolle.

In het markeboek worden namen genoemd van de adellijke heren die in het begin van het tijdvak de eigenaren waren van de buurtschap. Later zien we de gewone boer weer terugkomen als eigenaren van zgn. waerdelen. Een van hen, Gerrit Sandink wordt zelfs markenrichter.
Er staan leuke onderwerpen in die in dit tijdvak van belang waren voor de boerschap. Ze verschaffen veel informatie over de wijze waarop onze voorouders leefden.
Er worden zelfs een aantal handmerken weergegeven, die ik zo goed mogelijk heb nagetekend.

Als je hier ook wilt zoeken naar je voorouders is een kleine waarschuwing op z'n plaats. Mensen worden soms genoemd met hun patroniemnaam en een andere keer met de boerderijnaam. Zelfs na 1811 komen naamsverschillen voor. Een voorbeeldje: Seine Hemstede komt voor als Seine Hendriks, Seine Bisschop, Seine Hemstede en Seine Luichjes.

Ik heb dit boekwerk in de loop der (vele) jaren overgeschreven van het origineel en van fotokopieėn. Deze waren lang niet altijd even duidelijk en helder. Ook waren er moeilijk leesbare handschriften waardoor fouten kunnen optreden. Het is daarom goed altijd ook de originele bron te bekijken.
Het Markeboek kan men vinden in het Rijksarchief te Zwolle.

Mocht u vragen hebben over (familie afkomstig van) boerderijen te Varsen hebben dan ben ik gaarne bereid om u daarmee eventueel vanuit andere bronnen verder te helpen.

Mijn e-mail adres is gerthemstede@hotmail.com
Vriendelijke groet Gert Hemstede.

Inhoud Markeboek

1650

1655

1658

1663

1681

1684

1705

1710

1711

1712

1719

1720

1723

1746

1750

1758

1759

1764

1765

1766

1768

1770

1777

1778

1779

1781

1783

1784

1786

1787

1788

1789

1790

1791

1792

1794

1797

1803

1804

1805

1808

1809

1810

1812

1817

1818

1819

1820

1821

1822

1823

1824

1825

1826

 

 

Markeboek Varsen 1650

NB dese resolutie moet staen voor de resolutie van sestijn hondert vijff en vijfftich, vier bladeren terugge.

Anno 1650 den 20 augustus holtsprake geholden toe Verssen, alwaer selvest gecompareert sijn de Ed. Hendrik van Heerdt, als geconstititueerde marckenrichter van de weduwe Rengers, van 't huis ter Arenshorst, de wedEd. Henrik van Coeverden ten Berge, Jacobus Vriese secretaris der stadt Swolle, de Ed. Jr. Egbert Morrhe ende Willem ten Sande, als momber van d' kinderen Zall. Egbert Habers;

Is eerstelijk geresolveert, dat op alle naest volgende Holtspraaken de Erffgenamen precise tegens negen uijren sch sullen laten verschijnen ter plaetsen daar de Hol,

Oock geresolveert, dat bij aldien het graven van de van Leusen, de gemeene marckte van Verssen nadelich mochte sijn (waerover men sich sall hebben te informeren) daartegens gedaen sall worden tot beste van de gemeene marckte;

Belangende de santstuve is geresolveert, dat de ingesetene huijsluiden van Verssen op 't ancondigen van de Marckenrichter deselve veertijn dagen voor meije ende 14 dagen nae

Fol. 34.

Michaeli sullen besticken, soe en daar sulx behoort op pene van een olde Schilt bij ijeder darvan in gebreeke blijvende te verbeuren, ende dat se haer schapen daaruijt holden, bij een gelijke peene.

Geresolveert dat van nu voortaan geen huijsluijden ofte knechten eenige torff in de markte van Verssen gegraven, buiten deselve marckte sullen mogen vercopen ofte vervreembden bij pene van thijn goltgulden, waeronder dan noch niet begrepen sall sijn, de torff de de huijsluiden jaarlixs an haer Landtheeren te pacht geeven.

Wat belanght het Schutten der Verssener beesten bij de van Ommen onlangs voorgenomen verstaan de Heeren Erffgenamen, dat sulks tegens paerbuir rechte is stridich, ende om te prevenieren costrijcke recchtsplegingen vind voorsr. Heeren Erffgenamen goet, dat de Heer marckenrichter bij middelen van inductie de van Ommen sall soeken te disponeren, om hen vorders soodanige schuttinge niet meer te laten geschieden, ende daer de van Ommen in haar voornemen mochten continueren, deselve an te dienen, dat men genegen ende gesinnet is om alle wijdere onheilen te prevenieren, de marckten van malkanderen te vreden, ende oversulks souden begeeren tegen vredinge van de van Ommen, gelijck nae paelbuirrechte gebeurlick.

De Schouwe belangende wort gestelt tot sispositie van de marckenrichter;

Ende alsoo de meijer van Jr. van Coeverden, Ter Schyuir genaamt, Sijn landheer verleden meij geclaeght heeft, dat de wech nae het Verssener marsien, verleden winter door de Vechte was wech gespoeldt, de huisluiden van Verssen de nije wech wederom oever Jr. van Coeverdens landt maecken, nae het voorn. Marssien, Is verstaan dat met believen van Jr. van Coeverden deeses sall blijven staan, tot de naaste holtspraake offe bijeencomste ende dat sonder eenige prejudictie.

De questie van de waterleidinge tusschen de van der Arenshorst ende de Erffgen. Van Verssen

Fol. 35.

Verssen is mede blijven staan tot de naaste holtspraake offte bijeencomste;
Aldus bij provisie bij ons onderschr. Gedaan op dach en tijt als boven.
Was ondertekent met verscheiden handen als volgt.
Henrick van Heerdt als geconstitueerde marckenrichter van die weduwe Rengers ter Arenshorst, Henr. Van Coeverden, J. Vriesen 1650, Ernst van Ittersum, E. Morrhe,

Dit is het marck van Willem ten Sande als momber van de voorn. Kinderen

Markeboek Varsen 1655

Fol. 29.

ende is hiertoe gedeputeert Gerryt van Laer, ende sollen die gedeputeerde macht 't hebben voerder tot dat gemeene beste te ordonneren,
Was ondergeteeckent met diverse handen
Egbert Rengers, Wolff van Ittersum, Gerrijt van Laer, Coenraat van der Vecht, Derk Rengers, Henrick Holt nt. Johan to Nijenhuis, Evert van Tongeren van wegen Willem then Sande.

NB vide op't vijfde blad Slo alwaar een resolutie staet so hijer moste getekent sijn.

holtspraecke geholden Anno duijsent ses hondert vijff en vijfftich den Derthijnden junij tot Verssen ter Prasentie van ondergesm. marckerichter ende Erffgenamen, ende is geresolveert als volght;
Eerstelick is geresolveert dat die Stouwe duer die van Verssen gelecht, tusschen die van Ommen ende Verschen als oock tusschen Luessen ende Verssen; die scheijtsloot ofte waterlossinge door die van Luessen onlanghs gegraven; in oogenschijn genomen sall worden, Waartoe Gecommitteert ende vesocht zijn die Heeren Alexander Rengers innaeme ende van wegen sijn Wel. Ed. moeder als marckenrichtersche, d' Wel.Ed. Hendrik van Coeverden ende ten Berge die E. Jacob Vriesen secretaris;

Oock is vast gestelt, dat

Fol. 30

Dat die geene soo geen Waertal in Eijgendom ofte in Pacht hebben nae Desen die marcke niet sollen bedrijven, ende bij aldien eenige ongewaerden daer in mochten bevonden worden met peerden, beesten ofte schaepen sollen door die geswaeren geschat worden, nemende ijder reijse van elck beest een daler, van jder schaep een schillinck, waervan die geswarens tellekens een derde part sullen profijteren,

Voorders soo nae desen Eenige Schaepen inde Duijnen off Santhaver mochten bevonden worden sullen geschut off behuert worden ende van jder schaep nemen een stuijver, meede dat in't Vlier geen ander vhe, als peerden sullen gedreven worden, ende dat geen vettekers om off op den Brinck off Marsch sullen gaen, off sullen geschut ende gebroeckt worden van jder beest vijffthijn stuijvers, van elck schaep drie stuijvers respectivelick;

Het aengraven duert Geert Jansen gedaan ende Doctor Nijlant naedelich off op sijn tijn geschiet, is geresolveert dat het selve wederom ingeworpen sal worden;

Ende alsoo Willem Ten Sande voor die gemene Erffgenamen heeft verschoten tot afflosse van het Paderbornegelt die somma van sestich Car. Guldens, soo is hem daervoor in pantschap toegestaen soedane gaerden

Fol. 31

Gaerdenh off Campien als hij voer dese bij sijn huijs aende Stege heeft aengegraven;

Volgens sollen die meijeren elck tegens sijn landt off maet hier die sloot op ruijmen; dat het water sijn schoote can crijgen verbij den Binnencamp heen, ende sall den Esch nae hecken aen beijden sijden toegemaekt worden; dat daer geen vreembde wagens off peerden door connen comen;

Aldus gedaen ende vastgestelt op die holtspraecke tot Verssen op dach ende tijt als vooren.
Was onderteeckent met verscheijden handen als volght
A. Rengers, H. van Voorst, E. Morrhe, H. van Coevorden t.B. Conr. Nilant, J. Vriesens 1655
Gijsbert van Ittersum ten versoecke van Jan Haberts, Meijnhard Theodori.

Markeboek Varsen 1658

Holtspraecke geholden tot Verssen Anno sestijn hondert acht en vijfftich den 10 junij ter prasentie van onder benoemde Marckenrichter en Erfgenamen ende is geresolveert als volcht;

Eerstelijck is geresolveert dat de Stouwe soo de van Leussen deur de Marcke van Verssen hebben gegraven, ende bij de Heeren Gecommitteerden Joncker Alexander Rengers als Marckerichter, Jor. Henrich van Covorden ten Berge ende de E. Conr. Nijlant Dr. Inplaetse van de Heer Secrettaris Jacob Vriesen in ogenschijn genoemen, volgens gedaen rapport wederom deur de van Verssen gedempt en ingesmeten sal worden;

Ende alsoo de Marckenrichter verclaringe heeft gedaen, dat de gesworens de Oevereester schapen namentlick de van Den Cate ende Huisinger schapen op den 2 meert 1657 hebben geschut in de marcke van Verssen ende daervan het ordinaris rantsoen off schutgelt bekoemen, wort de gesworens gelast goede achtinge te nemen dat deselve schapen daerbuiten blijven of daerin bevonden al is oock voorgeslaegen, dat nijet ondienstich soude weesen, dat het hoij of groenlant De Woeste genoempt tot verbeteringe nae waertallen an blocken werde geslaegen waerop naerder te resolvieren staet;

Ende wort de Gesworens alsnoch ernstich gelastet goede achtinge op Flier te nemen volgens de resolutie van den 13 junij 1655 of sullen bij manquement van Schuttinge de broecken selver betalen;

Jan Habers is op huiden geconsenteert in te moegen lossen sodane campien of gaerden als Zall. Willem ten Sande bij sijn huis an de gemeene Stege hadde angegraven, sijnde de daerop verschooten penningen sestich Car. Gld. mits nochtans dat de heeren Erffgenamen ten allen tijden sal vrijstaen het selve campien bij erlegginge der voorn. 't Sestich Car. Gl. An haar te trecken in Eijgendom;

Fol. 33.

Blijvende evenswel de resolutien op de laeste en voerige holtspraecken in haar volle craecht en weerden, aldus gedaen en vastgestelt op de holtspraecke tot Verssen op dach en tijt als voeren, praesentibus
Ende was onderteeckent
Alexander Rengers als Marckrichter in name van mijn moeder, Hiddo van Voorst, E. Morrhe, Philijbert Blanckevoort van wegen sijn broeder Joan van der Beeck.
Ten versoecke van Jan Habers als lantheer van Sandinck vermits hij niet schrijven kan, Meijnhard Theodori Kervel.

Markeboek Varsen 1663

Op 't Huijs Grotenhuijs
Holtsprake geholden van Verssen den 13 Augusti 1663 ter praesentie van de Hooch Ed. Geb. Heer Lambert Bernhard van Oer tot Buckhorst Ac. Heer van Sallich in name en van wegen vrou weduwe van wijlen de Heer Welevelt ter Arenshorst, als Erffmarkenrichtersche van Versen ende onderschreven Erffgenamen derselve marcke.

De Marckenrichter neffens Secretaris Vriesen hiertoe gecommitteert worden geordonneert, dat deselve nopende de scheitsloot tusschen Leussen en Verssen met de van Leusen in naerder conferentie sullen coomen, tot meesten voordeel van de marckte ten einde de waterlossinge door de gegraevene sloot sijn behoorlijcke afdracht mach hebben, edoch bij aldien de van den huijse Arenshorst in haar vischerie het Holtermeer offte enige andere landerien schierkompstich dit graven enige prejudictie mochte geven, dese resolutie niet tot haer nadeel sal mogen getrokken worden.

Fol. 36.

Welcke scheijtsloot bij de marckenrichters van Verssen en Leusen mette gesworens alle jaer off soo dickmaels nodich, geschout sal worden.

Nopende het torff vaeren uithe voors. Marcke daar van blijven de Heeren marckenrichter en Erffgen. Bij de resolutie anno 1650, den 20e Augusti genomen, bij provisie.

Angaande dat de Hessenkarren so de onrechte wech varen over 't Hogevelt an de Drente Haar, en daar door de mercke van Verssen merckelijck wort verergert, wert de van Versen gelastet de wech wederom op te graven;
Ende bij aldien dan emant mochte overvaren desselve peerden ene ofte meer uthspannen, nemende daarvan te breucke van ijder karre een ggl. Sollende daarvan te Zwolle ende ten Hardenbergh bij kerkensprake ende anplackinge van bijlietten ende ande weerden aldaar gedenuncieert worden.

Is mede geresolveert, dat op ieder waer hondert en vijff en twintich schapen sollen mogen geholden worden, daerinne de knechts schaepen mede begrepen sijn.

Angaande het Santsticken, slooten en dijcken wort bij de vorige resolutie gepersisteert ende an den markenrichter gecommendeert;

Nopende dat Hoeijlant De Woeste om te dielen of in blocken te slaen, dat selve wert in deliberatie genomen;

Angaande van de gansen te holden sall ijeder huisman vijff gansen ende een Gent holden ende deselve 's winters uijt den Esch holden bij verlies van de ganse ende drie stuijver daerboven van ijeder gans; dit alles bij provisie.

Markeboek Varsen 1681

Fol. 37.

Ao. 1681 den 27 sten julij sijn de Erffgenamen van Verssen nae voorgaande convocatie op een Holtsprake bij den anderen geweest.

En is Eerstelijck voorgestelt hoe het gestelt salle worden met sodane 1161 gl. 10 st. als wegens de lasten ende schulden voor in ende nae den jonghsten Munsterschen Oorlogh gemaeckt, de Bourschap Verssen ingevolget 't rapport van den 27 sten december jonghstleden te laste geleght is geworden; op welck verscheiden deliberatien van nader examinatie van de reeckeninge van Jorrien Derck van Ommen ende de opgenomene penningen, als anders sijnde gevallen, is eijndelijk verstaen dat soodane 18 gl als Eefse Gerrijt; 787 gl. 19 st. 5 penn als de Hr. Jacobus Vriesen ende noch deselve 355 gl. 10 st. 11 penn. Uijtmakende te samen voorschr. 1161 gl. 10 st. op dese bourschap sijn geassigneert aengenomen sullen worden, gelijk deselve aengenomen worden bij desen;
Is wijders geresolveert dat tot subsidie van voors. Somme een off meer parceelen uijt de merkte sullen worden vercofft sullende gecommitteerden worden gestelt om met de gesworens te ondersoecken 't geene beqwaemst ten minsten schade van de marckte hijr toe sal konnen worden genomen ende nae gedaene uijtbaakingedaarvan an 'd sament. Erffgenamen rapport doen omme daarop een dagh van de vercopinge aan te stellen;
De Heere Coeverden ten Berge protesteert tegens de vercopinge uijt de markte, dewijle sijn Ed. sijn Erve stux wijse heeft vercoft en het waertal behouden en met dese schulden niet heeft te doen, vesoekende van alle 't geene hier passeert copie; Edoch soo de Heeren Erfgen. De gemeene markt gelieven te deijlen nae waertal sal gemelte Heere Coeverden daer niet tegens hebben soo kan een ijeder vercopen van 't sijne 'tgeene hem belieft;
Wort alnogh 'g inhereert de vorige resolutien over het veene genomen namentlijk dat niemant daarin sal meugen graven als die gewaert is, sullen vorders twee gecom

Fol. 38.
Gecommitteerden worden gestelt, omme met de Heere marckenrichter een erdre te beramen op wat maniere het veene door de gewaerden hen vorder sal gegraven worden;

De volle gewaarden sullen hen vorder niet meer als drie olde gansen ende een gent, de halve gewaarden na proportie, en de gewaarde kotters een gans ende een Gente meugen holden, en sall een ijeder sijn jonge soo bij de ouden gebroeijt sijn voor St. Lambertsdagh, jaerlijxs aff schaffen off andersints vervallen sijn;

Niemant sal zijne waere buijten de Bourschap mogen verhuijzen.

En zijn tot gecommitteerden gestelt de Heeren Jacobus Vriesen ende Lucas Nijlant doctoren, omme 't boven geresolveerde uijt te richten ende van haar gebesoigneerde rapport aan de samentl. Erffgenamen te doen, omme daerinne te approberen naer behooren.
Was met verscheiden handen ondert. Als volgt.
B.A. Welvelde, H. van Coeverden ut supra met protest, J. Vriesens 1681, J. Blanckvoort, Egbert Morrhe, L. Nilant, Egbert Habers, Gerrit Egberts.

Markeboek Varsen 1684

Fol. 39.

De gecommitteerden uit de Erffgenamen van de bourschap Verssen, ingevolge ordre ende authorisatie der gemeene Erffgenamen, op laastleden holtspraake gegeven, naer voorgaande behoorlijcke visitatie ende examinatie der gemeene landerijen onder voorsz bourschap gehorende eenige voorschr. Landerijen ten minsten schaeden voor de gemeene ingesetenen ofte meijerluijden ende ten meesten profijte der eijgenaren, uijtgesien ende uijtgekozen hebbende om tegens aanstaande donderdagh over 14 dagen, dat weesen sal den 26e junij deses jaars 1684 ten huijse van Gerrijt Egberts binnen Ommen bij publijcken opslaege aen de meestbiedende verkogt te moogen worden, tot afdoeninge van sodane penningen met verlopene interessen van dien, alsmede die door wanbetaling en daerover opgelopene onkosten, als de erffgenamen van wijlen de heer secretaris Jac Vriesen tot laste van voorss. Bourschap sijn hebbende. Ende dan ten dien sinne bij voorsz. Gecommitteerden uijtgesteeken sijnde, dese navolgende parcelen; namentlijk vooreerst seker parceel heijde ofte saeijlant ongeveer vier mudden gesaijs groot, neffens eenigh daarbij liggende laegelandt genaampt Het Koesmeer; Ten anderen seeker parceel veenlandts om uijt geboekweijtet te worden, groot omtrent 200 roeden ende 80 roeden breedt, strekkende van de Leusener Stouwe tot an de Woestdijck, genoemt Het Telgenveen.
Ten derden seecker parceel veenlants om uijtgeturvet te worden groot omtrent de 80 roeden breedt en 50 roeden lanck genoempt Het Veene op de Graghte ofte bij Den Krommendijck. Soo ist dat wij onderges. Alsnogh inhererende ende persisteren de bij voorss onse authorisatie kraght dese onse onderteckeninge approberen en voor goet keuren en houden de verkopinge der voors. De gesigneerde ende gespecificeerde parcelen landes, soo ende in dier voege als gemelte gecommiteerden de conditien ende voorwaarden daarvan sullen gelieven te beraemen en opstellen, om alsoo deselve ten meesten voordele der erffgenamen te mogen vercopen ende transporteren, de kooppenningen vandien ontfangen ende de kooperen met

Fol. 40.

Met vrintschap ofte in cas van noodt met rechte tot betalinge te dwingen, en voorts alles te doen wat daertoe gerequireert magh worden, ende van noden sijn sal, mits dat meergen. Gecommitteerdens die te ontfangene penningen, tot afdoeninge ende ontlastinge van voorschr. Schuldt, ten spoedighsten aen geseide erffgenamen Vriesens sullen hebben over te tellen, ende 't eijnders haer administratie behoorlijcke reekeninge ende reliqua aen de gemeene Erffgenamen van Verssen daer van te doen onder belofte van dese onse gecommitteerdens in alles 't geene deesen aengaende 't sij bij allen, ofte eenige derselver, bij absentie van anderenh, in voorss. Qualiteit gedaan en ondernomen is, ofte namaels noch gedaan ende ondernomen sal worden, voor goedt vast ende van waerden te sullen houden ende deselve in alles te willen helpen maintineren ende kost en schaedeloos te houden, onder verbant van onse personen ende goederen, oirkonde onse onderteeck. Was mit verscheiden handen en namen ondert.
Gerrijt Egbers wegens de Heer Welevelt toe de Arenshorst alsmede voor mijn selfs, Everhard Marrienbargh, A.B. wed. ter Bruggen, L. Nilant, Egbert Morrhe, J. Blanckvoort wegens jr. S.A. van der Beeck.

Nadien de verkoghte parcelen landes uijt de marckte van Verssen, als namentlijck seeker parceel leggende op de punte tusschen de revieren de Vechte ende de Regge, neffens een parceel veenlants genaempt het veene op de graghte ofte bij den Krommendijck ingevolge voorgaande ordre ende authorisatie der gemeene Erffgenamen van voorss. Bourschap Verssen niet meerder hebben kunnen uijtbrengen dan een summa van seeven hondert neegen en vaertigh Cargl. Sal vo calculo ende dan het capitaal met de bereets verlopene ende noch lopende interessen ad 6 ½ per cento, neffens die door wanbetalinge daerover opgelopene ende vorders noch te doene onkosten, soo de erffgenamen van wijlen de Heere secr. Jac. Vriesen tot laste van voorss. Bourschap sijn hebbende, bij overslagh door de Heere Erffmarkenrighter en aenwesende erffgenamen gedaan, ten weinighsten sullen komen te bedragen een summa van sestijn hondert Car. Gld. tot welkers prompte voldoeninge de voors. Erfgenamen Vriesens al noch sijn insterrende onder bedreiginge van parate executie, tot opbrenginge

Fol. 41.

Van welcke penningen alsoo bij dese gelegentheijt van tijden geen beqwamer noch prompter middel voor handen is, dan tot supplement van voorss summa eenige penningen tot laste van de bourschap Verssen tegens behoorlijcke interesse te negotieren ende op te nemen, om alsoo door prompte betalinge alle vordere onnodige onkosten te praevenieren; soo ist dat bij degesamentlijcke Erffgenamen van Verssen tot negotiatie van negen hondert Car. Gl. Tegens vijff a seste halff percent, geauthoriseert sijn gelijck kraght dese onderteeckeninge geauthoriseert worden de Heeren Everhard Marienborgh Capitain ende J. Issels rentmr. Als volmagtiger van de vrouw douariere ter Bruggens toe 't Laer; om ten spoedighsten de voorss summa tot laste van voornm. Bourschap Verssen te negotieren ende op te nemen, en daarvoor tot securiteit van die geene welke de penningen verstrkken sal bij gerichtelijcke obligatie offte schultbekenninge te verbinden en tot specialen onderpande te stellen niet allene des voorss. Bourschap gemeene velden, heijden, weijden ende veenen, maar oock specialijcken ijeder Erve offte parceel landes soo in meergen. Bourschap is leggende, in solidum alsmede de jaarlijkse pachten vandien, om incas van wanbetalinge soo capitaal als interessen daar an te verhalen, onder beloffte van dese te doene negotiatie van penningen en verbant als boven ten allen tijden voor ons ende onse naekomelingen voor goedt vast ende bundigh te houden ende de voorss. Heeren geauthoriseerden die kregen kost ende schadeloos te sullen houden ende te helpen bevorderen dat bij gelegener tijdt de voorss. Te negotieren penningen uijt gemelte bourschap Verssen weeder opgebraght ende betaelt worden, ten waeren oirkonde hebben wij desen onderteeckent, Ao. 1600 vier en taghtentich den 10 en november.
Was met verscheiden handen en naamen ondert.
Egbert Morrke
B.A. van Welvelde
J. Blanckvoort wegens juffer S.A. van der Beeck
Everhard Marienburg
A.B. we. Ter Bruggen
L. Nilant

Fol. 42.

Dit is het marck van Hendrik op de heemstede met eijgen handt getrokken Arent herms onderschout van Ommen als getuige.

Gerrit Egbers
Hendrick ………
IJan Luges

Dijet ijs dat marck van Seijne IJans Gerrit Egbers als getuige

Dit is dat merck van Roeloff Clasen Gerrit Egbers als getuige

Dijet ijs dat merck van Hermen Gersen

Markeboek Varsen 1705

Fol. 43.

1705 den 23 junij tot Verssen ten huijse van Jan Arens op Dorthmansvoorde; holtspraeke gehouden en hebben de presente Heeren Erffgenaemen geresolveert als volght

ten eersten sullen de nieuwe Erffgenaemen met naemen sijn Exli de Heere Danckelman, de Heere Reinant Sell en de Heere Doctor Muijden, de Heere Gerrit Tijdemans en de vrouw Oijers tegens de naeste vergaderinge een jeder een ancker wijns betaelen.

2e punt wordt verstaan dat de Heeren Erffgenaemen alle twee jaeren op den eersten woensdagh in de meij sullen bij malkanderen komen om over de marckensacken te delibereren ende die niet in compareert, sal voor die tijt sijn stemme verliesen, ten sij de nootsackelijckheijt vereischen mochte dat de marckenrichter een extra ordinaire marckengeright soude moeten uijtschrijven.

3e Alsoo bij Heeren Erffgenaemen in deliberatie genomen is of men tot foulagement van de gedaene en noch toekomende kosten eenige veenen soude laeten uijtturven ofte uijtsaeijen is bij de gesamentlijke presente Heeren Erffgenaemen geresolveert dat dit bij provisie sal blijven staen tot dat men sal opgenomen hebben, wat voor onkosten int toekomende tot last van de marck sullen van nooden sijn om als dan nae bevindinge daerover te resolveren.

Fol. 44.

4e De Markenrichter met de gecommitteerders sullen goede achtinge geven dat het Sand stuck op sijnen behoorlijcken tijt geschiede.
5e Niemant sal sijne waere buijten de bourschap moegen verhueren en sullen de geschwoorens bij handtastinge de schaepen en beesten op sijnen behoorlijcken tijt tellen en daervan aen de Markenrichter en gecommitteerders behoorlijck rapport doen, en die meer schaepen en beesten heeft als behoort sal daerover gebreuikt worden en sulle de volle gewaerden 125 schaepen en 4 beesten holden en so nae preportie en met de gansen blijft het bij de vorige resolutie.
6e Is geresolveert dat de gegravene torf van die van Ommen die daer niet berechtight sijn, aenstonts sal worden aenstucken gebrocken en verdesstrueeert sullen de geschwoorens hiepop acht nemen, dat bij aldien sulcks wederom geschiede aenston aen de markenrichter hiervan kennisse te geven.
7e Tot gecommitteerde van de marcke word de Heere Marienberg gecontinueert en is de Heere Hemert tot den Critenberg tot aengestelt.
8e De wegh van Jan Vrieling aengebout, sal het koorn dat daer op staet aenstonts worden geruineert.
9e Is geresolveert dat de Marckenrichter met de gecommitteerden sullen een dagh beraemen omme de marcke te besien welke het beste sal sijn om boekweit te besaeijen en daervan een aenslagh te maken en nae waertal te verdelen.
10e Is geresolveert, dat hetgene, wat tegenwoordigh op de holtspraeke verteert is, door de boeren huijs voor hijs sal worden betaelt.
11e De torf van de pastor ende hem door de vrouw van Hambroek voor dit jaer toegestaen sal voor dit jaer passeren, maer int toekomende sal niemand aen den pastoor of imand anders toelaeten om eenigen torf in het Verssener veen te laeten graven noch eenige vruchten uijt de marckte geniet sonder consent van de gemeene erfgenaamen.
12e Inharerende de vorige resolutie vant torf graven maer vorders geresolveert dat niemand eenigen torf sal mogen verkopen bij verbeurte van een tonne biers.
Aldus geresolveert op de dag en datum als boven.
Herman Smoock uiet naeme van sijn exellenti de Heer van Danckelman
Jan Guerts
Egbert Jansen Habers
Ad. Wilh. Komp… verwalter marckenrichter
Everhard Marienburgh
Van Hemert
Tieleman, Schimmelpenning ….. mijn moeder
Jan Tijdeman 11ocds van mijn vader G. Tijdeman

Markeboek Varsen 1710

Fol. 45.

1710 Op den 5 julij zijn de Heeren geerfden van de boerschap Versen ten huijse van Jan Arens op Dortmansvoorde vergadert geweest, present de heer rentmr. Van der Arenshorst verwalter marckenrigter, de heer Lyperus, de Heer Derck Rees wegens Danckelman en Egbert Habers, Abraham Tieleman als momboir voor de kinderen Schimmelpenning
De voor desen genomene resolutie van de 23 junij 1705 gelesen en gelaeten so als doen bij geaementlijke Heeren erfgenaemen is geresolveert; maar het tweede en het seste articul word geamplieert; Het tweede articul word geamplieert dat de te saemencomste sal alle 2 jaeren zijn en geschieden op den 1 woensdag in de meij, ten sij de markenrigter redenen ter contrarit hadde die uijt te stellen;
Het seste articul word geamplieert dat het torffgraven van de ongewaerden ofte uijtheemschen sal door de geswoorens nawkeurig worden opgepast en aen de marckenrigter en gecomitteerders bekent gemaeckt worden en de dadigers als spolianten aen Hooger overigheijt aengeclaeght om gestrat te worden en daerboven de schaede vergoeden.
De Wusten diek sall alle jaeren op den laetsten meij door de geswoorens geschauwt worden en die sijn aenpart van de geswoorens niet goed gekeurd word sullen 2 goltgl. Boete geven, half ten profijte van de merckenrigter en half ten profijte van de gesworens
Aldus gearresteert op dag en datum als boven
Ad.
Wilh. Kompst, verwalter marckenrigter, Georg Lipperus, Derk Rees, Abraham Tielemans, Egbert Jansen Habers.

Markeboek Varsen 1711

Zwolle 31 Januarij 1711
De Heeren erfgenaemen van Verssen op huijden; vermits de onbequaamheijt der wegen op versoek van deselve en van de Heer Erfmarckenrigter alleen voor dit mael doch sonder consequence toegestaen; Alhier vergadert sijnde present De Heer majoor van Hambroek toe der Arenshorst als Erfmarckenrigter voorts alle verdere Erfgenaemen of haere gequalificeerden, uijtgesondert alleen de Heer rigter van Oijen, is door de Heer Erfmarckenrigter geproponeert.
1. Hoe men sich best te gedraegen omtrent de gedaene citatie van haar Edd. Mogg. De Heeren gedepp. Raekende de gepretendeerde Stouwe om het water uijt de marckte sijn loop te doen nemen nae de Veghte; en geresolveert nae verhoor van de huijsluijden over dat subject dat de Heer Burg. Muijden en de Heer Tobias aen haer Edd. Mogg. Sullen believen te representeren om te mogen weten wie omtrent voorss. Saeke tegens hun sich als klageren gedraegen, eendeels, anderdeels dat deselve hun bewijsdommen sullen believen over te geven uijt welcken kragtevermeinen de Erfgen. Van Versen 't sij ten possesoir of ten petitoir ter verobligeren die bij voorss. Citatie vermelde stouwmaekinge te moeten doen of besorgen.
Ten derden of die bij voorss. Citatie vermelde afleidinge van 't waeter volgens de nature practicabel sij om sulx voor afgegaen sijnde dan verder over dit werck tusschen de Heeren Erfgen. Geresolveert te werden, als bevonden sal worden nae behooren.

Fol 46.

2. Door de Heer Erfmarckenrigter sijnde voorgestelt om in sijn Hoog weggestr. Absentie buijten de provintie de Heer Drost van Hoxbergen als verwalter Marckenrigter te mogen erkennen, is nae dat sulx van Hoog gemelde Heere Drost was aengenomen door de Erfgenaemen goet gekeurt.

3. Is wegens de agterstendige redemptie van de bourschap geresolveert dat die over de eerste saeke Heeren gecommitt. De Heeren gedepp. Mede sullen soeken te persuaderen om indien daervan geen quitscheldinge te bekomen wat opschortinge van executie te accorderen.

Markeboek Varsen 1712

Fol. 47.

Anno 1712 den 5 meij nae gedaene wettige convocatie tot Versen ten huijse van Jan Arens op Dortmansvoorde, holtspraeke gehouden; present wegens de Heer Erffmarckenrigter Heer toe der Arenshorst Adam Wilhelm Cumpst, de Heere Marienborg, de Heer Burgerm. Muijden, de Heer Lipperus, wegens de Heer Danckelman Adolph Marcus, Egbert Habers en de Heer jan Tijdeman.

As door de burgemeister Van Muijden rapport gedaen over het gepasseerde ten aensien van sijne commissie gegeven den 31 januari 1711 raeckende de questieuze waeterleidinge ende gepretendeerde Stouwe tussen die van Loessen en Verssen vervolgens bekent makende dan onaengesien alle het gehandelde tot weeringe van so een gepretendeerde Stouwe nochtans Ridderschap en Steden op de Laestleden Lantdag hebben believen goet te vinden gedachte waeterleidinge te doen verdiepen en de Stouw verswaeren wijders versoekende dat de Heeren Erfgenamen jemant anders mogten believen te qualificeren om dese saeke tot nutte van de Merckte met of sonder assistencie van advocaat ten einde te brengen.
Waerop gedelibereert sijnde hebben de gesamentlijke Erfgenaemen hem burgemeister Muijden versogt in en omtrent voorschr. Sijne commissie te willen continueeren onder verseekeringe dat ter naester holtspraeke hij burgemr. Muijden wegens sijn reets gedaene verschot en verdiend salaris mitsgaders 't geen noch mogte doen of verdienen volgens over te geven rekeninge door de Erffgenaemen sal worden betaelt en daeronder mede 't geen ten versoeke van de Heere Drost van Twente op heden is versogt voor eeten en drinken mede te brengen voor de Heeren Erffgenaemen in gelijkheijt van 't gene volgens over te geven rekeningen door jemandt van de ander Heeren Erffgenaemen mogte verschoten sijn, als dan mede betaelt sal worden sullende hij manquement van die als dan te doene betaelinge jeder meijer voor sijn aendeel aenspreekelijk sijn mits sulcks kortende aen de Lanters paghten.
2. Wijders in Consideratie sijnde gebragt, dat die van Overeest aen't Noorteijnde de Merckte van Verssen veel inbreuck komt te doen, dat oock weder eenig dispuijt schijnt gemaeckt te worden over de lymit scheijdinge tussen Ommen en Verssen, Sijn de Heeren Lipperus en Tijdeman versogt om int eene en 't andere de voorsieninge te maken, dat so wel tussen Ommen en Verssen, als tussen Avereest en Verssen lijmiten werden gestiet en sodanig opgemackt dat niet licht vervallen, voorts wanneer sulcks met die van Overeest ten hun genoegen niet konde geschieden, dat voor al sorge worde gedraegen, om te beletten, dat deselve niet verder in de Verssener Merckte komen in te dringen, en is't noodig daerover 't advijs van de andere Erffgenaemen op een te houdene bijeenkomste binnen Swol in te nemen mits alvorens, ieder absente Heeren Erffgenaemen door een brief werderden verwittigt, om of selfs of door een genoegsaeme volmagtiger onder sijn hand present te sijn. Sijnde vervolgens gemelde Heeren Lipperus, Tijdeman versogt, bij voorschr. Occasie tegens die van Overeest veeneslaegen uijt te Baeken, ten getalle van die gene en op de selfde voet als in de jaere 1705 op het Voorveen is geschiet, mits observerende de breedte der Ackers te reguleeren sullende dese ackers bestaen ten getalle van bij om successsive van agteren af met boekweite te besaijen.

Fol. 48.

Wijders is bij resumptie van 't voorgaende verstaen, dat de verdeelinge der Ackers in den jaere 1705 geschiet, tegens de naeste holtspraeke te boeke sal werden gebragt.
Aldus gedaen op dagh en datum als boven. Wegens de Heer Erfmarckenrigter Heer toe der Arenshorst etc. Ad. Wilh Cumpst, Everhard Marienburgh, als Merkengedep. , J. v. Muijden, Georg Lipperus, Jan Tijdeman, Ad. Marens, Egbert Jansen Habers.

Op heden den 21 septemb. 1705 sijn naerbenoemde veenackers om ingevh Erfgenaeme Resolutie genomen op den Merckendagh geholden op de 23 junij 1705 ten huijse van Jan in der Arenshorst in bijwesen van die Rentmeester Compst als verwalter Marckenrigter, de majoor Marrienburgh als merckengedeputeerde en bij afwesen van de Heer Hemert, alsmede gedeputeerde geasssumeert burgemeister Jan Geurts ende Egbert Habers, als mede Erfgenaemen van Versen, bij lootinge om besaeit te worden verdeilt; sijnde jeder acker lanck 320 tredt en 36 holtvoeten breet, en is tot voldoeninge van die albereide gedaene, en noch te doene kosten van die aenstaende merckendaege op jeder veenacker 's jaerlix en alle jaeren geset 6 st., die door de lantheeren als besitters van die ackers sullen betaelt worden.
Oock is bij provisij en op approbatie van die samentlijke erfgenaemen aen voorschr. Verwalter markenrigter toe gelegt den 65 Acker en aen die geswoorens of samentlijke huijsluijden den 66 Acker sijnde dese twee laeste acker jeder 42 voeten breet en lanck als boven.
Den 21 sept. 1705 sijn naer beschrevene ackers volgens Erfgenaemen resolutie in bijwesen van de Rentmeester Cumpst als verwalter marckenrigter, Marienburg als Marken gedeputeerde, Jan Geurts en Egbert Habers bij absentie van de Heer van de Critenborgh naervolgende ackers bij lootinge verdeelt.

Vrouw van Hambroek 2 ½ waere
toegevallen no: 48, 33, 40, 8, 30, 63, 60, 28, 14, 50.

Marienbergh 2 ¼ waere
toegevallen no. 12, 27, 21, 5, 25, 4, 24, 51, 26.

Hemert 1 waere
toegevallen no. 36, 3, 39, 35.

Fol. 49.

Danckelman 2 waere
toegevallen no. 43, 45, 13, 38, 44, 64, 62, 58

Egbert Habers Sanding 1 ½ waere
toegevallen no. 41, 46, 55, 54, 37, 61

Vrouw Oeijers van Vrieling 1 waere
toegevallen no. 59, 4, 1, 53

Schimmelpenninck van Grotenhuijs 1 ½ waere
toegevallen no 56, 42, 19, 7, 22, 29

Sels van Ten Bosche 2 waere
toegevallen no. 16, 11, 40, 6, 17, 57, 20, 32.

Ter Schuir - Dr. Van Muijden ¾
- Tijdeman ½ 1 ½ waere
- Egbert Henricks ¼

toegevallen dr. Van Muijden no 18, 52, 9.
toegevallen Tijdeman no 2, 15.
toegevallen Egberts Henricks no 31

Dr. Van Muijden van 't Smeeding ¾ waere
toegevallen no.

Markeboek Varsen 1719

Fol. 50.

Huijden martis, den 16 may 1719 de Heeren Erfgenamen van Varssen naa wettige convocatie sijnde vergadert in de Harberge der Arenshorst, en aldaer zijnde erschenen den Heer Ittersum toe Gerner, als door de Heer Hambroeck toe der Arenshorst versogt in desselves absentie het marcken rigters ampt van Varssen te willen waarnemen, de burgemr. Jan van Muijden, Georg Lipperus, Wolter van Leenhof wegens desselfs kind, Egbert Habers en Jan Bosch. En dan door opgemelte Heer van Gerner vooraf zijnde vertoont desselfs qualificatie door de Heer van der Arenshorst gegeven, mitsgaders verklarende dit marckenrichterschap, uijt consideratie voor de Heer van der Arenshorst wel te willen waarnemen, is sulx bij de praesente Heeren Erfgenamen in danck aangenomen en de Heer van Gerner versogt het interesse van de marckte wel te willen waaarnemen.
Widers sig bevindende dat het poinct van de Varssener Stouwe voormaels soo ijverig gedreven, genoegsaem rustet, en men daermede geen verder moeijlijckheid heeft te verwagten, Alsoo de nature van de grond selfs, voor die van Verssen pleitet heeft Burg. Muijden die bij vorige resolutie vermelde rekeninge overgegeven, dezer op deselve gestelt is in handen van de Heer van Gerner als Marckenrigter en Georg Lipperus om deselve te examineren, daerover ist doenlijck te accorderen en anders op de naeste bijeenkomst, aen de Heeren Erfgenamen te rapporteren.
Vervolgens sijnde getreden tot het rapport van Georg Lipperus ten aensien van de gevonden paal, die gepraesumeert wierde een scheidpaal tusschen Ommen en Verssen te zijn en gelettet dat die paal aldaer uijtgegraven op 't land is neder gelegt, welke soude kunnen weggeraken, is goetgevonden twee of drie meijerluiden te authoriseren om op de plaetse alwaer den paal uijt gegraven is tot behoudenisse van memorie en sijn recht een diepe grafte te graven; zijnde tot dit graven versogt Jan Bosch als mede Erfgenaem en geordonneert Willem op Nengberts en Jan Sandink gesworens. Dat oock nopende het different met die van Avereest, de Scholtis van Ommen sal worden versogt, invoegen nu reeds inter. Dit heeft laten doen, om niet vorders met het praepareren der venen, tot deselve te besaeijen voort te varen die van Avereest verders te doen vragen off aen d'Erfgenamen van Verssen, van hun gepraepareerde veenen, op de gemeente en voor 24 nog onverdeelde grond staende, de garve willen laten toekoomen; in gelijckheid als in den voorleden jare, die van Varssen de garve aen die van Avereest hebben laten toekoomen; Soo niet, dat hij Scholtis aen die van Avereest in cas de veenen doen besaeijen, doe weten dat alle het saat ten versoecke van die van Verssen in arest nam met interdiet dat jemant daervan jets soude vervoeren; en hier tegens doende dat de Heeren Erfgenamen ongepraejudiceert regtens willen verblijven.
En dewiel de marckte tengeswoordig met schulden is beswaart, tot welckers betalinge een uijtsittinge dient gemaeckt te werden is goetgevonden daertoe uijt te setten seventien gulden per waertal om door de meijeren in 4 terminen tusschen dit en de volgende meij aen de schulteischeren, welckers rekening door de Heer marckenrichter sal onderteickent zijn, betaelt te werden, en 't selve aen de landheren te korten.
Aldus geresolveert op dingsdag in dato als boven.
mij praesent B.H. van Ittersum als verwalter marckenrigter.

Markeboek Varsen 1720

Fol 51.

Huijden marturij den 15 meij 1720 de Heeren Erfgenamen van Varsen weder behoorlijck zijnde geconvoceert, en daerop in de herberge bij der Arenshorst gecompareert de Heer van Gerner als verwalter Merckenrichter, burgm. Van Muijden, Georg Lipperus, Richart Ketels naemens sijn huijsvrouw Geerdruit Schimmelpenninck, Adolph Marcus naemens de Heeren Van Danckelmans, Egbert Habers en Jan Vrijling.
1. Is Eerstelijck de Heeren Erfgenamen voorgestelt of hun het provisioneel accoort over de veenen gestrankt gevalt of niet en is daerop geresolveert dat, wanneer die van 'd Avereest hun concent behoorlijck inbrengen, de Heeren erfgenamen van Varssen, 't instrument daerover gemaeckt of te maken, mede sullen ondertekenen en voor goet keuren.
2. Wijders Eijnde in consideratie getrocken de over gegevene rekeninge van de burgm. Van Muijden op de vorige holtsprake is geresolveert deselve (onder kortinge van 19 guldens alsoo te betalen.
3. En dewijl op 'd Eerste woensdag in meij, 'd ordinaris danckdag wegens de provintie werd gehouden, is goetgevonden in plaats van den eersten woensdag, de tweede woensdag in meij te fixeren, tot het ordinaris houden van de vergaderinge der Heeren Erfgenamen alle twee jaeren.
Mij praesent B.H. van Ittersum als verw. Marck.R.

Markeboek Varsen 1723

Huiden den 11 meij 1723 de Heren Erfgenamen van Varssen weder behoorlijk sijnde geconvoceerd en daarop in de Herberge bij de Arenshorst gecompareerd sijnde den Heer MarckenRigter Hambroek Heer toe Arenshorst, Georg Lipperus, Dr. Van Muijden, Egbert Haberts en Jan Bos om met elkanderen te delibereren wat voor het de interesse van de Markte nootsakelijk is, So is in de eerste plaatse geresolveert dat van nou of aan jaarlijk ende alle jaren tegens den Eersten dingsdag in meij door den Heer MarktenRigter een ordinaris vergaderinge van de Heren Erfgenamen zal worden uitgeschreven en bij die occasie een behoorlijk tractement voor de Heren Erfgenamen versogt, ten costen van de markte mits dat deselve niets sal mogen excederen een somma van vijf en twintig Car. Gulden, van welk verschot op die dag van vergaderinge de quitantien en aanteikening sullen worden mede gebragt en in het marktenboek geregistreert.
Is goed gevonden dat de kamp uit het Velt an dese sijde de Hare in dese Markte gelegen en door die van Ommen dese winter aangegraven datelijk sal werden ingesmeten, waartoe de boermannen in en vermits desen werden gelast.
Op het versoek van de Heer Scholtis en Predicant van Ommen om uit dese markte enige Turf tot haar eigen gebruik te mogen doen graven hebbe de presente Heren Erfgenamen geresolveerd tot revocatie toe haar W.E.D. ijder tal te staan om te mogen laten graven jaarlijks twaalf voer turf waartoe haar W.E.D. door de markte bediende een plaatse zal worden aangewesen.
Dewijl in enige jaren door de Nieuws aangekomen Heren Erfgenamen de intrede van een anker wijn nog niet betaalt is, word de Heer MarktenRigter versogt dienswegen de nodige informatie te nemen wie daar aan alnog manqueren de Eerst volgende vergaderinge Rapport te doen.

Markeboek Varsen 1746

Fol. 52.

Arenshorst den 17 meij 1746 op heden zijn de Erfgenamen de goedheren van de Boerschap Versen volgens gedaane Kerkenspraake en particulier bekentmakinge van de verwalter MarkenRigter wettig geconvoceert, present sijnde de Hr. Stenvers verwalter MarktRigter, de Hr. Tomas van Muijden, de Heer Niecalaas van Hattum ggn. Gerrit Nagel voor de Heer graaf van Reggteren, Jan Habers, Hans Swerink wegens Ebert Willems, Hendrik Hogenkamp, Hendrik Wittenberg en versogt om over verscheidene verschillen en dispuiten haar resolutie en goedvinden in te brengen en wel specialijk in de eerste plaats, dat de Scholtis van Ommen van de gemelde Boerschap quame te vorderen jaarlijks agt mudden Rogge mitsgaders in de tweede, dat de weduwe van Jan Grotenhuis, als lange jaren in gebreke zijnde gebleven, en alsnog doet na verscheiden aanmaningen en summatien, gelijk op heden nog op het nieuw gedaan is an deselve en haar Lanter Abraham Schimmelpenning, alhier present om haar agterstallige verpondinge, so sedert ondenkelijk jaren aan de andere boeren betaalt is, deselve te voldoen.
Waarop de presente en ondergetekende GoetHeren hebben verstaan en tegelijk aan de meijers geordonneert, dat sij an de Scholtes van Ommen de boven gemelde agt mudde Rogge niet zullen voldoen ter tijd en wijlen toe hij Scholtes aan de GoedHeren zal hebben aangetoond 'd selve aan zijn Ed. wettig en Regtelijk te competeren.
Voor het tweede is goed gevonden, de weduwe Grotenhuis en in eventueel mede haar Lanter tot betalinge van de gedagte agterstallingen verpondinge door middelen van Rechten te konsteigeren en in cas van oppositie tegens deselve volgens de ordonnantien van den Lande te procederen werdende in soo een geval de MarkenRigter gequalificeert om een bediende ten dien einde te versoeken en aan te stellen, zullende door sijn Ed. de Heere Scholtes van Zwolle dr. Tomas van Muijden en de Hr. Nicoli van Hattum als gecommiteerden werden toe gevoegt, die daartoe meede werden gequalificeert.
Herman Stenvers als verwalter Markenrighter, T. van Muijden, N. van Hattum.
't Geen de schoute van Ommen betreft caveerd voor mijn en meijer
Abraham Schimmelpenninck zelfss gg.

Fol. 53.

Also op heden den 17 meij 1746 de Erfgenamen en goedHeren van Versen vergadert geweest zijnde bij Resolutie en toestemminge van alle de leden verstaan om de wed. van Jan Grotenhuis voor verscheiden jaren agerstallige verpondinge door middelen van Regten te actioneren; en tegelijk de Ed. Abraham Schimmelpenning zo voor zig zelfs en gga. Als Eijgenaren van het Erve Grotenhuis te obligeren, dat hij an de andere GoedHeren of derzelver meijeren als vanouds de ordinaris verpondinge ad. Sestien gulden en sestien stuivers en na verhoginge die de Provincie komt op te leggen zoveel meer jaarlijks zal hebben te voldoen, zo verklaren de gedagte GoedHeren aan de eene zijde mitsgaders de weduwe van Jan Grotenhuis en Abraham Schimmelpenning pro se et gga. Aan de andere tot voorkomminge van proces en costen in dezer voegen geaccordeert te sijn, dat namentlijk de weduwe Grotenhuis voor deze agterstand van verpondinge tot den jare 1744 incluis te spoedigsten zal betalen eens de somma van vijf en seventig guldens sonder dat zij weduwe in deze somma eenige portie zal mogen hebben of genieten, verklarende zij weduwe door dit accoort mede gedoodet te zijn also dane pretensie of actie als zij ten laste van de meijers van Versen heeft gehad zo wel wegens gedane betaling van armejagers tractement als bieraxijs sonder de minste uijtsonderinge of reserve tot dato deses incluis mitsgaders dat de mede goedHeer Abraham Schimmelpenning of de tijdelijke meijer van het Erve Grotenhuis ten allen tijde van dit erve zal verpligt werden aan de andere goedheren of derzelver meijerluijden jaarlijks gelijk van ondenkelijke tijden geschied is, te voldoen de opged. Sestien gulden en sestienstuvers ordinaris verpondinge met de verhoginge en op stuijvers in cas van geen tijdelijke betalinge met verdere betuiginge van hem Schimmelpenning dat die verpondinge ten profijte van de andere GoedHeren met excluisie van hem of zijn erve alleen zall verblieven verklarende de wedersijdse contraherten onwederroepelijk in voegen als boven gemelt voor haar en haar nakomelingen verdragen en geconvenieert te zijn; En zal deze acte in het ordinaris markenboek met het dubbelt dat daarvan gemaakt zal worden in beide geregisteert en door respective contrahenten ondertekent werden.
Versen op dato als boven Herman Stenvers als verwalter marckenrighter, T. van Muijden, N. van Hattum.
Abraham Schimmelpennink voor hem zelfs als meede voor de wed. Grotenhuis.

Markeboek Varsen 1750

Fol. 54.

In den Arendshorst den 6 meij 1750
Na vooraf gegane kerkenspraken en wettige convocatie sijn de heren erfgenamen vergadert geweest en gedaan als volgt om daarmede de schulden waarmede de boerschap bezwaard was te voldoen.
Conditien en voorwaarden waarop de goedheren en erfgenamen van de boerschap Varssen an de meest biedende, gedenken te verkopen 13 perceeltjes uitgeboekte veengrond, ieder stukie breed vijf en een halve roeden en lang 18 roeden gelegen langs de Stouwe beginnende van de zuidzijde en zo vervolgens naar het noorden toe.
Ten eersten
Die het eerste mijnd op ieder perceel sal daarvoor genieten 12 stuivers en het recht hebben tot de eerste hooging, maar van deze en verdere hoginge zal niet worden genoten. De verkoping zal geschieden bij Caroly guldens a 20 stuiver het stuk.
De koper sal voort na gedane slag twee suvesante borgen stellen tot genoegen van de heren erfgenamen en die borgen sullen soo wel als den coper daarvoor excutabel sijn en so de coper door onvermogen of onwilligheid sodanige borgen niet wil of kan stellen so sal het verkogte niet tot bate maar tot schadevan zodanige onwillige cooper.
Ten tweeden
De cooppenningen sullen betaalt worden an de markenrigter Herman Stenvers in Zwol in twee egale termijnen het eerste termijn op den eersten juny en het tweede of laatste termijn op den eersten september beijde deeses jaar 1750.
Ten derden
Als het verkochte veen is uitgegraven en uitgeput so blijft de grond weder an voorschreven markte, en so ene of andere coper of iemand van sijnent wege qua vorder te graven, steken, an turf graven, schadden, honden of iets dat an die markte toebehoord, zal daarvoor een boete betalen van tien goltgulden en word gereserveerd hoogheids accie maar een ieder sal stipte met sijn verkofte van 5 ½ roeden breed en 18 roeden langte vredig moeten sijn.

1. Het eerste perceel bij Jan grond voor 40 guldens gekocht;
2. Het tweede perceel bij Willem Jansen voor seven en twintig gulden gekoft;
3. Het derde parseel bij Gerrit Jans voor aght en twintig gulden gekoft;
4. Het vierde parseel bij Barend Schutte voor dertig gulden gekoft;
5. het vijfde parseel bij Jan Willems voor veertig guldens gekoft;
6. het seste parseel bij Gerrit Willems voor drie en veertig gulden gekoft;
7. het sevende parseel bij De Heer Burgerm. Tobias voor aght en veertig guldens gekoft;
8. het aghtste parseel verkoft an de wed. Snel voor dertig gulden;
9. het negende parseel bij Gerrit Willems voor drie en dertig guldens gekoft;
10.het Tiende parseel bij Barend Harms voor seven en dertig gulden gekoft;

Fol. 55.

Markeboek Varsen 1758

1758, den 14e augustus
Volgens vooraf gegane kerkenspraeke zijn de goedheren en erfgenamen in de herberg Het Zwarte Paard vergadert geweest en present zijnde: de Markerigter H. Stenvers, de rentmeester Naber voor de graaf van Rechteren tot Laer, doctor van Muijden voor zijn oom de Scholtus van Zwol, Hogenkamp, Wittenberg en Sandink en geresolveerd om de waterleiding tussen old leusen en Verssen op de gevoeglijkste wijze te maken, alsmede dat de boeren gelast worden om plaggen te maaijen en desselve in de zandstuiven te brengen.
Gesworens Gerrit Ningbers en Evert Brinkhuijs
H. Stenvers Markenrigter.

Fol. 57

1757
26 mei Waertal van de boerchap Verssen

Bouwhuijs erve, Hogenkamp voor de Arenthorst gelegen heeft 1 ½ waere
Dortmansvoorde of de herberg op de Arentshorst 1 waere
En een halve drift waer
Smedinck, scholtus Muijden en compagnie 1 ½ waere
Dunpasse van de heer Krijtenberg 1 waere
Ten Schuere versplitst, scholtus van Muijden, Wittenberg en compagnie 1 ½ waere
-scholtus van Muijden ¾
-Schrijvenius ½
-Wittenberg ¼
Ten Sandes, Gerrit Sanding en compagnie 1 ½ waere
Het Waterhuijs of Regenmate mod Ningberts scholtus van Muijden en compagnie 1 ½ waere
Grotenhuijs, Hambroik en Schimmelpenning 1 ½ waere
Den Hof te Verssen en Bos toekomende aan Jan Brouwer in Den Ham 2 waere
Twikkels nu Brinkhuijs, toekomende de graaf van Regteren 1 ½ waere
Het Laer, de graaf van Regteren ½ waere
Vriling, De scholtus van Muijden 1 waere

Na vooraf gegane kerkenspraeke en wettig convocatie sijn goedtheeren en erfgenamen vergadert geweest in het Swarte paerd in de Arendshorst op den 26 mei 1757.
Present sijnde H. Stenvers als markrigter voor de heer Van Hambroik, de heer graaf van Regteren en mede voor Jan Brouwer, De heer Scholtus van Muijden, Abraham Schimmelpenning, Hendrik Hogenkamp, Gerrit Sanding, Hendrik Wittenberg.
Conditien en voorwaarden waerop de goedsheeren en erfgenaemen van de boerschap Verssen an de meest daervoor biedende gedenken te verkopen 40 blokkies uijtgekoeld veenegrond, ieder blokkie oost en west 18 roeden breed, en zuid en noord ieder blokkie 5 roeden lang, gelegen langs De Stouwe, beginnende van suijdzijde en zo vervolgens na het noorden toe.
Ten eersten
Die het hoogste schrijft op ieder parseel sal daervoor genieten 12 stuijver en het regt hebben tot de eerste hoging, maer van dese en vordere hoginge sal niet worden genoten de vercoopinge sal geschieden bij Carolij guldens a 20 stuijver het stuk,
De cooper sal voort na gedaene slag twee sufisante borgen stellen tot genoegen van de heeren erfgenamen en die borgen sullen so wel als den cooper daervoor excutabel sijn, en so de cooper door onvermogen of onwilligheid sodanige borgen niet wil of kan stellen so sal het vercofte weder opgehangen worden en vercoft niet ten bate maer tot schade van sodanige onwillige cooper.
Ten tweeden
De cooppenningen sullen betaalt worden an de markenrigter Herman Stenvers in Zwol, in twee egale termijnen het eerste termijn op de 30 julij eerst commende, en het twede of laeste termijn op den 17 december. Beijde deeses jaar 1700 seven en Vieftig, en daer boven van ieder parseel een paar goede hoenders

Fol. 58.

Ten derden
Als het verkofte veene is uijtgegraven en uijtgeput, so blijft de grond weder an voorschreven markte, en so eene of andre cooper of imand van sijnent wege quam vorder te graven, steeken an turg, grond, schadden, honden of iets dat an de markte toebehoord, sal daarvoor de boete betalen van tien goudguldens en word gereserveerd hoogheids accie, maar ieder sal stiptelijk met sijn verkofte van 5 roeden langte en 18 roeden breete vredig moeten zijn.
1e en 2e parceel Den 19 may 1700 negen en vijftig deze percelen verkogt aan de soon van de wed. Kragt tot Nieuw Leusen voor f. 32,--
3e en 4e parceel Den 12 may 1759 verkogt aan Jan Barends tot Nieuw Leusen voor f. 32,--
5e en 6e parceel gecoft bij Bartelt Stolte f. 32,--
7e parceel
8e parceel Den 3 juny 1760 gekogt door Willem Jansen te Gerner f. 16,--
9e parceel Den 16 may 1760 gekogt door Jan Hendriks te Gerner f. 16,--
10e en 11e parceel Den 27 may 1759 gekogt door Jan Arijaans te Gerner f. 32,--
12e parceel 21 maart 1761 gekogt door Jannes Dargelo te Ankum voor f. 16,--
13e parceel Den 2 may 1761 gekogt door Hendrik Snel te Ankum voor f. 16,--
14e parceel 5 may 1761 gekogt door Lughien Geerdts te Gerner voor f. 15,--
15e parceel 29 may 1762 gekogt door Willem Hendriks bij Gerner voor f. 13,--
16e parceel 21 may 1763 gekogt door Tone Jansen en Antonij Robers tot Gerner f. 13,-
17e parceel 28 may 1763 gekogt door Geerd Jansen te Gerner voor f. 13,--
18e parceel 2 junij 1763 gekogt door Hendrik Nijboer bij de Rutenburg in Ankum f. 13,-
19e parceel 2 junij 1763 gekogt door Garrijt Geurts Willem in Ankum voor f. 13,--
20e parceel 4 junij 1763 gekogt door Antonij meijer op den Boskamp in Garner voor f. 14,--
21e parceel 6 junij 1763 gekogt door Jannes Garrijts tot Garner voor f. 14,--
22e parceel 11 junij 1763 gekogt door Garrijt Willems in Ankum bij 't Rode Hert
voor f. 14,--
De coop van het 22e parceel is niet doorgegaan omdat die man vertrokken is.
23e parceel 25 junij 1763 gekogt door H. Grotenhuijs voor Beuskenboer voor f. 13,--
24e parceel 21 april 1764 gekogt door Jan Egbert tot Nieuwleusen voor f. 14, --
25e parceel - 33e parceel
34e parceel 18 maij 1765 gekogt door Claas Herms in de Roete f. 14,--
35e parceel 13 maij 1765 gekogt door Jan Geerdts op Nieuwleusen f. 14,--
36e parceel 28 maart 1765 gekogt door Barend Witte op Nieuwleusen voor f. 13,--
37e parceel 9 maart 1765 gekogt door Jan Derks op Rutenveen voor f. 13,--
38e parceel 19 jan 1765 gekogt door Claas Claasen op Rutenveen voor f. 13,--
39e parceel 21 april 1764 gekogt door Evert Herms op Nieuwleusen voor f. 11,--
40e parceel Dit gecoft bij Jan Lammers voor f. 8,--
En also deese parceelen niet genoeg hebben willen gelden is ande markenrigter gelast om uijt de hand te verpaghten.
H. Stenvers markenrighte

Markeboek Varsen 1759

Fol. 59

Op den 24 april 1759 vergaderd in de herberg an de Arendshorst de erfgenamen van de markte Versen na voorgaande kerkespraeke present sijnde
Herman Stenvers markerigter, Sijn excellentie de graef van Regteren, De heer Schimmelpenning, heer graaf van Regteren ook gevolmagtigd sijnde voor Jan Brouwer, Hendrik Hogenkamp, Hendrik Wittenberg, Gerrit Sanding en Claas Jansen is geresolveert als volgd.
Dat eenige venen akkers door de markenrigter uijt de hand sullen verkogt worden tot dat de schuld van de markte daardoor sal kunnen voldaan worden.
Omtrent de limiet scheiding sal door sijn Excellentie de graeff van Regteren en de markenrigter als gecommitteerden met de erfgenamen van Ommen gehandeld worden om het disput daar omtrent te beslissen, de gesworens zullen hebben behoorlijke kenisse te geven en boven gemelde Heeren gecommitteerden wanneer men hetgene betreft deze limiet scheidinge kan nasien.
Wat betreft hetgene dat door de heer Scholtus van Muijden van de markte is aangesmeten bij den Dunnewind is geresolveerd dat dat land van nu af aan tot profijte van de markte soude blijven leggen Dog dat zijn excellentie de Graaf van Regteren en de heer markenrigter sijn versogt bij bekwaeme gelegenheijd dat veld in ogenschijn te nemen om so het mogelijk is aan bovengemelde Heer Scholtus Eenig genoegen te geven En daar van Rapport te doen aan de markte en is verders verstaan dat in het vervolg niemand sal mogen Eenig land aangraven nog Enige Keuters Huijsen Bouwen sonder voorafgaande Consent van Goedheeren en Erfgenamen onbegrepen datgeene uijt gekielspit is door sijn Excellentie de Graaf van Regteren, De Heer van Hambroik en de Heer Schimmelpenning.
Wegens verpondinge die uijt Grotenhuijs gaat en de melkkoeijen van de Keuters word de markenrigter versogt daervan een register te maken en dat selve op de eerste vergadering over te geven.
Herman Stenvers markenrigter.

Markeboek Varsen 1764

fol. 60

Op den 5 junij 1764 vergaderd in de Herberg aan de Arenshorst de Erfgenamen van Varsen, na voorgaande Kerkensprake, present sijnde de Heren Stenvers Markenrigter, De Scholtus van Muijden, Schimmelpenning, Harselen, Jan Brouwer, Albert van Munster, Hendrik Wittenberg, Garrijt Sanding, Hendrik Grotenhuis, Claas Hogenkamp en Jan Gerrijts.
De Markenrigter bij voorgaande vergadering versogt sijnde om een register te maken van de Melkkoeijen der keuters, so heeft deselve op heden overgegeven een register so door de gesworens in opgenomen, het welke in het Marktenboek sal geboekt worden.
Wijders wegens het graven van de turf is geresolveert, dat
niemant van de boeren, verder sal turf mogen graven als uijt die kuijlen die daar tegenswoodig sijn, sullende niemant in eenig nieuw land mogen vallen om daar te graven, nog eenige turf uijt de Markte te verkopen, op eene boete van vijf gold guldens voor ieder vorder, en om hier nader opzigt op te hebben, so sijn daar toe versogt de Markenrigter Stenvers, Van Munster, Garrijt Sanding benevens de Heer Harselen.
Voor het overige wegens het afspoelen bij de meente aan het Erve Grotenhuijs, is goed gevonden, dat door de vorengemelde gecommitteerden tot voorkoming van schade te laten nasien, hoe dat in het vevolg te behouden, waar van dan aan de Markte sal worden verslag gedaan.
getekent H. Stenvers markenrigter.

Markeboek Varsen 1765

fol. 61

Den 8 julij 1765 de Erfgenamen van Varsen, in de Herberg Het Swarte Paard na voorafgaande Kerkenspraake vergaderd sijnde,
present De Heer Scholtus van Muijden, namens sijn oom de Heer Scholtus van Zwolle, de Heer Harselen, Rietberg namens H. Stenvers als Markenrigter, Hendrik Wittenberg en Jan Garrijts.
So is goed gevonden de Markenrigter Rietberg g.g. te qualificeren. De te doene aanbesteding van de duijker nabij den Arenshorst op de scheijd tusschen Versen en Old Leusen bij te wonen, en sig verders met die van de markte Oldleusen voegen, over het Aanstellen van een Opsigter over dat werk, als meede in het geven van de daggelden.
Ook sullen de Gesworens verpligt sijn, het oog te houden over het maken van die duijker, en daar van van tijd tot tijd aan de Markenrigter raport doen.
Over het articul van het bestek wegens het varen der materialen van het water na het werk, sig te voegen na de Markte van Old leusen.
Verders terwijl daar nog een duijker sal moeten wesen in de markte van Varsen, tegens de Havesate den Arenshorst, so worden hiernevens de Markenrigter, en twe erfgenamen door de Markenrigter te verkiesen gequalificeerd, dat benodigt sijnde, ten meesten nutte van de Markte en ten minsten kosten te verrigten.
Voor het overige so worden de Gesworens gelast te besorgen, dat bij provisie vier goede spikken gemaakt worden over de veldwegen.

Conditien en Bestek
Waarop de MarkenRigteren van Varsen en Oldleusen van voornemens sijn, om ingevolge de ordre van den Heere Droste van Salland en onder voorbehoud van hun regres tegens die geene welke hier in vorders lasten en dragen moeten, en buijten verdere prejuditie, van voornemens sijn, op heden ingevolge de afgegaane Kerkenspraken publieg aan te besteden het leggen en maken van eenen steenen duijker tusschen op op de scheijd van de voorn. markten bij den Arenshorst.
1.
De duijker sal buijten 's werks lang wesen 24 voeten, wijd binnenwerks 3 1/2 voet, en hoog onder de boog 4 1/2 voet.
2.
De Aannemer sal daartoe moeten gebruijken goede moppen klinkert, en graauwe moppen alhier op den IJssel gebakken en goede bastert cement en kalk na proportie van 3 tonne kalk 1 ton cement, en 1 ton sand wel door malkanderen geslagen, en voorts deselve in een goede ordre en verband moeten maken en bewerken so als behoord, en den eisch van sulk een werk meede brengt.
3.
De Aannemer sal tot de duijker moeten leggen en maken een houten vloer ofte Taslement lang 24 voet breet 6 1/2 voet van 2 duijms greinen planken, en daar onder op die lengte 8 greinen ribben van 4 en 6 duijm in eene egaale verdelinge en wijdte van malkanderen, wel

Markeboek Varsen 1766

fol. 64

Op heden den 5 augustus 1766 zijn de erfgenamen der boerschap Versen in de herberg 't Zwarte paard vergadert alwaar present waren De heer van Echten tot Arendshorst, de scholtus van Zwol T. van Muijden, de heer J van Herseele, De heer captitain Turbult namens burgemeester Golts, Wittenberg, Sandink

1. Wanneer ter vergadering is overgegeven een rekening van ontvangst en uitgaven van de gewezen verwalter markenrigter de heer H. Stenfers, waarop de procente erfgenamen hebben goedgevonden te commiteren en qualificeren de heren de burg. Golts en de burg. A.J. van Muijden de laatste inplaats van de scholtus van Zwoll om deze rekening te examineren en daar toe de documenten tot die rekening relatie hebbende op te eisen voorts om dien na op de eerste vergadering der erfgenamen te dienen van hunne consideratie.

2. Op de propositie dat tot 't leggen van een duiker bij de Arentshorst in de Hessenweg verschoten was een somma van hondert en vijftig gulden en dat men vernomen had aan andere markten voor dier gelijke verschotten een deso magement door de provincie te zijn geacordeerd, is goed gevonden de markerigter of verwalter te kwalificeren om dienswegens een remonstrantie te doen aan Ridderschap en Steden van wegens de markte.

3. Is goedgevonden de markerigter te kwalificeren om op kosten van de markte, duikertjes te laten maken in de dammen die er in de sloten aan weerszijden de Hessenweg tot afwegen zullen moeten zijn.
Voorts om de waterleiding uit de broeke nae de maar te laten opruimen en losmaken zoas zulks bekwaam kan geschieden en om een vonder te laten leggen bij de broekers alsmede inplaats van 't bruggetje aldaar een duiker, voorts een duiker in de Marsdijk.

4. Op 't voorgestelde door de heer capt. Turnebult namens burg. Golts wegens 't invreten der Vegt bij Grotenhuis of men niet zou goedvinden aen de oversijde een sloot te graven om te zien of de rivier derwaerts geen scheut zou nemen en de stroom van die zijde wierde gediverteert. Is goed gevonden de burg. Golts te versoeken om eens af te doen baken hoe danig die sloot aan de best oordelen te graven buiten kosten van de makte ten einde dienna als de erfgenamen dit hebben geexamineert nader hierop te resolveren.

5. Wijl een der scheijdspalen tusen Ommen en Varssen omverlegt, zo word de markerigter gemagtigt om met die van Ommen een nieuwe paal in plaats der oude te laten setten.

6. Op 't geproponeerde om de mars alleen met beesten te laten beweijden en de schapen en gansen eruit te houden zullen de erfgenamen bij een volgende occasie nader resolveren.

was getek. A. van Echten, W.L. Turnbul gge, J Herseele, T. van Muijden.

Markeboek Varsen 1768

fol.65

1768 de 14 november na voorgaande convoctie erfgenamen vergadering van Verssen geouden aan 't Swarte paard, praesentibus de Heer A Baron van Echten Erfmarkenrigter, de Heer J. van Herzeele, De Heer van 't Laar, de Heer J. Westenberg namens burgem. Golts, Sandink, Wittenberg, Hendrik Grotenhuis, Brinkhuis.
Door de heer J. Westenberg g.g. sijnde voorgedragen dat de Burg. Golts bij vorige resolutie met de bur. Van Muijden gecommitteerd om de rekening van de vorige verw. markenrigter Stenfers na te sien en de erfgenamen daer over te daerin van consideratie dese commissie niet had kunnen excereert, terwijl de Bour. Van Muijden sig om de verwandschap van De Heer Stenfers excerseerden, waarom versogt dat de Erfgenamen nader daarop geliefden te selver 't sij door een ander te committeren voor de Heer Buer. Van Muijden of dien Heer tot 't exerceren deser commissie nader te induceren.
Is goedgevonden in plaats van de Heer Burg Van Muijden te committeren de Heer J. van Hezeele met versoek om dese commissie ten allereersten exerceren en sig in staat te stellen om hoe eer hoe beter rapport te doen.
Door de Markenrigter is gerapporteerd dat over de steenen duiker in de Hesseweg had gerequestreert en daarop de penningen van den aannemer uitgeschoten ten comptoiren heeft terug bekomen. Verder is door de Heer J. Westenberg g.g. gepropeneert dat de Bur. Golts in gevolge vorige resolutie baken geset had waarna desselfs voorgeslagene doorgravinge tegenover Grotenhuis sou geschieden worden sinds dese gecommitteerd de Heer ed. Erfmarkenrigter nevens de Heer J. van Heseele en Gerrit Sandink om dese afbakeninge in ogenschijn te nemen en aan de Erfgenamen te dienen van derselver consideratie.
In opsigt der schulden van de markte is geresolveert de veenakkertjes in 1757 onverkogt gebleven met nog eenige andere ter plaats daar de markte er geen nadeel bij heeft door de gesworens te doen ontbaken, welke de Erfmarkenrigter op deselve conditie, als te voren sal verkopen en daer uit de schulden betalen; omtrend welke resolutie de Heer Westenberg 't goedvinden van d' burg. Golts binnen 14 dagen sal communiceren aen de Verw. Markenrigter.
Over 't weghalen van de boekweit in de veenen is goedgevonden de advocaat Hubert te versaken en qualificeren om de nodige bewijzen over deze saak te ligten en de Erfgenamen vervolgens te dienen van desselfs aders gen concideratien, wat hier omtrend vorder ter nutte van de markte te doen sij, wordend H. Wittenberg gecommitteerd over des nodig opgem. advocaat daer toe procientie te passeren met magt van substitutie.
Waertegen de Heer J. Westenberg heeft overgegeven 't volgende protest. Joan Westenberg in sijn qualiteit sig niet kunnende voegen metvoorgen. resolutie de Heren Erfgenamen protesteerd oversulx ten kragtegsten tegen derselve, met verklaringe dat de

Fol. 66

De Hr. Burgermstr. Golts geensints gesind is de kosten daerover aen te wenden helpen dragen, maer die sal laten ten lasten van die der Erfgenamen welke sullen kunnen goedvinden sig tegen die van den thans en in opgesch
e te stellen
ondert. A. van Echten, J. v. Herzeele, Joan Westenberg g.g. en
Hendrik Groethuus.

Markeboek Varsen 1770

1770 den 29 meij de Erfgenamen van Vessen op heden ingevolge affgegane kerkenspraak vergaderd sijnde om in conformiteit van 't plaekat van Ridderschap en Steden van den 6 april 1770 te delibereren over 't opmaken en schouwen der waterleidingen soo is door de presente Erfgenamen als waren de Heer Baron van Echten tot Arenthorst Markenrigter, de bur Golts, Brinkhuis, Wittenberg, Sandink, Grotenhuis, Jan Gerrits geresolveert,
Dat de waterleidingen die in de markte sijn te weten een tuschen Leusen en Verssen, twee in de Woeste, en een die uit de broeken komt lopen door de Steege sullen worden opgemaakt en jaerlijks onderhouden tegen de schouw door de Markenrigter en Heimraden te doen voor den 10 augustus, wordende de gesworens gelast de lengte van ieder waterleidinge binnen 14 dagen op te maken en aan de markenrigter ter hand te stellen waerna aan ieder der ingesetenen een einde sal worden toegewesen en las last van 't maken verdeeld bij provisie en voorbehoudens de veranderingen daar over in 't vervolg te maken.
Sullende een ieder sijn toeslag of einde ordentelijk moeten opruimen en schoonmaken volgens goedvinden en ordres van Markenrigter en Heemraden aen haar te geven op de boete van een goudguldens door den gebrekige te verbeuren en bij parate executie te innen mids dat Markenrigter en Heimraden vorder tegen de gebrekige sullen mogen iemederen met verdubbeling der boete en besteding der einden des nodig sijnde.
En sijn tot Heimraden aangesteld de Heer Burgem. Golts en Jan Brouwer.
Vorder is goed gevonden de Markenrigter te versoeken bij die van Oud Leusen instantie te doen dat de schouw der waterleidinge tuschen Verssen en Oudleusen op eene tijd moge geschieden en ten einde de stouwe word opgemaakt, voorts bij die van Vilsteren om de waterleiding door de Elsbroeke op te reuimen, en bij die van de Stad Ommen om derselver oude waterleidinge of togtsloot op te maken of een nieuwe te graven, worden Ed Hoogw. versogt om en geval die van de Stad Ommen daarin gebrekig blijven te klagen daer 't behoord.
Klagten gedaan sijnde over 't turfgraven en verkopen word gepersisteerd bij de reolutie van den 5 junij 1764 en de markenrigter versogt derselve met alle rigeur te willen executeren met last aan gesworens om de gebrekige aan te brengen bij poene dat anders de boeten 't selve sullen moeten betalen.
En is eindelijk goedgevonden den Markenrigter te

fol. 67

te versoeken een vergadering uit te schrijven tegen den 26 junij om te revolveren over de rekening van de Heer Stenfers over de doorsnijdinge bij 't erve Grotenhuis door de Burgerm. Golts versogt en 't geen verder de dienst der markte sal vereischen. Ondert. A. van Echten, P.T. Golts, Hend. Wittenberg.

1770 'd 26 junij de Erfgenamen van Verssen ingevolge afgegane publicatie vergaderd sijnd om te delibereren
1e. over de geporponeerde doorgraving van 'd Vegt bij Grotenhuis.
2e over de rekening van 'd Heer Stenfers
3e over 't geen de dienst der markte vorder mogt vereischen
Soo is op 't eerste point door de Heer van Echten Markenrigter en Gerrit Sanding voor rapport uitgebragt dat de doorgraving volgens de gedane afbakinge wel jmejuduia?? soude sijn, dog dat deselve gevoeglijk sou kunnen geaccordeert worden als deselve geschiede wat nader na de boerschap, langs seker Damber bosje agter de hooge rillen mids dat alles meente sou blijven wat nu meente is, mids 'd doorgravinge geschiede buiten kosten van de markte en de visserij blijve aen die geene welke nu 't regt hebben.
Waarop bij d meerderheid der presente Erfgenamen geresolveert is sig met 't voorsch rapport te unfirmeren en de doorgravinge aldus te accorderen, qualifuceerd tot het doen der uitbakinge volgens dit concept de Heer van Echten Gerrit Sandink en Jan Brouwer, welke laatste aan sig reserveert om het eerst in ogenschijn te nemen voor en aleer in de doorgravinge wil hebben geconsenteert, sijnde hij vorders van gevoelen dat de visserij moet wesen in gemeenschap 't sij in de oud of nieuwe te gravene doovaert.
De Heeren van Echten en Bur. Golts protesteren tegen de susteneer van Jan Brouwer over 'd visserij.
Dr. A.N Fabius als volm. van de Heer van Herzeele, Heer van 't Laar protesteert tegen de doorgravinge in verwagtinge dat deselve sal blijven buiten executie, terwijl hij meend dat sulx bij geene meerderheid sonder concent van alle kan gearresteert worden, in contrairen sal hij reserverende 't regt van sijn Heer Imnupaart?? om daertegen sodanige middelen in 't werk te stellen als sal meinen te behoren.
Op 't tweede is goegevonden de deliberatie daarover uit te stellen tot een volgende vergadering .... Jan Brouwer bij indisfuntie van de Heer van Herzeele tot dese saak in desselfe plaats gecommitteert.
Voor het derde klagten sijnde gedaan over 't aangraven word de Markenrigter versogt om sulx door de gesworens te laten ondersoeken en 't geen binnen korten tijd is aangesmeten te renoveren.
Voorts geresolveert dat De Brink en De Mars in't vervolg met schapen en gansen niet sal mogen beweid worden, maar beslagen met paarden of beesten na waertal wesende De Markenrigter en Heimraden gequalificeert om daaraan de hand te houden.

fol 68
Eindelijk word de Markenrigter gequalificeert om een premie te beloven op 't aanbrengen van 2 Ommers en ongewaarden buiten de markte over 't graven van honde.
Actum Verssen de 26 junij 1770
get. A. van Echten P.T. Golts, A.N. Fabius g.g. J. Brouwer Hend. Wittenberg.

Markeboek Varsen 1777

1777 den 16 july de erfgenamen van Verssen volgens afgegane publicatie in de herberg 't Swarte paard vergaderd sijnde doo waaren present de Heer A. van Echten Erfmarkenrigter, de Heer Camenaer Golts, Dr. Schomaker, Jan Brouwer, Brinkhuis, Sandink, Wittenberg, Jan Gerrits op Olde Egberts, Claas Ningberts is goedgevonden te committeren de Heeren de Markenrigter, Dr. Schomaker en Jan Brouwer nevens Jan Brinkhuis om een project te formeren hoe en op wat wijse de ongeregeldheden omtrend 't turf graven en verkopen buiten de markte best kunnen belet worden en het selve aen de Erfgenamen te communiceren, wanneer een nadere vergadering sal worden uitgeschreven om daarover finaal te arresteren.
Als mede om op te nemen de aangravingen die sederd eenige jaeren geschied sijn en daarvan een register te formeren, alsmede om een progert op te maken hoe daar omtrent ten meesten dienste der markte te handelen.
Reserverende sig bij dese gelegentheid dr. Schomaker om op 't voetspoor van 't andre bij 't Laar ook iets aan te graven. Waar omtrend de overige Erfgenamen sig de vrije deliberatie voorbehouden.
En't is wijders goedgevonden, dat niemand gewaard of ongewaard eenige honden sal mogen steeken bij de boete van tien goudgl. en verbeurte der honden, sullende de gesworens binnen agt dagen sulks aan alle ingesetenen moeten aanseggen en de Markenrigter hierover een publicatie laten doen te Ommen en te NieuwLeusen.
Ten aansin van de schapen van ongeregtigd buiten de markte sullen de geswoorens deselve er uit moeten weeren, dog word aen Kelderman gepermitteert sijne schapen dit jaer in de markte te weiden mids de koppel niet boven de 30 belopen.
Aldus geresolveert datan als boven.
get. A.v. Echten, P.T. Golts, H.J. Schomaker, J. Brinks.

Markeboek Varsen 1778

1778 den 13 meij de Erfgenamen van Verssen in de herberg 't Swarte Paard aan de Arenthorst na voorgaande wettige convocatie vergaderd sijnde om te delibereren over een huis, dat op de veldgrond tegen over het huis van Sanding getimmert word.
Soo waren present Dr. Tabius als Verw Markenrigter, de Heer Cameraar Golts, de Heer H.J. Schomaker, de Heer J. van Muyden, de Heer van der Wijck,

fol. 69

de koopman Jan Brouwer, Hend. Wittenberg, Olde Egberts, Brinkhuis, Sandink, Claas Ningberts.
In door de presente Erfgenamen na voorgaande deliberatie goedgevonden, dat Gerrit Sandink die in de vergadering bekend heeft dit getimmerte te laten setten nevens sijne mede Eigenaren binnen de tijd van vier weken het voorsch. getimmerte sullen moeten removeren en de grond voor de markte te laten leggen, of dat andersints sulx wegens de markte sal geschieden, waertoe gecommitteerd worden de Markenrigter of Verw.Markenrigter nevens de Heer Camm. Golts en de Heer J. van Muijden, welke Heren soo gesamentlijk als ieder in 't bysonder mede gequalificeert worden om des noods regtsmiddelen te gebruiken en in dien val van deselve mede commissie gegeven word, om daer toe een of meer practesijns te volmagtigen.
De Heer van der Wijck en Jan Brouwers, voorts Wittenberg, Olde Egberts, Gerrit Sandink en Jan Brinkhuis houden hun beraad vijf weken over het geresolveerde.
Dr. van der Wijck maakt bekend dat hij voor een jaer of wat van Jan Brouwer en desselfs ehevrouwheeft aengekogt een halve waere uit het Erve Bosch, als mede den Tuesschen en Gravenakker uit het voorsch. erve met de Veldgrond agter voorn. akkers leggende en schietende tot aen de Hessenweg.
De overige Erfgenamen houden dese bekendmakinge van de Heer van der Wyck voor gecommuniceert onder protest van alle pre pedeuwn?, aldus getekend A.N. Fabius, P.T. Golts, H.J. Schomaker, J.v. Muyden, Hend. Joan van der Wyck, J. Brouwer.

1778 den 11 Augustus de Erfgenamen van Verssen in de Herberg het Zwarte Paart, na voorgaande wettige convocatie vergadert zijnde, zo waren prezent den Heeren
Baron van Echten tot den Arendshorst Markenrigter
Cameraar P.T.Golds, J.v. Muijden, Dr. H.J. van der Wijk, Luitenant van Hemert tot den Krietenberg, Dr. H.J. Schomaker, Dr. H. Brouwer, Jan Brinkhuis, Jan Olde Egberts, Gerrit Sandink, Claas Ningbers, Hendrik Wittenberg, Geerlich Janzen.
En zijn in deliberatie gebragt volgende proineten bij de uijtschrijvinge of convocatie voorgestelt als naamelijk:
1. over diverse aangravingen en benaderingen van Marktengronden en het aantimmeren van keutershuisen boven en behalven het huijs waarover den laaste vergaderinge resolutie genomen is.
2. over uijtgegravene turfgrond door onberegtigden en de ongeregeldheden van schapen en ganzen drift.
3. over de defecten van duikers, bruggen en vlekkers.
4. over het gebruikt der scholen en bewaring van dien alsmede
5. over al het geen verder de dienst der markten zal vereijsschen.
Waarop door de Heer Markenrigter zijn voortgebragt twee declaratoiren omtrent de op den 13 meij 1778 genomene

fol. 70

genomene reolutie door de Heren H.J. van der Wijk en J. Brouwer
den .. 16 junij 1778 respectivelijk afgegeven alhier gelezen om vervolgens in het Markenboek voor zoo verre strekken kunnen of mogen te insereren zijnde geene verdere declratoiren ingekomen;
Hebbende vervolgens dr. H.J. Schomaker als door de Heeren gecommitteerden bij voorsch. resolutie daartoe gequalificeert, Den 1 dezer bij volmagt voor de Heeren van de Magistraat der Stad Zwolle wederom gequalificeert, gedaan raport van de op gisteren geschiede remotie van het getimmerte van Gerrit Reuver met den aankleven van dien, volgens verbaal alhier overgegeven gelezen, om vervolgens in het Markenboek geinsereert te worden.
Waarop dr. H.J. Schomaker benevens de daarbij preesent geweest zijnde Heren gecommitteerden voor het verrigte bij provisie bedankt en dezelven te zamen en yder in het bijzonder verzogt worden om conform voorschrevene resolutievan den 13 meij 1778 voort te varen, waarin de Heeren van der Wijck en Dr. H. Brouwer mede tredend, voor zoo verre met hunne voorseide declaratoiren van den 7 en 16 junij 1778 die in hare waarde en onwaarde gelaten worden, zal over een komen.
Jan Olde Egberts, Jan Brinkhuis, Claas Nengbers, Hend. Wittenberg en Gerrit Sandink zeggen tegen de resolutie van den 13 meij 1778 niet te hebben, doch wel tegens de kosten van een proces. 't welk hier wel aangetekent word doch onder protest van prae juditie als oordeelende de Erfgenamen dit declaratoir ontijdig en in allen gevallen te laat geschied te zijn, en dien volgens daartegen uitdrukkelijk protesterende waarna geprogredieert zijnde tot de poincten van uijtschrijvinge, zoo is geresolveert als volgt: Omtrent het eerste poinct
Dat gepersisteert word bij de resolutie van de 24 April 1759 en bij gevolg als het aangegravene daarna, mitsgaders het gekielspitte tot hier aan toe zoo van te voren als nu anlangs geschied sal worden ingesmeten en voor de Markte blijven;
Uitgezondert hetgeene bij den Heere H.J. van der Wijck bij den Dunnewind onlangs is aangegraven en bepoot, 't welk zijn H wylr. ter contemplatie van de aan wijlen den Heere van Muijden bij dese zelfde resolutie van den 24 april 1759 toegezegde genoegen gevinge sal verblijven en door den Heere MarkenRigter en Gecomitteerdens de Heren Cameraar Golts en Joan van Muijden opgenomen worden of en in hoe ver men dit nog zou willen extendeeren , om daar over rapport te doen en verder geresolveert te worden. Zijnde verder in aanzien van het getimmerde na de resolutie van den 24 april 1759 geresolveerdt, dat het nieuw getimmerde van Brinkhuis aan de oostkante van de Nieuwe Herberg zal blijven staan, zo het binnen het kielspit is, aan wijlen den Here Grave van Rechteren tot het Laar den 24 April 1759 toegestaan, en Jan Brinkhuis dit binnen den tijd van zes weken behoorlijk kan bewijzen; binnen welken tijd hij Brinkhuis, gelijk hij bij deezen aanneemt, niet verder timmeren of aangraven sal. Zijnde vervolgens goedgevonden en verstaan ten opzigte van het huis op het land agter de Broeken, door Berent Huis bewoont aan de oostkante van de Hoekkamp of Toegift staande; dat dit bij provisie buiten praejudictie en voorbehoudens de Erfgenamen nadere resolutie ten dien reguarde te nemen, sal blijven staan en aan de Heer

fol. 71

De Heer Joan van Muijden en Gerrit Sandink over gelaten om te sien of zij zich met of zonder Berent Huisjes over dien grond en huisje kunnen engangeren; om daarvan rapport te doen aan de Markt, ten fine van resolutie daaromtrent naar goedvinden te nemen; alles mits dat bij dat arrangement geopserveert zal worden, dat het huisje op en tegen een voor den Heere van Muijden en tegenwoordigen bewoner convenabelen tijd zal worden afgebrooken en geremoveert, waar van G. Sandink aanneemt aan zijne mede geinteresseerden kennis te geven om met deselven dien aangaanden te spreken en te overleggen wat hier in te doen.
Omtrent het tweede poinct.
Hebben de Heeren Cameraar Golts en Van Muijden kennisse gegeven, dat sij met den Heer Dr. Fabius als verw. Markenrigter thans absent gewaar wordende, dat er veel torf door ongewaarden tegen verscheiden resolutien gegraven was, zij dit in oogenschijn genomen hebbende bevonden hadden, dat er een ontsaggelijk getal van eenige duijsenden van roeden gegraven leiden; Dat sij Heeren in de onmogelijkheid toen zijnde, om die alle stukken te slaan, ten overstaan van de presente gesworens en boeren in gepasseerde maand julij, die turf aan de meest biedende hebben verkogt in het openbaar aan Jan Velthuijs en Jannes Boesseman voor 100 guldens ten profijte van de Markte; mits gaders voor den somma van ... eenige perzeeltjes op het voorvene van eenige onberegtigde aan dieverzen; Hebbende geordonneert, om den turf door Nengberts scheper gemaakt aan te varen, om te verkopen Het welk voor communicatie aangenomen en voor zoo verre dit thans geschied is, geapprobeerd word; in de kosten van bewerken gevalideert, terwijl in aansien van het turf veen enz. de Heeren Gecommitteerden versogt wordende bij dieselve aan hen opgedragene commissie ten eersten ten uijtvoer te brengen en daar bij te ondersoeken het verpagten van 't veld agter de Woeste aan de Nieuleusen wordende verder die huren geauthoriseert en verkogt om zoo dra zij dit covenabel oordeelen en geschikt geschieden kan zich over de defordres en violentien in het torven en veenen begaan aan Ridderschap en Steeden te adresseeren en kragdadige middelen daartegens te imploreren, op den voet en wijse als reeds bij dezer Markten Resolutie van den 5 julij 1770 was voorgenomen en het welk door de toenemende excessen en spolaatien zoo veel te nodiger word.
Omtrent het lopen van de Schaapen en de Ganzen word gepersisteert bij voorige Resolutie dat geen schaapen en Ganzen op de groene mars mogen gedreven worden, gelijk op nieuw bij deeze verstaan word, dat dezelve er uit zullen blijven op een boete voor yder stuk een halve schelling, 't welk een begin sal nemen met primo jannuarij 1779 ten profijte van Marken Rigter 1/2 en gesworrens 1/2.
Omtrent het derde poinct.
Dat de MarkenRigter en de Heer Schomaker tezamen en yder in't bijsonder worden versogt en gequalificeert, gelijk zij gequalificeert worden bij dezen, om de duikers bruggen en vlekken, die tot laste dez Markten zijn te laten repareeren en zoo volstrekt nodig oordeelen, nieuwe te maken mitsgaders op te passen en zorgen dragen, dat die

fol. 72

die geenen, welke die onderhouden en maken moeten de hand daaraan houden, deselve bij onwilligheid daar toe constringerenden.
Omtrent het vierde poinct.
Worden de Heer Marken Rigter en de Heer Joan van Muijden versogt en geauthoriseert, om zig omtrent de school, schoolmeester, bewoning etc. nader te informeeren, daaroomtrent een rapport te doen, om dien aangaande nader geresolveert te worden door de Erfgenamen.
Omtrent het vijfde poinct.
Worden de Heeren Marken Rigter en eens vooral in derselfs absentie derselve verwalter beneven den Cameraar P.F. Golts en Dr. H.J. van der Wijk gequalificeert om den reekening van wijlen een V. MarkenRigter de Heer Herman Stenvers te examineeren en die te sluiten.
Den Heer Van der Wijk voorgedraagen hebbende dat sijn Hoogb. op de voorige vergaderinge van den 13 Meij 1778 hadde aangegeven een aankoop van de Heer J. Brouwer en dus wenste onderrigt te zijn van het gevoelen der Erfgenamen omtrent den veldgrond, of die aan sijn Hoogb. als koper in eigendom, gelijk hij meent, toebehoore dan niet, om zig daarnaar te kunnen reguleeren en voor te nemen.
Zijnde de Heeren Marken Rigter, Cameraar Golts en Dr. Schoemaker bij deezen gecommitteert om zig dies aangaandes en omtrent alle andere dier gelijke gronden naukeurig te informeeren en rapport te doen, houdende tot daer aan toe den Erfgen. dezes zaak in advijs en in hunner deliberatie buiten prejudictie van landregt, 't geen Dr. Brouwer g.g. zig ook refereert.
actum Varzen aan het Zwarte Paar den 11 ugustus 1778.
getek. A. van Echtn P.F. Golts, H.J. Schomaker, J. van Muijden, H. Brouwer g.g.g Hend. Jan van der Wijck D.A. van Hemert.

De ondergetekeende declareert, ter voldoeninge aan de reserve door hem gemaakt op den 13 Meij laastleden om zich binnen den tijd van vijf weeken te expliceren over de resolutie der Goedsheeren van Verzen van dien dag betrekkelijk zeker getimmerte ter zaken de Arentshorst en Hoekkamp nieuws gezet, wel te mogen lijden, dat er cusu quo mede voor zijn rekening geprocedeert worden tot remotie van 't zelve; voor zoo verre zulks geschiede buiten preejudicie der sustenue van Sandink boer dat de grond,waarop voornoemde getimmerte gezet is zij grond zijn zouden hem in eigendom toebehoorende, vermogens zekere verdeelingen, waarbij aan de gewaarde eijgenaren van landerijen, aan het veld bij langs den Hessenweg uitkomende gegeven zijn zoude de eigendom van de veldgrond tegens eens ieders land aanschietende, tot aan de Hessenweg toe.
Zwolle, den 7 juny 1778
Hend. Joan van der Wijck

Declarrere is ondergeschreven, dat ick ten opzigte van het op den 13 Meij 1778 aan het Zwarte Paard te Varssen door eenige Erfgenaamen geresolveerde ten opzigte van het huijs op den Veldgrond tegenover het land van Sanding getimmert en toen bij mijn in advijs gehouden, mij daaromtrent ten eenermale

fol. 73

zonder preejudicie daar buiten te houden behoudene mijn regt, dat ik zoude mogen soukenazen?? te hebben
Aan den 16 junij 1778 J. Brouwer.

Verbaal van de remotie van het getimmerde van Gerrit Reuvens geschied ingevolge Markenresolutie van Varzen de dato 13 meij 1778. Verzonden 10 augustus 1778.

Dr. H.J. Schomaker als volmagtiger van de Heeren Gecommitteerden van Varzen, daertoe wederom bij voorschreven Resolutie van de 13 Meij gequalificeert, heeft ten overstaan van den Heeren Baron van Egten tot den Arenthorst en J. van Muijden, met adsistentie der gezwoorens Jan Velthuis, Hend. Wittenberg, Jannes Boeseman, Willem Luigjes en Geerlich Janzen, daartoe gebodet en met hulpe van den timmerlieden uit Ommen, Roelof Grotenhuis met zijne knegts en Antonij Hellendoorn, op huiden dat getimmerte geheel geremoveert en de aardappels op de daarbij geoccupeerden grond omgeroeijt, met aanseggingen om dien gehelen grond ten profijte van de Markte van Varsen te laten leggen en de afbraak van daer weg te voeren;
Bij welke gelegendheid en voordayt tot dese werkelijke remotie en uitroeijing der Aarappels, (het eenigste gewas dat er op stond) is geprogredieert, aan Gerrit Reuvens is voorgehouden en wederom voorgeleezen
1. De voorsch. MarkenResolutie van den 13 meij 1778.
2. de sommatie en denuntiatie aan Gerrit Reuvens door Gerrit Sandink den 15 junij 1778 zelven gedaan, houdend declaratoir van hem Gerrit Reuvens tegens deze markenresolutie niet te willen maintineerenof zigh tegen dezelve te versetten;
3. De insinuatie door Dr. Schomaker g.p. den 28 julij gedaan, met in tlematie aan Gerrit Reuvers en met overgevinge van het dubbeldt aane Gerrit Reuvers en Gerrit Sandink beiden, om dit getimmerte die week te removeren en het geoccupeerde land te laten liggen bij bedreiginge als dan bij:
4. De volmacht door welgemelde Heeren gecommiteerden bij gezeide resolutie van den 13 meij 1778 daertoe gequalificeert op Dr. J.J. Schomaker gepasseert den 1 dezer voor den Magistraat van Zwoll.
Waarop Gerrit Reuvers niet anders gezegt en geandwoord heeft dan dit volgende:
Dat hij zich houd aan zijn recht van Gerrit Sandink, Willem Habers en Tijding, die het hem tezamen in Erfpacht verhuurt hebben; De eerste 4 jaren om niet en in het vervolg 30 guldens eeuwiglijk en erflijk; den sloot moeten zij er om heen heen leveren; Gerrit Reuver moet wenden 1 1/2 roede bree en twe spid diep; Als zij willen telgen pooten, moet hij een rijge telgen gaten maken.
Aldus gedaan en geschied te Varsen en getekent den

fol. 74

den 10 Augustus 1778
X
Dat dit bovenstaande merk door
Geerlich Janzen in onze preesentie op dato
voorsch. na duidelijke voorlezingen getrokken,
getuigen wij Jan Velthuijs, Jannes Boesseman,

A.J. Schomaker g.g., Jan Velthuijs, Hendr. Wittenberg
Jannes Boesseman, Willem Luigijs in fidem A.N. Fabius.

Markeboek Varsen 1779

1779 den 5 meij zijn de Erfgenamen van de boerschap Verssen na voorgaande convocatie vergaderd geweest in de herberg 't Swarte Paard op de Arenthorst, wanneer praesent waren de hoog Weggeb. Heer van Echten tot Arenthorst, de gemeensman J. van Muijden, Dr. H.J. Schomaker, Dr. H.J. van der Wijck, Dr. G.W. van Marle, Dr. H. Brouwer, Brinkhuis, Sandink en meer andere
En is door de Markenrigter voorgedragen dat bij de Resolutie op de laaste vergadering genomen was gepermitteerd, dat Brinkhuis sijn nieuw getimmerde aan de Hessenweg sou behouden, wanneer hij binnen 6 weken bewees, dat dit getimmer stond binnen het kielspit in den jaare 1759 door de Heer graaf van Rechteren toenmalige eigenaar van Brinkhuis gemaakt en dan dien ten gevolge aan de verw. markenrigter waren geinsinueert eenige documenten waer omtrend de Heren Erfgenamen nu konden delibereren of deselve voor sulks factoren wilden houden.
Waarop de Erfgenamen hebben goedgevonden, te committeren de Markerigter of verw. markenrigter nevens de Heeren van Muijden en Dr. Brouwer om die bewijsen nader te examineren en te onderstaan of er een vriendelijke schikking te maken is, en van hunne bevindingen te rapporteren.
En heeft Jan Brinkhuis overgegeven deze memoirie of protest, welke in het Markenboek sal worden geinsereert sonder prejudicie van de overige Erfgenamen.
"Jan Brinkhuis protesteert ten eigelijkensten regtens van alle prejudicie, welke hij door eenige Erfgenamen resolutie omtrend desselfs regt in 't generaal en desselfs getimmertens in 't bysonder soude kunnen of mogen lijden, versoekende van de resolutie der Erfgenamen op heden genomen copie, ten einde deselve t kunnen examineren en dien na te doen als na rade als gedenkende daar omtrend te blijven in sijn geheel. versoekende dat dit in 't markenboek mag worden geinsereert".
Voorts gedelibereert zijnde over het tweede poinct bij de publicatie vermeld het afhoren en sluiten der rekening van e wijlen verw. markenrigter Stenfers is goedgevonden te committeren de Heeren Van der Wijck en Van Marle om dese rekening te sluiten. de overschietende gelden en marktenpapieren over te nemen en die ter hand te stellen aan de tegenwoordige verw. markenrigter om deselve te brengen in ontfangst sijner te doene rekening, zijnde tot wegneming van alle sisputen hier omtrend in 't vervolg goedgevonden aan de administrerende Markenrigter of Verwalter te accorderen vijv

fol. 75
percent voor de ontfangst en uitgave te samen genomen.
Dienna heeft Dr. Schomakers rapport gedaan van een gevallen decreert van 't Hooged. Landdes gerigte van Salland van de 31 octob. 1778, waerbij Gerrit Reuvers gecondenneert is met sijn getimmer de geoccupeerde grond te ontruimen met declaratoir dat sijnled ingevolge die sententie sal voortvaren ten waere de Erfgenaamen het anders moeten begrijpen.
Waarop goedgevonden is, dat de Heer Schomakers met de saak sal moeten voortvaren gevende aan Reuvers dan nog een uitstel van twee maanden na dato deses om te ontruimen, en inhoereren de Heer van der Wijck, en Dr. Brouwer hunne schriftelijke advisen over deze saak die in het Marktenboek geregistreert sijn.
En is in plaats van de overleden Camer. Golts tot Heemraad aangesteld de Heer J. van Muijden, voorts tot de commissien waarin de Heer Camn. Golts was benoemd nu gequalificert de Heer Dr. G.W. van Marle.
Wordende eindelijk aan de Markenrigter en Heimraden gerecommendeert te examineren het afnemen van de Mars beneden de Dunnewind en aan de Markte rapport te doen wat voorsieninge daertegen sou kunnen worden gebruikt.
Aldus gedaan en geresolveert op dato voorsch.
ondertek. A.v. Echten, J. van Muijden, G.W. van Marle g.g. Hend. Joan van der Wijck, H.J. Schomaker, H. Brouwer
in fidem A.N Fabius.

Markeboek Varsen 1781

den 14 september 1781
Marke vergadering te Varsen aan het Swarte Paard gehouden zijnde, waren praesent de Heeren
A. baron van Echten tot den Arentshorst, Erfmarkenrigter,
H.J. Schomaker, H.J. van der Wijck, Jan Brouwer voorts Jan Brinkhuis, Jan Olde Egberts, Gerrit Sandink, Claas Nengbers en Gerrit Grotenhuis, Geerlich Jansen, Hend. Wittenberg.
Zijn voorgebracht de pointen in de convocatie van den 31 aug(den 2 en 9 deser verkerkspraakt) vervat als naamlijk
1e. of niet raadsaam geoordeelt word eenige verafgelegene turfgronden akkerswijze te verkopen of uit te turven.
2e. Over de manier van turfgraven en ter voorkoming van spolieeren van de turf en honden door ongeregtigden.
3e. Over de aanstellinge van de Gezworens, of niet raadsaam geoordeelt word, dat de aangestelden een reglement observeeren.
Waarop omtrent het eerste en tweede geresolveert is
Dat de gecommitteerders, welken bij resolutie

fol. 76

resolutie van den 16 julij 1777 en vervolgens den 11 augustus 1778 gecommitteert zijn geworden om een project te formeeren, hoe en op wat wijze de ongeregeltheden omtrent het turfgraven en verkopen buiten de Markte best zal kunnen belet worden, enz. en hun ten eersten te doen rapport dit mede in overweginge zullen brengen, tevens met een bestek, om de verkoop goedgevonden wordende die daarnaar te kunnen inzichten;
Hebbende die gecommitteerdens allen hier praesent aan genoomen die visitatie en opneeming der veenen, provisioneel op den 26 septemb. 1780 door de Hren. Schomaker en Jan Brouwer geschied, nader bij bekwaam weer den 21 deser te doen en daarvan het rapport in te brengen.
Omtrent het derde.
Dat bij provisie de aanstelling der gezworens zal blijven op den ouden voet, tot dat daarover nader sal worden gedisponeert zodanig echter, dat de aangestelde gezworens zich 's jaarlijks voor Maij zullen vervoegen bij den MarkenRichter ten fine van approbatie mede bij provisie en welke word versogt een reglement voor de gezworens te projecteeren, zo veel moogelijk en voor so verre noch van toepassing zij conform de oude willekeuren en resolutien hier omtrent.
Zijnde verder op het rapport van de in desen jare gedane schouwe volgens het verbaal van den 15 augustus 1781 daarvan geproduceert, goedgevonden de Heren Markenrigter en Schomaker daaromtrent reeds bij resolutie van den 11 aug. 1778 omtrent het derde point aldaar geualificeert geweest zijnde, alnog te qulificeren, om die Dukers en Zijel so zij nodig vinden mogten, te laten maken, repareren en verleggen en daartoe so doenlijk eeken planken te neemen wordende dezelve Heren gecommitteerdens versogt en gequalificeert, om ten aansien van het kribbetje in dit verbaal vermelt, behalven het geen er onlangs reets geschied is, die voorsiening te doen, dat 't zij door zo een nieu kribbetje, als andersins het verder verminderen van dien weg of afvallen van den oever worde voorgekomen op de min kostbaarste wijze, hoe eer hoe liever.
Blijvende dus het verder kribben volgens het verbaal van den 10 junij 1779 over

fol. 77

door de daartoe op den 5 may daar te vooren benoemde gecommitteerders geproponeert, bij provisie tot nadere resolutie in advies.
Hebbende verder de Heer Erfmarken Rigter gerapporteert, dat zijn Hoogb. verneemende, dat men veel turf dit jaar gegraven hadde en dit door ongeregtigden weggevoert wierd, tot voorkoming van verdere des ordres en schadens die verkogt had voor hondert en agt guldens, zuiver voor de Markte het welk voor communicatie aangenoomen en voor het tegenswoordige geapprobeert is Was met verscheiden handen getekent.
A.v. Echten, Hend. Joan van der Wijck, A.J. Schomaker, J. Brouwer in fidem A.J. Schomaker.

Markeboek Varsen 1783

Den 14 februari 1783 naar voorgaande convocatie zijn de Erfgenaamen van Verssen vergaadert aan het Zwarte Paart in den Arentshorst waaren praesent de Heeren.
A. Baron van Echten tot den Arentshorst ErfmarkenRigter, de gemeensman J. van Muijden, J. Brouwer voorts Mensing, Brinkhuijs, Zanding, Gerrit Grootenhuijs, Claas Ninberts en meer anderen.
1. voorgestelt zijnde ingevolge kerkenspraake van den 22 jan. 1783 het gedaane voorstel en versoek van de Boermannen van Verssen aan d Erfgenaamen om eenige veenen te verkoopen ten fine topgensoms gelt ter opbouwing van de schoole uijt die penningen te voldoen. De preesente Erfgenaamen consenteeren in dit bovenstaande versoek uijtgenoomen de Heer J. van Muijden, desgelijks naamens de Heer J. van der Wijk als gevolmagtigde van deselve, so lange de rekeningen van de schult van de Markte niet sijn opgegeeven.
ter voldoeninge in soo verre aan dintentie van die beijde Heeren wort de Markenrigter versogt en gequalificeert om de schulden van de Markte op te Eijschen, en bij d eerste Erfgenaame Vergadering te vertoonen.
2. op het gedane voorstelt om insgelijks eenige veenen te verkoopen ten Eijnde de schulden van de Markte hoe eer hoe liever te kunnen voldoen wort gestelt om op d eerstkomende vergadering volkomen op te resolveeren.
De Markenrigter aan d Erfgenaamen voorgedraagen hebbend dat bevonden hadde dat het leggen van een Duiker of pompe in de weg naar Ommen in de Stegen bij Grotenhuijs van geen nut konde zijn en dat de timmerman maar een ducaat onderscheijt maakte in het bekostigen van een Bruggie so hadt gelast der een Bruggie te leggen.
hierin hebben alle d Erfgenaamen haar goetkeuring gegeven houdende de Heer J. van Muijden naamens de Heer van der Wijk dit in advies.

fol. 78

De Heer Baron van Voorst Scholtis van Ommen en den Ham aan d Erfgenaamen te kennen gegeven hebbende dat de boeren weijgerig waaren de agt mudde scholten rogge te voldoen.
Hebben de gesamentlijke Erfgenaamen dit bint overgenoomen om op d eerste Erfgenaame Vergadering in deliberatie te brengen.
De Scholtis geeft ook te kennen aan d Erfgenaamen dat er van duitsetting van 1775 te kort quam drie vierendeel jaars, van 't hoorengelt en 't gesaij
Dit point wert ook voor communicatie aangenoomen om er nader over te delibereren.
De Gemeensman, Schulte van Ommen geproponeert hebbende dat er gevoeglijk een waaterleijding tuschen Ommen en Verssen naar de Vegt konde gemaakt worden op de scheijt van Ommen en Verssen,
hierop is van de kant van Verssen gecommitteert de Markenrigter, J. Brouwer, J. van Muijden om het met die van Ommen in ogenschijn te neemen
aldus geresolveert op datum als boven. A. van Echten.

1783 den 15 julij zijn de Erfgenaamen van de Boerschap Verssen naar voorgaande Convocatie vergadert geweest in de Herberg het Zwarte Paart op den Arentshorst. Preesentibus
De Heer Baron van Echten tot den Arentshorts als Erfmarkenrigter, de Heeren Johan Martinus van der Upwegh, J. van Muijden en H.J. van der Wijk, Jan Brinkhuis, Old Egbers Jan, Zeijne Geerlijk, Gerrit Sandink, Gerrit Grootenhuis, Claas Nengbers, Hendrik Wittenberg.
Als wanneer de Heer Erfmarkenrigter heeft overgegeeven een reekening aan sijn H.W.geb. ter hant gestelt weegens salaris en verschot door wijlen den Heer Advocaat H.J. Schoemaker voor dese markte gedaan, sig bedraagende de somma van f. 101 - 4
waar aan moest gekort worden weegens het geene
de Heeren van Marle en van der Wijk, weegens
afreekening met mevr. de weduwe Stenvers ont-
vangen en aan de Heer Schoemaaker ter handt
gestelt hadden ter s. van 42 - 10
__________
rest 58 - 14
Voorts heeft de Heer Markenrigter overgelegt een reekening van ontfangst en uijtgaafen door de Heer advocaat fabius als Verwalter Markenr. deeser Markte gedaan waar uijt gebleeken is dat meerder was uijtgegeeven als ontfangen de
somma van 148 - 10
dan nog een rekening van de timmerman
Antoni Hellendooren over den jare 1781 groot 7 - 5
dito van Roelof Grootenhuijs weegens sijn
verdienst bij het demolieren van Reuvers huijs 2 - 4
een reekening van Mensing weegens geleevert
hout 1781 16 - 12
dito van de Markenrigter weegens onkosten bij
het formeeren van t register van t hooftgelt en
verschotten van de kerkenspraaken groot 7 - 10
dito van de Hospes weegens verteering bij de
Erfgenaamen vergaaderingen en schouwen gedaan
van de jaaren 1779 tot den 14 febr. 1783 ter s 199 - 19
____________
bedraagende alsoo de schulden der Markte de S f. 440 - 10

Waarteegens de Markte nog in Cassa heeft het geene de Heer Markenrigter blijkelijk uijt de Erfgen. Res. van den 14 sept. 1781 weegens verkogte turf ontfangen ad 108 -
______________
rest f. 332 - 10

Wijders hebben eenige Boeren deser markte te kennen gegeven dat sij voor eenige jaaren buijten kennis der goetsheeren een school binnen deeser markte hebben laaten timmeren, waartoe sij hadden opgenoomen om thans schuldig waaren aan Poortman te Gietmen en sijn Broer Lubbert de somma van 225 -
en weegens rente voor 5 jaaren tot S. Martini
1783 incluis sjaars 3 - 10 39 - 7- 8
nog weegens onkosten die door Poortman ter weeder
bekoominge van sijn gelt waaren aangewent ongveer 25 -
____________
en dus te saamen een som van 289 - 7-8
____________
621 -17-8
Versoekende dat de Heeren Erfgenaamen hiervan deese schult
geliefden te ontheffen, en deselve over te neemen, waar op gedelibereert zijnde is goet gevonden dat versoek te accordeeren en gemelde schuldt van twe hondert neegen en taggentig seeven st. en 8 pen. als schult deeser markte aan te neemen mits nogtans de bestellinge over de schoole het beroep van de schoolmeester ent t geen daar verder toe betrekkelijk is int t vervolg overgelaaten wort aan de gesammentlijke goetheeren.

fol. 79
en vermits nu alle de schulden deeser markte bedraagen de somma van ses hondert en twintig guldens seeventien st. en agt penningen tot welker betaaling geen gelt voor handen is, is goetgevonden ditmaal nog die penningen te vinden uijt eene te doene verkoop van 61 blokkies veen bijlangs de Stouwe, wordende de Heer Markenrigter versogt de verkooping daarvan ten eersten werkstellig te maaken volgens de afbaaking daar van reets gedaan uijtgesondert dat aan jeder Blokkie in de lengte een roede nog sal bijgevoegt worden, zich wijders met de ontfangst der kooppenningen van dien te chargeeren en daar uijt te voldoen de hier voorenstaande schulden der markte teegens overneeming van quitancien en die te doene ontfangst en uijtgaave te verantwoorden in de eerst te doene reekeninge.
Wijders sijn de Heer Markenrigter en de Hr. J. van Muijden versogt om een middel te zien uijt te denken tot een vast blijvent fonts voor de Markte waaruijt de markte jaarlijks het geene tot onderhoud van bruggen, duikers noodig heeft zal kunnen gevonden worden.
op het geproponeerde van Dr. van der Wijk, weederom insteerende gelijk hij op den 11 aug. 1778 reets gedaan heeft om eindelijk eens onderrigt te zijn van het gevoelen van de Heeren Erfgenaamen of sij de Veltgrondt door hem van de koopman Brouwer voor eenige jaaren aangekogt, van de Graavenakker tot aan de Hessenweg schietende voor markte gront houden, dan wel voor grond die den koopman Brouwer heeft toebehoort, is verstaan dat die Veltgrond is markte grondt, waar voor de goetsheeren se houden soo lange Jan Brouwer niet sal hebben aangetoont, dat se hem door de goetsheeren is afgestaan of toegedeelt.
Voorts is naar ingekoomen rapport, dat sulks tot geen naadeel voor de markte verstrekt aan Dr. van der Wijk ter volkoomen genoegdoeninge van het toegesegde bij resolut. van den 24 april 1759 breeder vermelt bij Resolutie van den 11 aug 1778 toegestaan om de hoek bij langs de Vegte in een regte lijn loopende van de sloot bij langs de akkermaals hegge op de Dunnewint noortwaats aan tot in de Vegte te moogen aangraaven, Reserveerende de Heer van Echten, om sulks in oogenschijn te neemen en so sijn H. wel gebr. Gestr. hier iets tegens mogt hebben, daar van aan de Heer van der Wijk kennen te geeven en ten daage van de verkoopinge der veenen welke sijn sal vrijdag den 1 aug. aanstaande.
Eijndelijk is op het derde point bij kerkenspraake vermelt naamentlijk de klagte van de Scholtus van Ommen en Den Ham over de verweijgering der Boeren van een zeeker agt mudden Rogge, goetgevonden dr. van der Wijk te versoeken, om te willen ondersoeken of en in hoeverre de boeren tot betaalinge dier Rogge verpligt sijn, en daar van rapport te doen op d eerstkoomende markte vergadering op welke en vordere vergaderingen de Erfgenaamen geresolveert sijn op hun eijgen beurssen te teeren.
was met verscheijdene handen geteekent.
A. van Echten, J.M. van der Upwich, Hend, Jan van der Wijk, J. van Muijden.

Naar voorgaande wettige convocatie sijn Erfgenaamen van Verssen vergadert aan het Zwarte Paart in den Arentshorst op den 12 sept. 1783
1. Zijnde door de Markenrigter verslag gedaan dat de verkofte veen blokkies veen opgebragt hebben 847 - 5 - 0 waar af moet d onkosten bij de verkoopinge soo aan strijkgelt aanwijsinge als andersints het welke door d Erfgenaamen voor communicatie is aangenoomen.
2. Door de Markenrigter sijnde gerapporteert dat het hoekie gront bij de Dunnewint welke bij de voorige Erfgenaame vergadering sig gereserveert hadt in oogenschijn te neemen, het selve in oogenschijn genoomen heeft, en bevonden hadt dat het geen naadeel voor de markte was en dierhalven der niet teegens hadt, wordende dus van d Erfgenaamen in geconsenteert.
3. Op de propositie van eenige Erfgenaamen om eenige gronden van de markte egaal onder de gewaarden, een ieder naar rato van sijn waartal te verdeelen zijn de Heere Markenrigter, Van Muijden

fol. 80

Van der Wijk en Jan Brouwer, gecommitteert en versogt, om sulks in oogenschijn te neemen, en te sien of er eene zoodanige verdeelinge gevoeglijk soude kunnen geschieden, en daar van te rapporteeren op de eerstkoomende vergadering die gehouden sal worden in de maand november anstaande.
4. De Heer Markenrigter heeft overgegeven een concept reglement voor de geswoorens, welke door d Erfgenaamen is goetgekeurt en agter deese resolutie, int markeboek sal worden geinsereert en daar van een dubbelt ter hant gestelt aan de tijdelijke geswoorens om sig daarnaa te reguleeren, zullende de afgaande geswoorens telkens gehouden sijn, het voornoemde dubbelt, aan de nieuw aankomende geswoorens weederom over te geeven
5. vermits de houten duijker leggende aan de Vegt bij Binnenmars te eng is, en geen genoegsaam waater kan afbrengen, is goetgevonden den Heer Markenrigter te versoeken, om eens te laaten maaken een begrooting van kosten van een daar noodig sijnde duijker van steen en ook eene begrootinge van eene houten duijker, ten eijnde dan naader te kunnen bepaalen welke van beijden aldaar sal dienen gelegt te worden.
6. Voorts sijn de Heeren markenrigter neffens de Heeren van Muijden, Van der Wijk, en Brouwer versogt eens naa te gaan, waar ter plaatse hier in de Markte aan de Vegte of Regge kribben dienden gelegt te worden, en waar en hoe de weg bij de nieuwes te leggen duijker bij Binnenmars best diende te worden opgehoogt.
7. Op d ingekoomene klagte, als of Wittenberg agter Binnenmars de weg te seer door het pooten van willigen soude benauwt hebben zijn de in voorige artk. genoemde gecommitteerdens versogt sulks in oogenschijn te neemen, en heeft Wittenberg hier preesent aangenoomen deselve te sullen removeeren indien bevonden wierde, dat hij deselve te naa geset hadde.
8. De Heer Markenrigter wort versogt om een spikke te laaten maaken tusschen het Ottersvelt en de Westerlange.
9. Terwijl er van tijt tot tijt telkens door de schippers dijken in de Regge gelegt, worden en sulks tot groot naadeel deeser markte geschiet, so wort de Heer Markenrigter versogt de schippers door briefjes, die aan de Dunnewint, en aan de Nijebrugge in de herbergen sullen gelegt worden, te waarschouwen om dit leggen van dijken voortaan naa te laaten bij poene dat teegens hun andersints sal worden geprocedeert, naar inhout der placaten deeser lande, en worden de geswoorens gelast om agt te geeven of er int vervolg weederom dijken gelegt worden, daar van dan aanstonts aan den Hr. Markenrigter kennis te geeven, en in middels de gemaakte dijken te doen doorsteeken.
was met verscheijden handen geteekent.
A.v. Echten, B.A. van Heemert, Hend. Joan van der Wijk
Joan van Muijden en J. Brouwer.

fol. 81

Reglement voor de geswoorens.
1. De geswoorens sullen naar ouder gewoonte uijt de gewaarde gekoosen worden.
2. Zullen sig bij haare aanstellinge aanstonts bij de markenrigter moeten vervoegen, ten fine van approbatie, en bij handtasting in edes plaats belooven, de wille keuren, van de markte soo veel moogelijk te observeeren en te doen observeeren, en aan de markenrigter kennis geeven van de breukvelligen bij boete van twe g. guldens.
3. Desgelijks aan de markenrigter kennis geeven van tgeene haar mogt voorkoomen nuttig te zijn voor de markte en de markenrigter soo veel moogelijk helpen, in het doen naar koomen van de resolutien der Erfgenaamen.
4. Ingevalle selfs mogten bevonden worden aan vreemden tsij met te permitteeren of oogluijkender wijse toe te laaten turf te graaven honden te steeken, of in weijden op gemeene gront van de Markte, soo sullen de geene die daar op mogten bevonden worden, vervallen in de boete van tien Car. guldens half ten profite van de Markenrigter en half voor de geswoorens die sig niet aan hebben schuldig gemaakt en die kennis van gegeven hebben, ingevalle de geswoorens sig samentlijk aan mogten schuldig maaken sal de helfte van de boete zijn voor daarbrengen.

1783 den 5 december zijn de Erfgenaamen van de boerschap Verssen in de Herberg het Zwarte Paart op den Arentshorst vergadert geweest, om ingevolge voor afgegaane kerkenspraken aan te hooren het verslag van eenige bij voorige Resolutien opgedragene commissien insonderheijt over eenige gronden der markte, om die naar waartal te verdeelen, en om daar over hetgeene verder voor de markte nuttig geoordeelt zal worden, te delibereren en waaren des tijts preesent. De Heer Baron van Echten tot den Arentshorst, als Erfmarken rigter, de heer Baron van Hemert tot den Krijtenberg. de heer j. van Muijden, de heer J. Brouwer, Dr. H.J. van der Wijk voorts H. Wittenberg, Sandink, Brinkhuijs, Old Egberts Jan, Nembers, Geerlich.
Omtrent de voorgeslaagene verdeelinge der Veltgronden hebben de Heeren hiertoe gecommitteert, gerapporteert, dat soodaanige verdeelinge zoude kunnen gevonden worden op die wijse, dat op ieder Waare wierde toegedeelt, twe morgen veltgrondt, of heijde grond, of daar zoodaanige grond niet gevonden konde worden, de halfscheijt daarvan in groengronden en dus op jeeder waare een morgen groengrondt, en zoo vervolgens een jeder naa raato van sijn waartal, en dat in die verdeelinge soude kunnen gebragt in de eerste plaats de nog onverdeelde heijde grondt ten zuijden van de Hessenweg, van de Hoekkamp afgereekent, en soo voorts Oostwaarts in en dat al het geene aldaar niet gevonden konde worden, men diende toe te deelen uijt het Flier, uijt Den Brink en uijt het Velt over de Vegte bij den Dunnewint, waarop gedelibereert zijnde is goetgevonden voorschreeven Rapport wel int generaal te approberen, dog des onverminderd De Heeren hiertoe gecommitteerd naader te versoeken, om soo dra moogelijk eene toedeling op de respective waaren in voegen voorschreeven te beraamen, en een plan daarvan op de eerstkoomende Erfgenaame vergaderinge in het aanstaande voorjaar te houden ter naadere approbatie over te geeven. En zijn de Heeren gecommitteerden wijders versogt om tegen die vergaadering de rapporten omtrent de overige aan

fol. 82

aan hun gedemandeerde commissien te vervaardigen en als dan in te brengen.
Wijders is geresolveert, dat op den landsdag, welke in de aanstaande weeke staat gehouden te worden, naamens de Erfgenaamen aan Ridderschap en Steeden bij request al worden ver-
sogt om een tractement voor een schoolmeester in de boerschap wordende. De Heer van der Wijk versogt de besorging van zoodanig request op sig te neemen.
was geteekent met verscheijdene handen.
A.v. Echten, J. van Muijden, D.A. van Hemert, J. Brouwer, Hend. Joan van der Wijk, J. Old Egberts, Hend. Wittenberg, Gerrit Grotens, Klaas Nengbers.

Markeboek Varsen 1784

1784 D. 22 junij sijn DErfgenaamen van de Boerschap Verssen in de Herberg Het Zwarte Paart vergadert geweest, om ingevolge voor afgegaane kerkenspraaken, aan te hooren de raporten die er mogte gedaan worden, en voorts te resolveeren het geene ten dienste deeser markte nodig sal bevonden worden.
Preesentibus
De Heer Baron van Echten tot den Arentshorst als Erf markenrigter, De Heer J. van Muijden, J. Brouwer, H.J. van der Wijk, voorts Old Ekbers Jan, Willem Nabers, Willem Tidink, Johannes Kamper, Berent van den Belt en G. Sandink te saamen voor het Erve Sandink,
Brinkhuijs, Wittenberg, Geerlich, Klaas Nenbers, Gerrit Grotenhuijs.
Als wanneer de Heeren van de commissie tot de verdeelinge der Veltgronden en andere Pointen aan hen gedemandeert hebben voorgedraagen dat sij door verscheijdene omstandigheeden tot dus verre niet in staat waaren om een volleedig Rapport omtrent alle de pointen uijt te brengen dog tragten souden het selve op de eerstkoomende vergadering te doen; van dat in bedenkinge gaaven of niet intuschen omtrent de te leggene duiker bij Binnenmars finaal diende te worden geresolveert waarop gedelibereert zijnde is goetgevonden te bepaalen dat gemelde duijker van steen sal worden gemaakt en de weg daar neevens opgehoogt en met kribben tot dakking van de selve voorsien, wordende de Heer Erfmarkenrigter beneevens den Heer van Muijden versogt de noodige bestekken tot het een en ander te vervaardigen en so wel het maaken der duijker en kribben publijk aan de minst aanneemende aan te besteeden als meede het opsigt over het voorschreevene werk te willen hebben op het geproponeerde van eenige boeren deeser Boerschap, dat in het vervolg niemant tot geswooren mogt worden aangestelt, ten sij hij in deese Boerschap woonagtig sij. is goet gvonden sig daar meede te voegen, en dien ten gevolge den 1 artik van het Reglement voor geswoorens daar meede te ampleeren en te veranderen op deese wijse De geswoorens sullen naar ouder gewoonte gekooren worden uijt de gewaarden binnen deese Boerschap woonagtig.
Het versoek van Old Egbers Jan en Jan Brinkhuijs, om uijtstel van betaalinge te moogen hebben van eenige veen blokkies door hen in de laaste verkoop van veenakkers gedaan, is aan hun toegestaan, en het uijtstel verleend tot primo meij 1785 aanstaande, hebbende Gerrit Sandink sijne borgtogt voor de kooppenningen, der door hun gekogte veenakkers gecontinueert en sulks in deese vergadering aangenoomen.
De Hr. MarkenRigter eene rekening hebbende overlegt van Old Egberts Jan ten laste van deese Markte ter som. van 15 - 10 - 10 geresolveert den Heer Markenrigter te versoeken die reekening uijt de markte penningen te betaalen naar aftrek van twe guld voor het toeslaan der waaterleijding en toe meeting van de dijken van de onderste post van 1 - 10 en dies met een somma van twaalf guldens.

Fol. 82 a.

1784 den 16 aug. gemeeten
In het Vlier -- 1600 roeden goede gront.
ten Oosten van de camp van de gemeensman Van Muijden.
De gront daar Berent Hoes woont 1628 roeden/
agter Smeedinks Riete 370 roed. /==2423 roeden
Geerling 148 roed. / tuschen de
Brinkhuijs 277 roed. / kamp van de
gemeensman van
van Muijden ende
Nieuwe Herberge

Luchies kamer 1228 roed

Sandink //
Marle //
Muijden // == 1665 roed. 2893 roeden tuschen de
Marle // Nieuwe Herberg
Brouwer // en de Scholten Steege

Van de Scholten Steege
tot aan het gebouwde 1082 roeden

op de Mars ten westen
van Smeedinks weijde 918 roeden goede gront.

Dus bevonden aan goede gront --- 2518 roeden
aan woeste gront --- 6398 roeden

fol. 83

Alsoo de schoole in de deese Boerschap eenige schaade aan het dak geleeden heeft, wordt de Heer markenrigter versogt sorge te draagen dat deselve wederom behoorlijk met dak voorsien wordt waar toe de huijslieden hier praesent zelve gewillig hebben aangebooden het stroo te leeveren.
Eijndelijk is op versoek van Gerrit Reuvers, om eenig onderstant te moogen hebben, goetgevonden om voor reekeningen van de Markte een melkkoegien te koopen, mits niet booven de vijf en twintig guldens, en hem het selve in gebruijk te geeven, hebbende de Heer Brouwer op sig genoomen sulks te sullen besorgen, en teffens dat de noodige aanteekening daarvan ten protocolle geschiee.
onderstondt
A. van Echten, J, Brouwer, J. v. Muyden, Hend. Jan van der Wijk, Willem Haabers.

Markeboek Varsen 1786

1786 den 14 julij zijn d'Erfgenamen van Verssen ingevolge voor afgegaane Kerkenspraake vergadert in den Arentshorst aan het Zwarte Paart; Presentibus de Heeren. A. Baron van Echten tot den Arentshorst als Erfmarkenrigter, de Heer J. van Muijden, J. Brouwer, W.L. van der Upweg voorts old Egberts Jan, Wittenberg etc.
Naar vooraf de questieuse plaats of soo genaamde Plompen Kolkie in oogenschijn genoomen te hebben het welke als de scheijt van Verssen wort gehouden, en waar over oneenigheijt tuschen de meijer van het Laar en Heeren uijt Zeese Meijer van de Generalinne de famars, opstaan was, soo hebben de presente Erfgenaamen goedgevonden om van haar kante deese Zaak tot den agtiende augustus aanstaande uijt te stellen, en als dan naader over te vergaderen en de saak so lang ongeprejudicieert van weerskanten in stata quo te laaten, waar meede de Heer Cremer als gevolmagtigde van de Generalinne genoegen genoomen heeft. Verders over het versakken van het entie van de kribbe aan de Mars gesprooken sijnde is het selve gedemandeert aan de Heer Markenrigter en Heijmraaden om op de bequaamste wijse te laaten remedieeren.
was geteekent.
A. van Echten, J. Brouwer, H.H. Kremer g.g. J. van Muijden de Heijmraat, W.L. van der Upweg.

1786 den 18 augusti zijn d Erfgenaamen van de Boerschap Verssen vergaadert in de Herberg het Zwarte Paart, om ingevolge afgegaane kerkenspraaken te delibereren over het different tuschen de meijer van het Laar, en Herink Boer, over het weijden van de schaapen en wat verder ten dienste noodig zou bevonden worden van de Markte.
Praesentibus De Heeren A. Baron van Echten tot den Arentshorst als Erfmarkenrigter, J. van Muijden, Hend. Joan van der Wijk pro de en naamens zijn schoonsuster mejuffer van Muijden, M. Baeselman naamens mw. van der Upwich,
Old Egberts Jan weegens 1/2 waare uijt Bosch Erve,
Wittenberg weegens 1/2 waare uijt Ter Schuer
en is in opsigte van bovengemeldt different in consideratie genoomen zijnde dat vermits de Erfgenaamen nog niet genoegsaam
onderrigt sijn, van de limiet scheijdinge tuschen dezes boerschap en die van Seese, waarvan de decisie, omtrent het onderheevig geval sal afhangen; goetgevonden deese saak, al nog in advies te houden ten tijd en wijle toe, dat mevrouw van de Upwich, de Erfgenaamen naader opening sal hebbeb gegeeven omtrent den staat des verschils en de gronden waar op de sussustanie van des selver meijer Larink steunt; en wort gemelde mw. van der Upwich versogt der selver consideratien daar over aan den Heer Erfmarkenrigter in te senden binnen ses weeken naa dato deeses, en de Heer Erfmarkenrigter versogt aan haar Ed. per Extract deeses van dit geresolveerde kennis te geeven.

Fol 83a

Voorts is goet gevonden aan Old Egberts Jan voor extra ordinaire moeijte en arbeijtsloon bij het maaken van de Hoofden aan het Zijltien aan de Mars toe te leggen de som van vier guldens,
Die de Heer Erfmarkenrigter versogt wort aan deselve teegens quitantie te betaalen, en te verreekenen in sijne te doene Reekeninge van ontfangst en uijtgaaven deeser Markte.
was getekent. A. van Echten, J. van Muijden, Hend.Joan van der Wijk, M. Baeselman g.g., Hend. Wittenberg, Jan Old Egberts.

Markeboek Varsen 1787

fol. 84

Ingevolge voor afgegaane kerkenspraake zijn de Erfgenaamen der Boerschap Verssen gecompareert in het Zwarte Paart in den Arentshorst op den 19 junij 1787. Praesentibus
De Heeren A. Baron van Echten tot den Arentshorst, J. van Muijden, J. Brouwer, W. van Warmels naamens mevrouw de Douariere van Hemert tot den Krijtenberg, de meede Erfgenaamen van erve Sandink, Old Ekbers Jan, Gerrit Grootenhuijs, Klaas Ningbers, Procur. Baeselmans naamens Mevr van der Upweg,
Over de Praetensie van Hendric Smit te Ommen, is geresolveert om op een naadere vergaderinge over te beleggen.
Verders paport gedaan sijnde van de meetinge van eenige veltgronden ingevolge voorige autorisatie, is deselve voor communicatie aangenomen en de Markenrigter versogt 't selve int Markte Boek 't insereren.
aan Kelderman wort op sijn versoek, uijt besondere consideraatien gepermitteert voor een jaar om eenige schaapen, egter niet booven de vijf en twintig in de Markte van Verssen te weijden.
wordende aan de geswoorens gelast om den eed bij haare aanstelling sonder tijt versuim te presteeren bij de boete daar toe staande, en verval van haar post; wordende 't overige geresolveert tot een naadere vergaderinge.
Verssen den 19 junij 1787. was getek. A. van Echten, J.v. Muijden, J. Brouwer, W. van Warmels g.g. N, Baerselman g.g.

Markeboek Varsen 1788

fol. 85

1788 op den 18 maart naa voorafgegaane Kerkensprake zijn de Erfgenaamen Van Versen gecompareert aan het Zwarte Paart.
Preesentibus: De Heer van Echten tot den Arentshorst
Jan Brouwer, De Heer Staakebrant als Erfgenaam van 't Erve Frijling, de Heer Warmelo als gevolmagtigde van de vrouw van de Krijtenberg, Wittenberg, Meulenbelt weegens 't halfschejt van 't Erve Santink Old Ekbers Jan, Klaas Ningbers.
Zoo is met Pr. N. Baaselman meede hier praesent, geaccordeert en geresolveert, om aan deselve Prode en naamens Hendr. Smit voor verdient salaris en verschot van Dr. H.J. Schoemaker nog te betaalen binnen ses maanden naa heeden de somma van agt ducaaten, sullende met de 42-10- op den 15 julij 1783 reets int MarkteBoek al geteekent strekken tot voldoening van al 't geen Dr. Schoemaker weegens verdient salaris in deese Markte competeert, waarin Pr. N. Baaselman bij onderteekening deeses
betuigt genoegen te neemen als meede voor de kosten daar over gevallen, of door Panding veroorsaakt.
Old Ekbers Jan en Brinkhuijs worden gelast om binnen ses maanden aan de Heer Erfmarkenrigter of desselfs order te betaalen hetgeene sij aan de Markte schuldig sijn, wordende de Heer MarkenRigter mits deesen versogt en bevolmagtigt en wel sulks bij deesen om gerientioneerde Paetensie alsmeede alle andere praetensien so die als andersints de Markte Competeerende, door middel Regtens in te vorderen of te doen invorderen; daartoe de goetvinden des een Advocaat of Procureur aan te stellen mits teegen enkelde salaris so der jets door de markte toe mogt moeten betaalt worden, onder belofte van Ratihabitie en indemnisatie Ceteris-Clausulis jure solitis.
Wordende voorts op de Propositie door de Heer Markenrigter gedaan de Boetens bij voorige Resolutien bepaalt sonder onderscheijt verdubbelt. en geteekent.

Markeboek Varsen 1789

Op huyden den agsten julij 1789 naar voorgaande wettige convocatie sijn D Erfgenaamen Van Verssen vergadert aan het Zwarte Paart. Present de Heer van Echten tot den Arentshors, De Heer G.W. van Marle gg., De Heer J. Brouwer, A. Meulenbelt weegens 't Erve Sandink, Wittenberg, Old Egbers Jan, Jan Brinkhuijs, Claas Ninbers.
Op het eerste point van de Convocatie weegens de gepraetendeert aft mudde Rogge van de Boerschap Verssen Neevens D agterstant is geresolveert te Comitteeren de Heer van Echten en de Heer Jan Brouwer ter ondersoeking van de Pampieren en Documenten, hierop Reflecteerende en deselve ter Consideratien van D Erfgenaamen, op eene daartoe Naadere Erfgenaame vergadering in Deliberatie te brengen.
De Heer van Marle heeft gedeclareert gemelde commisioriaal wel te moogen lijden onder Protest van Hier door sig ten opsigte de Vrijheijt van Desselfs Goederen van de questieuse Rogge niet te willen Praejudicieeren
A. van Echten
Willende ten opzichte van de Rogge ongeprejudicieert blijven in soo verre sal bevinden te behooren.
G.W. van Marle
Jan Brouwer willende ten opzigte van de Rogge ongeprejudiceert blijven.
A. Meulenbelt, Hendrik Wittenberg, Jan Old Egberts, Klaas Ningbers, Jan Brinkhuijs.

fol 86

Op huijden den 28 september 1789 naar voorgaande wettige Convocatie sijn d' Erfgenaamen der Boerschap Versssen aan het Zwarte Paart t saamen vergaadert. Present De Heer van Echten tot den Arentshorst, de Heer Burgemeester Sandberg, De Heer Burgem. Van Marle, de Heer van Lochteren Staakebrant, de Heer J. van Muijden, de Hr. Jan Brouwer, de hr. Greeve naamens d Erfgenaamen Zandinks, Meulenbelt, Wittenberg, Old Ekbers Jan, Klaas Ningbers.
Weegens de gepraetendeerde agt mudde Rogge neevens d agterstant wort de Heer Advocaat Greeve gequalficert door degeene die van outs betaalt hebben, om een adres ter Beantwoording aan Rid. en Steeden te Praesenteeren teegens de gestelde tijt.
De Heer van Marle wort toegestaan om op sijn versoek de weg bij Binnenmars te verleggen ten noorden mits de vreedinge aan weerskante te onderhouden.
Weegens de Propositie van Mensink kan voor als nog niet in getreeden worden.
De weg bij de Duijker aan de Vegt wort geresolveert dat die soo spoedig weesen kan herstelt wort.
en op de Klagte van de Zetter dat sommige Huijslieden niet opquaamen om te werken, sullende selve tien stuivers moeten geeven weegens een hantdienst en twee gulden van een waagendienst aan de geenen die mogten de plaats vervullen welke de Zetter van de gebrekigen Beuren sal.
was geteekent. A. van Echten, R. Sandberg, H.W. Greeve enz.

Markeboek Varsen 1790

Op huijden den 16 julij 1790 naar voorgaande wettige Convocatie sijn d.Erfgenaamen der Boerschap Verssen aan het Zwarte Paart t saamen Vergaadert. Present: de Heer van Echten tot den Arentshorst, de Heer Burgemeester Zandberg, de Heer Burgemeester van Marle, de Heer van Lochteren Staakebrant, de Heer van Muijden, Procur. Warmeloo naamens de Krijtenberg, Wittenberg, Claas Ningbers, Brinkhuijs, Gerrit Hendr., Geert Sandinks.
Ten aansien van de Klagte dat het Waater door D Ommers naar de Verssener Woeste Geleijt Wiert wort de Markenrigter en Heijmraaden gequalificeert om het selve in oogenschijn te laaten neemen en bij een volgende vergaadering van te rapporteeren ten aansien der Klagte dat De Brink en de Mars wierden geplagget en zooden afgestooken wordt de Markenrigter en Heijmraaden gequalificeert om een concept te formeeren om deselve volgens Waartal te verdeelen en hiervan aan d Erfgenaamen verslag van te doen.
Weegens de Stouwe tuschen Ommen en Verssen op t Voorveen wort de Markenrigter en Heijmraden gequalificeert om een overslag van te neemen of laaten Neemen en aan d Erfgenaamen over te leggen ten eijnde de Stouwe bij panden gemaakt wort.
Op de Propositie van de Heer Predikant Chevallerau ten eijnde aan Hendrik op Binnenmars een stukkie gront wiert aangewesen hier in kan teegenswoordig niet ingetreeden worden, maar wort de Markenrigter en HeijmRaaden versogt om eens in oogenslag te neemen of soo een stukkie gront kon uijtgesogt worden buijten naadeel van de Markte en hiervan te Rapporteeren.
was getekent R. Sandberg, J.W.A.J. van Lochteren Staakebrant, W. van warmelo, G.W. van Marle, Hendrik Wittenberg, Klaas Ninbers, Jan Brinkhuijs, Gerrit Hendriks, Geert Zandink enz.

fol. 87

Op heeden den 16 november 1790 Zijn naa Voorgaande Wettige Convocatie de Erfgenaamen der Boerschap Verssen in het Zwarte Paart vergaadert geweest Praesent de Heer van Echten tot den Arentshorst Markenrigter, J. van Muijden en J. Brouwer Heijmraaden, G.W. van Marle, J.W.A.J. van Lochteren Staakebrand, A. Sandberg gg W.A. van Laar naamens mw. de wed. van der Wijk, Jan Brinkhuijs, Hendr. Wittenberg, Gerrit Brinks, Klaas Nengbers, Old Egbert Jans.
Wanneer op het versoek van eenige ingeseetenen der Boerschap om hun in het betaalen der Rogge aan de Heer Scholtus van Voorst waartoe sij bij Resolutie van Ridderschap en Steeden, van den 15 octob. laatstleeden gecondemneert sijn behulpsaam te weesen, geresolveert is de Heeren Heijmraden en den Heer Sandberg te versoeken en te Committeeren om vervolg op het gemelde versoek der ingeseetenen finaal te Resolveeren, met de Heer Scholtes in Conferentie te treeden en te onderstaan, waarmeede deselve sig voor gemelde Rogge soude gelieven te vergenoegen in val de Erfgenaamen mogten Resolveeren gemelde schulden voor de Erfingeseetenen in dit partiulier geval te betaalen.
Zijnde op het Versoek van Hendrik Jan Hemsteede geresolveert de Heer J. van Muijden, Jan Brinkhuijs en Hendrik Wittenberg te committeeren om bij het lant waarop Gerrit Reuvers getimmert heeft hem een plaats aan te wijsen om daar op te moogen timmeren tot Revocatie toe en op conditie dat hij verplgt sijn zal, op het Velt en Veen te Passen, dat het selve door geen Ongeregtigden benaadeelt wort, sullende ingeval hij hierin naalaatig mogt bevonden worden, of ook soo hij sig mogt onderwinden eengeturf in de Markte te graaven en die te Verkoopen, of weg te geeven, deese Permissie aanstonst worden ingetrokken. was geteekent W.A. van Laar naamens mw. Van der Wijk geboor. Van Muijden, Gerrit Hendrik Brinkes enz.

Op heeden den 30 november 1790 sijn naar wettige convocatie D Erfgenaamen der Boerschap Verssen vergaadert geweest aan het Swarte Paart Preesentibus: de Heer van Echten tot den Arentshorst Markenrigter de Heeren van Muijden en J. Brouwer als HeijmRaaden, de Heeren van Marle, R. Sandberg, J.W.H.J. van lochteren Staakebrant verders Old Ekbert Jan, Brinkhuijs, Hendrik Wittenberg, Klaas Nimbers, Assien Meulenbelt. e.c.
Op de Propositie om de geene der ingeseetenen welke de agterstandt van de Rogge aan de Heer Scholtus van Voorst ingevolge de Resolutie, van Ridderschap en Steeden van den 15 october moeten betaalen te hulpe te koomen, is bij de Erfgenaamen uijt Consideratie, en sonder dat hier uijt eenige consequentie voor het vervolg sal kunnen getrokken worden, geresolveert zoo veel turfveen bij Blokken te verkoopen, dat daar uijt gemelde agterstandt en de kosten kan gevonden worden op die voorwaarde dat de Eijgenaaren van die Erven of Waaren, welke of welker meijeren niet verpligt sijn tot de Rogge te betaalen, naa dat die Blokken verkogt sijn, sal worden toegedeelt een Blok turfVeen geleegen naast het geene dat thans verkogt sal worden, en wel naa proportie van hun Waartal en van de groote van het veen, dat thans voor de meijeren van de agt Erven die tot de Betaaling verpligt sijn verkogt sal worden.
Zullende de Eijgenaren van die Erven welke geen vol mudde daartoe contribueeren moeten en egter vol gewaart sijn ook naar proportie van het geene hun waartal meerder Bedraagt dan 't gedeelte van 't mudde dat sij contribueeren, een blok veen als gemeldt, worden toegedeelt, sullende de verkooping geschieden door de Heer Verwalter Scholtes van Laar, wort de Heer Markenrigter en HeijmRaaden versogt de noodige Blokken soo onder als Boven de woeste ter plaatse daar de laaste Reijs ook het turf veen verkogt is te doen uijt Baakenen uijtpollen zijnde

fol. 88

Verders de Heer Markenrigter versogt bij kerkenspraaken te Dalfsen, Nieuwleusen, en Ommen aan de ongeregtigden buyten de Markte het haalen van turf uijt deselve te verbieden, op poene van veertien guldens voor ieeder waagen, soo als ook aan alle ingeseetenen van de Markte om eenige turf aan ongeregtigden buijten de markte te moogen verkoopen of weg geeven meede op een Boete van veertien guldens, telkens te verbeuren wanneer daar teegens sullen aangaan en worden de geswoorens gelast hier voor te sorgen, op poene van gelijke boete te sullen moeten betaalen, soo ras hun kan beweesen worden daarvan kennis gehadt te hebben en 't selve de Heer Markenrigter niet te hebben aangegeeven was geteekent A. van Echten, J. Brouwer,
Gerrit Jan Zeijnen, Gerrit Groothuijs enz.

Markeboek Varsen 1791

Op den vijftiende julij 1791 naar voorgaande wettige convocatie zijn d Erfgenaamen der Boerschap Verssen gecompareert aan het Zwarte Paart. Preesentibus de Heer van Echten, de Heer van Marle, de Heeren van Muijden, Slochteren Staakebrant, van der Wijk g.g. Assies Meulenbelt, Wittenberg, Old Egberts Jan, Klaas Nembers, Brinkhuijs, Gerrit Grootenhuijs.
Wanneer de Heer Markenrigter heeft oovergegeven desselfs Reekeningen van ontfangst en uijtgaave welke geExamineert goetgekeurt en geslooten is Zijnded onvangst hondert agt en naegentig guldens vijftien stuivers meer der dan d uijtgaave welke de Heer Erfmarkenrigter versogt wort in desselfs volgende reekening in de ontfangst in te brengen. was geteekent.
A. van Echten, Jan van Muijden J.W.A.J. Lochteren Stakebrant, G.W. van Marle, A. Meulenbelt, Jan Old Egbers, Gerrit Brink, Klaas Ninbers, Hendr. Wittenberg, Jan Brinkhuijs.

Op Vrijdag den 7 october 1791 zijn D Erfgenaamen der Boerschap Verssen Vergaadert aan het Zwarte Paart in den Arentshorst Preesent: de Hr. van Echten tot den Arentshorst, de heer Burg. Zandberg, de Hr. J. van Muijden, Verder Old Egbert Jan, Brinkhuijs, Grootenhuijs, Zeijne.
Door de Heer van Muijden gerapporteert sijnde aangaande de Stouwe, tuschen Ommen en Verssen, dat deselve Stouwe wel opgemaakt kon worden, maar gevoeglijkst in twee parceelen moest toegeslaagen worden te weeten in t hooge en leege.
hierop wort geresolveert dat de Stouwe ten eersten sal moeten opgemaakt worden en de Perkken door de Zetter en geswoorens volgens aandeel toegeslaagen worden en in Cas van Naalaatig-heijt der aan de Markenrigter aan Kug?? gedaan wordt ten eijnde d Erfgenaamen naader in te kunnen voorsien.
D ingeseetenen Van D overeest sig geadresseert hebbende ten eijnde de Stouwe tuschen Varssen en Nieuw Leussen ter lengte van ongeveer vijftig roeden int Versener mogten opmaaken, om voor de waegens en Paarden Bruijkbaar te hebben.
Hierop is geresolveert om t in oogenschijn te neemen en der op de volgende vergaadering in t voorjaar finaal op te resolveeren. De Heer van Muijden gerapporteert hebbende dat het veen in oogenschijn hadden genoomen en bevonden dat telgenveen breet was te weeten t verkogte agt Roeden Breete en twee hondert agt en veertig roeden langte tweede perceel een en dertig en een halve Roe Breete en lang hondert sestig Roe t saamen elf morgen en vier hondert en dertig Roeden.
was geteekent. A. van Echten, R. Sandberg, Gerrit Jan Zeijne

Markeboek Varsen 1792

fol. 89

Op den vijftiende meij 1792 zijn D Erfgenaamen ter Boerschap Verssen naar voorgaande Convocatie gecompareert aan het Zwarte Paart in den Arentshorst. Presentibus de Heeren A. van Echten, Erf Markenrigter, Burg. Sandberg, Burg. Van Marle, Heijmraat J. van Muijden, Slochteren Staakebrant, A Meulenbelt, Hendrik Wittenberg, Brinkhuijs, Willem Bos.
Op het Request van D overeest is goetgevonden haar versoek tot het maaken en onderhouden van het Ende wegs teegens de gront van Peeter op t oostende t accordeeren Egter met die Conditie dat de Boerschap Verssen der noijt geen last van onderhout of diergelijk int vervolg, op sig sullen hebben hoegenaamt.
De Heeren te Vooren gecommitteert tot de Stouwe tuschen Ommen en Verssen, worden versogt een concept te formeeren op wat wijse de Verdeelinge van de Perken tuschen de gewaarden en keuters of ongewaarden diende Plaats te hebben en der van te rapporteeren op een naadre vergadering.
De Heer van Muijden de d andere Heeren gecommitteerden worden versogt om het in Oogenschijn genoomene Veene naar Evenreedigheijt van't geene weegens de Scholten Rogge Betaalt is te Verdeelen of uite maaken, en bepaalen.
Hendrik Krijger wort gepermitteert, tot naader orders mits oppassende op Dovertreeders en D ongeregtigden twee Roeden turf sjaarlijks te moogen graven uijt het het Versener op aanwijsing desgelijks wort aan Jan Buttendijk geaccordeert tot naader order. was geteekent. Jan Old Egberts, Hendr. Wittenberg, A. van Echten, R. Sandberg, G.W. van Marle, J. van Muijden, A. Meulenbelt

Markeboek Varsen 1794

Op den agsten april 1794 naar voorafgaande wettige convocatie Zijn D Erfgenamen der Boerschap Verssen vergaadert aan het Swarte Paart. Present de Heer van Echten markenrigter, de Heer burg. Zandberg de heer van Lochteren Staakebrant, d Heer J. van Muijden, Meulenbelt, Brinkhuijs, Zeijne, Old Ekbers, Jan Wittenberg.
De Heeren Erfgenaamen hebben de Markenrigter bij deesen bedankt voor de communicatie van de Desorders weegens Turfgraaven als Andersints in de Markte gepleegt. Wort op den 27 meij 1794 een Erfgenaame Vergaadering vastgestelt ten eijnde over de Desorders raat te pleegen en Efficatienie middelen der over int werk te stellen. Verders over de Waartallen ten eijnde se int markeboek kunnen geinsereert worden. Wie se in Eijgendom heeft wijdert dat de Heeren gecommitteerden hun Rapport als dan sullen inBrengen weegens t verkogte veengront.
De Markenrigter wort gequalificeert om ten alle overvloede de gront van de Markte bij 't Reuvers en Hemsinks in gebruijk aan te geeven.
Wort geresolveert dat de schaapen met half april uijt de woeste moeten blijven bij de boete van een halve schellinge van ieder schaap.
Zullende meede gehandelt worden over de Regge schippers het dijken in de Regge te beletten.
Verders over t misbruik van ongeregtigden om in de Markte te Vischen en over t zetten van vreemde imen in de Markte.
Aldus gedaan op den 8 april 1794 was geteekent A. van Echten,
Jan van Muijden, R. Sandberg, J.W.A.J. van Lochteren Stakebrant, Jan Old Egberts, Ger.J. Zeijne. H. Wittenberg, A. Meulenbelt en J. Brinkhuijs.

fol. 90

Ingevolge afgegaane Kerkenspraaken zijn D Erfgenaamen der Boerschap Verssen Vergaadert aan het Zwarte Paart. op den 27 maij 1794 Preesent: de Heer van Echten, markenRigter, de Heer HeijmRaat Jan van Muijden, Burg. Sandberg, van Lochteren Staakebrant voort Zeijne, Jan Brinkhuijs, Kelderman Klaas Ninbers, Grootenhuijs, Wittenberg.
Zijnde weegens het setten van Dammen in de Regge en het daartoe vergraaven Van de Verssener gront. geresolveert de Heer Markenrigter en Verdere Erfgenaamen te qualificeeren sulks door alle mogelijke middelen te beletten en te verbieden voorts donwilligen t arresteeren en door andere gevoegelijke middelen het regt van de Markte te Maintineeren en derselver schaade voor te koomen. wordende de Markenrigter versogt de noodige Kerkenspraak te laaten afgaan en een exemplaar aan de Dunnewint en de Nieuwe Brugge te Besorgen wordende met eene geresolveert in de kerkensprake te laaten invloeijen dat D ongewaarden sig sullen hebben te wagten van te Vischen in de waateren van de Verssener Markte bij verbeurte van de netten en schuijten.

Markeboek Varsen 1797

fol. 92

1797 den 18 mai vergadering der Erfgenamen van Verssen na wettige convocatie gehouden zijnde in de Herberg 't Zwarte paard. Waeren aanweezig de Heeren D. Pruimers Erfmarkenrigter, R. Sandberg, G.E. Queijsen gg. J.H. ten Noever als gevolmagtigde van J. Brouwer, voorts A. Meulenbelt gg., E. Tiedink, Henr. Wittenberg, Herman Brinkhuis, Gerrit Jan Seijnen, Jan Kelderman, Willem Bos, Gerrit Grotens en Klaas Ningbers; en de pointen van convocatie:
1. Het aanstellen van eenen Heimraad in plaats van wijlen den Heer J. van Muijden.
2. Het overnemen van den rekening van ontfang en uitgaaf van den vorigen Heer Markenrigter.
3. Het beramen van sufficiente middelen om het leggen van dammen in de Regge te beletten,
alsmede het verder afneemen van de Verssener Marsch voor te komen.
4. De sloot aan de kant van de Woeste, gelijk ook aan de Oost-zijde van den Woestendijk
intermaken.
5. De toedeling van't Vheen aan Gewaarden, die niet tot de schouten rogge betalen, alsmede aan die geven, ze vol gewaart zijn, en daertoe minder dan een mudde contribueren ingevolge de Resolutie van de Markte te effectueren.
6. Het stuiven van 't Zand te provenceren.
7. Het voorweiden van de Woeste met Beesten ten minsten tot een zekeren tijd, zoals omtrent de schapenplaats heeft, te verbreden.
8. Het verbod van 't gaan van Ganzen op de Brink nader te inhareren, het drijven of laaten loopen van zwijnen op dezelve speciaal te verbieden en voor zover men mogt goedvinden schaapen op dezelve toe te laten, zulks mede tot eenen zekeren te bepalen tijd te brneren?.
9. Het verhogen van de boeten op het halen van turf uit de Markte van ongeregtigden buiten de markte alsmede op het verkopen of weggeven daarvan door de Ingezetenen der Markte aan geregtigden buiten dezelve gelijk ook op het steeken van Honden gestataeert, te verkoopen.
10.Het beramen van sufficiente middelen om de desorchres? In de Markte, inzonderheid die omtrent de turf gepleegt worden zo door de Gezwoorens beter tot hun pligt te houden, als anderzints te doen cesseren.
11.Hetgeen verder ten dienste der Markte zal worden voorgebragt.

Waarover gedelibereert zijnde is geresolveert omtrent het eerste poinct.
Den Heer oud Burg. R. Sandberg in de plaats van wijlen den Heer J. van Muiden tot Heimraad aan te stellen; wordende de andere Heimraad den Hr. Brouwer verzogt, vermits deszelfs indispositie, een ander bekwaam persoon te qualificeren ten einde namens hem als Heimraad te fungeren.
ad 2.
De rekening van ontfang en uitgaaf van de vorigen Heer Markenrigter en et de daartoe specterende alqui den geexhebeert zijnde, is dezelve ten fia van examinatie en rapport gestelt in handen van de Heren Sandberg, Queysen en van Brinkhuis, welk Rapport gemelde Heeren verzogt worden op de eerste maandag in september uit te brengen, zullende er als dan mede ten dien einde eene vergadering der erfgenamen worden gehouden.

92A

ad.3 Omtrent het beletten van het leggen van dammen in de Regge zijn de Markenrigter en voorts alle de Erfgenamen te zaamen en ieder in 't bijzonder verzogt om ten sterksten daertegen te vrigileren en de contra vanieten ingevolge den Res. van 'd 27 mai 1794 te doen arresteren en voorts tegen dezelve te procederen na rade.

Zijnde omtrent het afnemen van de Marsch den Hr. Marktenrigter nevens Wittenberg en Brinkhuis verzogt zulks in ogenschijn te neemen en daarvan op de eerste vergadering te rapporteren.
Het vierde poinct wordt gehouden in advis tot de volgende vergadering.
ad.5 Goed gevonden den Marktenrigter, Old Egbers Jan, Brinkhuis te committeren om de verdeling hierbij vermelt te bewerkstelligen
ad 6 Dat met het bestek van de zandstuivinge een begin zal worden gemaakt op den 1e jann. aanstaande.
ad 7 Dat de beesten met den 1 mei voortaan uit de Woeste zullen blijven.

fol. 93

ad 8 Dat er geen Ganzen op den Brink moogen gaan bij verbeurte van dezelve en een boete van 5 goudguldens; en dat ieder zwijn, 't geen op dezelve zal bevonden worden twee krammen zal moeten hebben, wordende 't gaan van schapen op dezelve gehouden in advis.
ad 9 en ad 10. De boete daarbij vermelt in plaats van tien goudglds te verhogen en te bepalen tot vijf en twintig guldens; wordende de MarktenR. en Heimraden gequalificeert op kosten van de Markte door een of personen hier op te laten passen en hebben de alhier presente Erfgenamen en ingezetenen van de Markte aangenomen voortaan alle misbruik en contraventie omtrent de turf na te laten.
Aldus gedaan op den 18 mei 1797, D. Pruimers Erfmarktenrigter, R. Sandberg, A. Meulenbelt, G.E. Queysen, J.H. ten Noever als gevolmagtigde van J. Brouwer, E. Tiedink, Henr. Wittenberg, Hermen Brinkhuis, Gerrit Jan Seijnen, Jan Kelderman, Willem Bos, Gerrit Grotens, Klaas Ningbers.

1797 den 4 sept. vergadering der Erfgenamen van Verssen na wettige convocatie in de Herberg 't Zwarte Paard gehouden Presentibus de Heren D. Pruimers, Erfmarktenrigter, R. Sandberg, G.E. Queysen, J.D. van der Wijk, voorts H. Wittenberg, H. Brinkhuis, G. Grotens, G.J. Seijnen, Klaas Nyngbers.
De Marktenrigter en voorts Old Egberts en Brinkhuis gecommitteert om ingevolge resolutie der Erfgen. van den 30 nov. 1790 de toedeling van 't Vheen aan de niet tot de Schoutenrogge betalende gewaardens te bewerkstelligen, hebben gemeent, alvorens daartoe over tegaan, aan de Erfgen. te moeten voordragen, dat 't verkogte Vheen volgens 't rapport van den wijlen de Hr. van Muyden groot is elf morgen vierhonderd en dertig roeden. Dat 't zelve bij publicqs verkoping heeft gerendeert 1272 - 15
en nog wegens 'd twe blokjes bij de
verkoping aangehouden 25 -
Dus te zamen 1297 - 15
Dat alzo ieder morgen heeft opgebragt 110 - 15 - 3 371/703
Dat van dit provenu voor de Schouten
Rogge en kosten volgens quitantie van
de Scholtis is betaalt 1013 - -
Voor kosten aan Dr Greve 35 -
Na kosten aan Dr. Knoop 18 - 2
Voor de vijftigste penning 41 - 11
__________
te zamen 1107 - 13
Dat dus van Vheen meerder is geprovenieert, alsoo is deze Rogge cum anexis is uitgegeven 190 - 2 -

En dat derhalven ieder morgen invoege
voorschr. op 110 - 15
gerekent, uit hoofde van dezen meerder ontfang aan de niet tot de SchoutenRogge betalende gewaardens 1.6. een morgen 430 Roeden minder als de verkogte Elf morgen en

fol. 94

430 roeden en mitsdien niet meerder als thien morgen zoude moeten worden toegedeelt terwijl voorts om deze toedeling te effectueren 't aandeel van ieder niet betalende gewaarde in voorschr. thien morgen, naar proportie van zijn waartal moetende worden afgemeten en uitgebaakt gecommitteerden daartoe door lieden, deskundig op kosten der Markte behoren geadsisteert te worden. waarover gedelibereert zijnde is dit rapport geaggreeert.
De Marktenrigter nevens Wittenberg en Brinkhuis rapporteren, dat zij ingevolge resolutie van de vorigen vergadering de Marsch in ogenschijn hebbende genomen, bevonden hebben, dat dezelve op eenigen plaatzen zeer aanmerkelijk decres....ceert 't geen zoude kunnen en behoren te worden gepraevenieert door het leggen van negen zogenaamde driehoeken of katten kopen, waarvan ieder ongeveer drie gulden zal bedragen, en eene tuin, die nog minder als een driehoek zoude komen te belopen; en voort door het afsteken of sleep maken van den oever op eenige plaatzen die door gecommitteerden zullen worden aangewezen aan de ingezetenen, dewelke hiertoe volgens gewoonte en tot menagement van kosten zoude behoren te worden gehouden op de boete van een goudgulden welk rapport mede is geaggreert.
De Heeren Sandberg en Queysen met Brinkhuis gecommitteert tot het examineren van de rekening van den vorige Heer erfmarktenrigter hebbende gerapporteert, daaromtrent gene consideratie te hebben, is dezelve bij de Erfgenamen geapprobeert; engagerende zich de tegenwoordige Martenrigter de summa van agt en vijftig gulden en vijftien stuivers, de welke volgens 't slot van de rekening meerder is ontvangen als uitgegeven in zijne eerst te doene rekening in ontfang te brengen.
aldus gedaan den 4 sept 1797.
get. D. Pruimers, erfmarktenrigter, R. Sandberg, G.E. Queysen, J.D. van der Wijk, H. Wittenberg, H. Brinkhuis, G. Grotens, G.J. Seinen van Klaas Nyngbers.

Markeboek Varsen 1803

1803 den 4 den mai zijn de Erfgenaamen van Verssen na wettige convocatie vergadert geweest in de Herberg het Zarte Paard;
presentibus: de Heeren D. Pruimers, Marktenrichter, R. Sandberg, Queysen, Van Lochteren Stakebrand en Van der Wijck en de juffrouw Brouwer present Qg. voorts Meulenbeld en Tieding prosen en namens de verdere eigenaren van het Erve Sandink, Klaas Nengbers, H. Brinkhuis, G.J. Seinen, J. Kelderman, H.H. Klaas, W. Wittenberg, G. Grotenhuis en W. Bosch.
En is door den Marktenrichter voorgedragen:
1. Het aanstellen van eenen Heimraad in de plaats van wijlen den Heer J. Brouwer.
2. Zo veel van het veen, in plaats van toe te deelen, te verkoopen, dat uit het provenu van hetzelve in de eersten plaats de Gewaardens, die geen schoutenrogge geeven, als ook die geene, dewelke vol gewaart zijn en minder dan een mudde contribueeren, het, aan kan uit dien hoofde compete- rende, kunnen bekoomen; en dat ten tweeden daaruit de verdere schuld der Markt kan worden betaald.
3. Het opleggern van eene jaarlijksche uitkeering aan de Markte op den grond, sederd eenige jaaren van de Markte afgegraaven, en op land uit de rivier aangewonnen tegen en voor den grond der Markte.
4 Het weiden op waartal waaromtrend

fol. 95.

Waaromtrend gedelibereert zijnde is geresolveert omtrent het Eerste poinct. In plaats van wijlen de Hr. J. Brouwer tot Heimraad aan te stellen den Heer Van Lochteren Stakebrand en bij absentie van zijn Ed. tot deszelfs verwalter P. Scheffer.
Ad secundum dat er voor ongeveer een duizend en vijfhonderd guldens van het Telgenveen door den Scholtus van Ommen, zo spoedig mogelijk, in perceelen ieder zes roeden lang en vier roeden breed, zal worden verkogt aan het Zwarte Paard in Verssen; wordende de Marktenrichter gequalificeerd om met de Scholtus van Ommen de nodige arrangementen omtrend deze verkoop te maken.
ad dertum et Quartum: te committeeren de Heeren de Marktenrichter, Sandberg en Van Lochteren Stakebrand nevens H. Brinkhuis ten fine van examinatie een rapport welke commissie tevens wordt verzogt tegen het afneemen der Marktegrond door de rivier te vigileeren.
Aldus gedaan en geresolveerd op dato voorschreven.
in fidem D. Pruimers M.R.

Markeboek Varsen 1804

 

1804 den 19 september ordinaris vergadering der Erfgenamen van Verssen op heden, in de Herberg het Zwarte Paard, na wettige convocatie gehouden zijnde. Zoo waaren present de Heeren D. Pruimers, marktenrechter, R. Sandberg, E.G. Ramaker, J.D.F.van der Wijck, voorts P. Scheffer namens den Heer Van Lochteren Stakebrand, A. Meulenbeld en Tieding presen et qg, H. Brinkhuis, G.J. Seinen, Harm Hendriks, Klaas Nengbers, Willem Bosch, W. Wittenberg, J. Schutman, H. Grotenhuis;
en hebben de Markterechter en verdere gecommiteerden uitgebragt een Rapport omtrent het weiden op waartal; hier geinsereerd;"De Heeren de Marktenrechter, Sandberg en Van Lochteren Stakebrand, nevens H. Brinkhuis rapporteren omtrent het weiden op waartal, bij resolutie der vorige vergadering aan hun commissoriaal gemaakt, dat hetzelve sedert zeer langen tijd door de Erfgenaamen van Verssen van groot aanbelang voor de Markte is gerepenteerd, en daarom bij iterativen Resolutien inzonderheid bij dien in dato 13 augustus 1663 en 23 junn 1705 hebben verstaan, dat op een volle of geheele waar hondert vijf en twintig schaapen en vier koebeesten zullen moogen worden geweid, mitsgaders, dat de gezworens ten behoorlijken tijd de schapen en beesten zullen tellen, en daarvan, bij handtasting aan de Marktenrechter rapport doen. Dat voorts diegeenen, zo bevonden zouden worden meerder schapen of beesten te houden daarvoor zullen worden gebreukt.
Dat het ook bij hun gecommitteerden buiten alle bedenking is, dat het weiden op waartal niet alleen allesins zeer equitabel, maar ook thans van geen minder aan belang voor de Mark tenzij,
dan zulks voorheen is geweest, en dat mitsdien daarvan niet behoord te worden gerecedeerd, hetgeen trouwens, daar hetzelve bij sucisive resolutien is vastgesteld,
nimmer

fol. 96

Nimmer dan met eenparig goedvinden der Erfgenamen, zoude kunnen of moogen geschieden; waeruit echter niet koomt te volgen dat, omtrent de manier van het weiden opwaertal geene verandering of nader bepaling zoude moogen worden gemaakt, daer ter contrarie zij gecommitteerden van gevoelen zijn, dat het getal der beesten, op een volle waar, bij de vorige resolutien gesteld, te gering is; terwijl van het weiden van jonge beesten hoegenaamd niet wordt gewaagd. noch ook de boete door het houden van meerdere schapen of beesten te verbeuren niet is begroot;om welke en meer andere redenen gecommitteerden van advise zijn dat behoord te worden verstaan dat er voordaan in de Markte van Verssen tusschen de Ommer en Oud Leuser Markte gelegen gelijk vanouds heeft plaatsgevonden en zoals tot hiertoe hadt behooren te geschieden op waartal zal worden geweid, en wel op eenen volle waar honderd vijf en twintig schapen en voegen zulks ten opzichte derzelve bij voorigen resolutie is bepaald en voorts, in plaats van vier, agt koebeesten, vier vaarzen en agt pinken en op een halve en quart waar; naar evenredigheid minder en dat eindlijk de gezworens al verder behoordt te worden geinjungeerd ieder jaar in de maand mai; en voorts zo dikwijls als hun zulks door den Marktenrechter zal worden gelast, de schapen en beesten op hun ze verklaring bij handtasting in eerder plaats gedaan; te tellen en daarvan aan den Marktenrechter te rapporteeren.

Welk rapport door de praesente Erfgenamen is geaggreerd en alzo in eenen resolutie geconverteerd. wordende tevens dezelfde commissie verzogt om hunne gedagten nader te laten gaan omtrent het weiden der ongewaarden; alsmede omtrent het weiden dergeenen, die meerder vee houden als zij volgens hun waartal moogen doen en eindlijk over de wijze op welke aan die van Nieuwleusen zoude kunnen worden toegestaan hunne schapen in het veld agter de Woeste te weiden, ten einde daardoor een fonds voor de Markte te bekoomen. Voorts ter vergadering zijnde voorgedragen dat eene Egbert Carspers buiten voorkennis der Erfgenaamen op eigene autoriteit heeft kunnen goedvinden eene hutte op de scheiding tusschen deeze en de Ommer Markte, en alzo voor een gedeelte op de grond der Erfgenamen van Verssen te zitten. is goedgevonden en verstaan den zelven hoe eerder zo beter en uiterlijk voor of op primo mai 1805 te doen delogeeren wordende de Markterechter en Heimraden verzogt zulks te effectueren en tevens gequalificeerd, desnoods rechtsmiddelen ten dien einde te emplooieeren.
Aldus gedaan en geresolveerd op dato voorschreven.
in fidem D. Pruimers M.R.

Markeboek Varsen 1805

1805 den 13 november de Goedsheeren en Erfgenamen van Verssen in de Herberg het Zwarte Paard vergaderd zijnde ten einde ingevolge afgegane publicatie te delibereeren en te resolveeren over het dienen van berigt en consideratien aan het Departementaal Bestuur van Overijssel, bij hoogst deszelfs resolutien in dato den 17 october laetstleden van de Erfgenamen van Verssen gerequireerd omtrent de requeste van de Erfgenaamen van wijlen den Heer B. van Marle aan hun Hoogmogende gepresenteerd nopens het graven van een vaart langs de Versener
Markte, zo waren present de

fol 97.

Heeren D. Pruimers, Marktenrechter, Sandberg, en Van Lochteren Stakebrand Heimraden; en Ramaker voorts H. Grotenhuis, W. Bosch, W. Wittenberg, H. Brinkhuis, Seine en Kelderman
En is door den Marktenrechter geexhibeerd copie van voorschr. requeste met de daarbij mede per copiam annexen stukken bij den zelven vanwegen het departementaal bestuur ontvangen; waarover zijnde gedelibereerd is goedgevonden daarop te berigten dat ofschoon de kaart, waartoe het Request zich gedraagt, bij voornoemde copieele stukken niet gevonden wordt, echter uit de explicatie van dezelve sub d: itrtt 13 en 14 is op te maken, dat de vaart zoude worden gegraven langs de scheiding tusschen de IJhorst, Avereest en Nieuwleusen door het IJhorster en Avereester veld tot aan den Nieuwendijk en vervolgens door het Huizinger en Katener veen tot in het Oosthuizinger alwaer zich de aanleg derzelve provisoneel zou bepalen; dat alzo den vaart buiten deze Markte blijvende, de Erfgenamen met den loop derzelve hun niet behoeven op te houden, terwijl zij met Requestranten instemmen, dat het verturven van derzelven veengronden niet slechts voor hun eene grote schat zal aanbrengen maar ook apperant voor veele ingezetenen van kerspel en waarschijnlijk ook wel voor de Eigenaren der Verssener en andere Markten voordelig zal zijn indien maar behoorlijke zorge wordt gedragen dat door het accorderen van het verzoek om het water op de vaart op eene ter afvaart bekwame hoogte te houden geen nadeel aan deze Markte worden toegebragt, hetgeen echter vermits het doorwaden der dijken zeer te vreezen zou zijn, zo het water op de peil in de vaart werdt opgestuwd boven de veld, hooi veen, boekweiten landen van deze en andere Markten.

Dat voorts deze vaart zijne strekking zullende hebben uit de Ommerrenen op Hasselt, de ingezetenen van Verssen ten opzichte van het slijten hunner producten daarvan geen genot kunnen hebben, alzo zij dezelve aldaar niet zouden kunnen debiteeren en die dus te Zwolle, als zijnde de algemeene koopstad van de ingezetenen van het platteland van Overijssel, bij en aan de rivier De Vegt gelegen moeten worden verkogt, waarom het niet alleen voor deze Markte maar ook voor gehele Carspelen inzonderheid dat van Zwolle, Dalfsen, Ommen en de Hardenberg, zo in het vervoeren van hunne producten als in andere opzichten van groot belang zoude zijn indien door de lands vaderlijke zorgen der Hoge Regering op 's lands kosten eene vaart wierde gegraven van Zwolle langs Nieuwleusen en verder op een convenabele plaats door de Markte van Verssen naar den Hardenberg of daar om streeks waardoor ook de commercie zowel binnenslands als op de Graafschap Bentheim en het Noordelijk Westphalen aanmerkelijk zoude worden gefaciliteerd en bevorderd en waarvan de aan te wenden kosten door het opleggen van matige afvaartgelden
zeer

fol 98

zeer gemakkelijk en zelf met voordeel zouden kunnen worden gerepeteerd; terwijl als dan ook van zelve zou vervallen het voorgedragene ten Requeste fol.14vo der copie nopens verpligting, die op de aanleggende Markten zoude incumbeeren om casu quo verder afgelegen Markte door de hunne te laten graven om turf en andere waeren te vervoeren; hetgeen niet dan na verloop van veele jaeren plaats zullende vinden de Erfgenamen dezer Markte niet gaarne zouden worden gebragt onder eene verplichting, waarvan de vervulling zo al ooit, dan apparant noch niet in deze lopende eeuw zal existeeren, alzo zulks als dan voor dezelve door verandering van landen, stroomende wel zeer nadelig zoude kunnen zijn wordende de Heeren de Marktenrechter, Sandberg en Ramaker verzogt en gecommitteerd een zodanig berigt of een extract deezes te formeeren en aan het Dep. bestuur te bezorgen en om voorts de belangens dezer Markte omtrent het graven van eene vaart, het zij zulks door de Erfgenamen van wijlen de hr. B. van Marle mogt worden ondernomen of van landswegen zal worden gedaan waar te neemen. Aldus gedaan en geresolveerd op dato voorschr. in fidem
D. Pruimers, Marktenrechter.

Op de Requeste van E.A. van Elburg verzoekende tot schoolmeester van Verssen te worden aangesteld; is geappoiniteerd: Het verzoek ten Requeste gedaan, wordt geaccordeerd en dien ten gevolge E.A. van Elburg aangesteld tot schoolmeester van Verssen mits voldoende aan de ordres omtrent het schoolweezen geemaneerd.
Zwolle den 10 december 1805. D. Pruimers, Marktenrechter.

Markeboek Varsen 1808

1808 den 4 junij
De Erfgenamen en Goedsheren van Verssen naa gedane convocatie op het stads wijnhuis te Zwolle vergaderd zijnde, om ingevolge aanschrijving van den Heer landdrost van Overijssel de dato 26 april 1808 NB te delibereeren over een concept Reglement nopens het aanleggen van een kanaal langs en door de hoge veengronden tuschen Zwolle en den Hardenberg, ten einde de daarbij gedesidereerde verklaring aan den Heer landdrost voorn. te kunnen inzenden;
Zoo waren present de Heeren de Erfmarkenrigter Pruimers, Ramaker, Van Lochteren Stakebrand, Van Dedem namens de Erfgenamen Van Marle voorts Brinkhuis, Bosch, Herm Hendriks, Klaas, Seine, Jan Schutman en A. Meulenbelt;
en is door den Marktenrigter geexhibeerd het voorschr. concept Reglement, nevens eene daartoe

fol. 99

relative kaart door den departementalen Ingenieur Wildeman geformeerd, mitsgaders de kopijen van een extract uit dat reglement, van eene berekening over de aflossing der te negotieeren kapitalen en van eene calculatie omtrent de verturving en daarvan te betalen contributie; waarover gedelibereerd zijnde is goedgevonden ten eersten de voorschr. stukken te stellen in handen van de Heere Pruimers, Ramaker, Van Lochteren Stakebrand, H. van der Wijk en L.J. Sandberg ten fine van examinatie en rapport met invitatie aan een ieder der Erfgenamen om hunne consideratien en inligting omtrent deze voor de Markte zoo belangrijke zaak aan deze commissie te suppediteeren; en ten tweeden voornoemde gecommitteerden te qualificeeren om zulks nodig oordeleelende van de Heer Landdrost te verzoeken prolongatie van het termijn bij aanschrijving van de 26 april laastl. der inzending van de gedeindereerde verklaring gefixeerd. Aldus gedaan en geresolveerd op dato voorschr.
in fidem D. Pruimers, Erfmarenrigter.

1808 den 23 julij
De Erfgenamen en Goedsheren van Verssen na gedane convocatie op het stadswijnhuis te Zwolle vergaderd zijnde, zoo waren present de Heeren de Erfmarktenrigter D. Pruimers, Ramaker, Van Lochteren Stakebrand, H. van der Wijk, voorts J. Schutman en Herm Hendriks en is door de op de vorige vergadering gecommitteerden uitgebragt het navolgend rapport:
De ondergetekende bij resolutie van den 4 junij laastleden gecommitteerd tot het examineeren van een concept reglement omtrent het graven van een kanaal tusschen Zwolle en Den Hardenberg nevens andere daartoe relative stukken hebben de eer te rapporteeren dat na rijpe examinatie van voorschreven plan het hun is toegeschenen dat hetzelve voor zooverre het te gravene kanaal betreft, na hun oordeel zekerlijk op de beste wijze is ingericht om het meest mogelijke nut daar te stellen, zoo voor de comercie als voor de bevolking en de landbouw en daaruit voortspruitende vermeerdering van de welvaart en inkomsten voor den staat, dat ook hetzelve niet met bekrompene insichten door den tegenswoordigen tijd alleen schijnt berekent te zijn, maar alles (na hun inzien) zoodanig is ingericht, dat hetzelve als een fundament ken worden aengezien waarop tijd en gelegentheid dienende, in het vervolg

fol 100

een nog veel grooter gebouw zoude kunnen worden opgetrokken en men hetzelve kan aanmerken als een begin van veel verder uitziende ontwerpen.
Dat hetzelve ook voor de eijgenaren der venen als de gelegentheid tot afvoer van turf verschaffende niet dan van het grootste belang kan worden geconsidereert.
Dat echter hoe zeer dan ook voor zooverre de publique ritiliteit en het belang van de staat betreft, na hun heder inzien in dit plan, alles op de beste wijze is ingericht; het hun echter is toe geschenen, dat voor zoo verre het particulier belang der geinteresseerden in de veenen (in welke qualiteit alleen de Erfgenamen dezer Markte hier te pas komen) betreft; de voorgeslagene verbintenissen hun zijn toegeschenen zoo zeer bezwarende te zijn, en de winsten althans in den beginne zoo gering, dat zij de Erfgenamen niet kunnen aanraden om de voorgeslagene conditien aan te nemen en zich met de daarbij voorgestelde schulden te belasten.

Dat zij echter niet mogen ontveijnsen, dat indien alle de verschillende Markten eenvoudig weigeren de voorgeslagene conditien aan te nemen het te vrezen schijnt, dat of de geheele zaak ongedaan zal blijven en de veenen weer als te voren, als nutteloos goed voor derzelver bezitters zullen blijven liggen of wel dat het aanleggen van een canaal bij decreet van den souverain zoodanig zal worden bepaalt, als het belang der comercie, en het nut des lands, het meest zal schijnen overeen te komen zonder dat de geinteresseerde markten en particuliere eijgenaren der veenen, daarin verder zullen worden gehoort, of gemoeijt dewelke zich als dan omtrent het afvoeren van turf en hetgeen daartoe betrekkelijk is, zullen moeten onderwerpen aan die conditien die hun als dan zullen worden voorgeschreven; waardoor dan ook teffens alle uitzichten van particuliere eijgenaren van venen, tot het graven van afzonderlijke afvaarten op eens zouden zijn verslagen, zijnde het niet te voorzien dat het de souverein eens een dergelijke vaart op kosten van den Lande hebbende daargesteld te bewegen zoude zijn om een aanmerkelijk gedeelte der opkomsten tot nadeel van den lande als een gunst aan particulieren af te staan.
Dat het hun derhalve met het belang der Markten zoowel als particuliere geinteresseerders toeschijnt indien de zaak daarheen konde worden gedirigeert; Dat namens alle de Markten en particuliere geinteresserdens een commissie uit niet meer als ten hoogsten vier personen wierde benoemt en belast om de gezamentlijke belangens bij het Gouvernement voor te dragen en voor te staan schijnende

fol 101

het tog niet te verwagten te zijn dat de Erfgenamen vergaderingen van zoo veele verschillende Markten ieder afzonderlijk gehouden wordende immer eenige voordragten tot eene geregelde afkomst van zaken in dezen zullen opleveren even weinig als hier door aan particuliere bezitters vanVeenen enig uitzigt zoude worden geboren tot het realiseren van hunne bijzondere plannen van afvaarten, daar het tog aan dezelve vooral nu de zaak zooverre gekomen is, aan den eenen kant even onmogelijk zal zijn zoo veele verschillende hoofden tot het concenteren in hunne projecten te bewegen als om zonder zodanig consent de permissie tot het maken van dergelijke afvaarten van het gouvernement te oltineren.
Dat zij lieden dan tenslotte van oordeel zouden zijn dat de vergadering dit hun rapport in een resolutie veranderde als berigt aan den Heer Landdrost zoude kunnen inzenden, met verzoek dat het denzelven moge behagen het daarhenen te dirigeren dat de boven voorgeslagene commissie van uiterlijk vier personen moge worden benoemt op die wijze die hem daartoe de geschikste zal voorkomen.
Zwolle den 9 july 1808 get. D. Pruimers, E.G. Ramaker,
J.W.A.J. van Lochteren Stakebrant, A. Sandberg, H. van der Wijk. welk rapport is geagreerd en mitsdien in eene resolutie der Erfgenamen geconverteerd. Aldus gedaan en geresolveerd op dato voorschr. In fidem D. Pruimers, Erfmarkenrigter.

Markeboek Varsen 1809

1809 den 29 augustus
De Erfgenamen en Goedsheren van Versen naa wettige convocatie in het Zwarte Paard onder den Arendshorst gelegen extra ordinarie vergaderd zijnde om te delibereeren en behoudens de goedkeuring en bekragtiging van zijne Majesteit den Konink te ooteeren omtrent de verdeeling van eenige Markengronden als
Ten eersten van de Verssener Marsch aan de noordzijde van de Vegt gelegen;
Ten tweeden van de Brink mede ten noorden dezer rivier en
Ten derden van de zogenoemde Larinksmarsch aan de zuidzijde der Vegt gelegen; zoo waren praesent de Heeren D. Pruimers, Erfmarkenrigter, E.G. Ramaker, J.W.A.J. van Lochteren Stakebrant, H. van der Wijk, mede namens mevrouw de douariere Sandberg voorts A. Meulenbeld, G. Sandink, H. Bosch, J. Schutman, H. Brinkhuis, G.J. Seinen, W. Wittenberg, G. Grotenhuis en Meesters Herm;
en over de verdeeling der Markengronden gedelibereerd zijnde is goedgevonden de Heeren den Erfmarkenrigter, Ramaker, Stakebrant, Van der Wijk en Sandberg nevens Meulenbeld en Brinkhuis te verzoeken en te comme Heeren om na te gaan of dezen verdeeling zoo voor de algemene Markte als derzelver ingezetenen voordelig zoude zijn, en zoo zulks mogten bevinden een plan van verdeeling te projecteeren en hetzelve aan de Erfgenamen zoo spoedig doenlijk te communiceeren. Aldus geresolveert op dato als boven. In fidem. D. Pruimers, Erfmarkenrigter.

Markeboek Varsen 1810

Fol. 102

1810 den 25 van Hooimaand
De erfgenamen en Goedsheren der Marke Verssen heden in den Herberg, het Zwarte Paard vergaderd zijnde ten einde volgens afgegane publicatie in de eerste plaats ingevolge artikel 18 van het Besluit van zijnen Majesteit den Konink van Holland in dato den 10 van Bloeimaand 1810 houdende bepalingen omtrent den uitvoering der wet van den 16 van Grasmaand 1809 No 7 betrekkelijk het bevorderen van den ontginning der woeste gronden eenen commissie te benoemen om te dienen van consideratien en advies wegens hetgeen bij art 15 van het voorschr. Koninklijk Besluit is vermeldt en ten tweeden om door den Erfmarkenrigter te zien doen rekening van den ontvangst en uitgaaf voor deze marke. Zoo is naa gedane prolecturen van het opgemelde Beluit door den Erfmarkenrigter omtrent het eerste poinct goedgevonden te committeeren den Heeren E.G. Ramaker, L.H. Pruimers en L.J. Sandberg mitsgaders A. Meulenbeld, H. Brinkhuis en H. Bosch.
Voorts de rekening van Ontvangst en Uitgaaf met de daartoe specterende acqluten nevens een memorien sub A en daarbij annexe qutantien door den Erfmarkenrigtergeexhiteerd zijnde is dit een en ander gesteld in handen van den Heeren E.G. Ramaker en H. van der Wijk alsmede van A. Meulenbeld ten tine van examinatie en rapport Aldus geresolveerd op dato als boven in fidem D. Pruimers Erfmarkenrigter.

In de kantlijn staat nog: Waren present Heeren D. Pruimers en Van der Wijk voorts A. Meulenbeld, Brinkhuis, G. Bosch, Grotenhuis, Sandink, Sandbarg en ............?

1810 den 4 van Wintermaand
De Erfgenamen en Goedsheren van Verssen op heden naar wettigen convocatie in de Herberg het Zwarte Paard vergaderd zijnde. Zoo waren present de Heeren D. Pruimers, erfmarkenrigter, E.G. Ramaker, J.W.A.J. van Lochteren Stakebrand, mede namens mevrouw Sandberg, H. van der Wijck, B. Eekhout namens de erfgenamen van wijlen mevrouw Van Marle, voorts A. Meulenbeld, E. Tieding, H. Brinkhuis, H. Bosch, G.J. Seinen, J. Schutman, G.J. Grotenhuis, Seine en Nengbers, en geproduceerd zijnde het rapport omtrent de verdeeling der markengronden door de Heeren E.G. Ramaker en L.H. Pruimers nevens H. Brinkhuis en H. Bosch en bij absentien van den Heeren L.J. Sandberg en A. Meulenbeld uitgebragt en alhier geinsereerd:
"De commissie door de Erfgenamen van Verssen benoemd, vergaderd in het Zwarte Paard te Verssen den 24 van wijnmaand 1810. De commissie is van oordeel, dat alle de gemeen liggende gronden kunnen en behoren verdeeld te worden. te weten de woesten Heidegronden; de weidegronden van Larinksmarsch; den Brink en Verssener Marsch, het hooiland Den Weusten en de veenen waar in de marke gelegen, ieder afzonderlijk in zoovelen deelen als volgens waartal bestaan en zullen alle dezen artikelen bij het lot (dat egter de Heer Pruimers niet toestemd in deze verdeeling van het lot, maar

fol. 103

integendeel voor zodane verdeeling, dat een ieder, zoo veel mogelijk, zijne portie tegen zijn goed of erve bekomt)
bepaald worden, en zal bij de verdeeling gezorgd worden volgens het reglement voor diegenen, die geen regt tot heiden en weiden hebben. Deze verdeeling behoorde te geschieden door een beedigt landmeter, geadsisteerd door twee deskundigen. De wegen zooals van ouds gebruikelijk door de Boerschap gemaakt worden en het onderhoud van bruggen, zijlen en kribben, de onkosten daartoe benodigt zullen bij uitzetting en naa waartal gevonden worden." was getekend E.G. Ramaker, L.H. Pruimers, H. Brinkhuis, X dit is het merk van Herm Bosch.
Waarover gedelibereerd zijnde hebben de voornoemde erfgenamen hun voor de verdeeling in het generaal verklaard en de commissie voor hare genomene moeite bedankt; En is voorts goedgevonden te verzoeken en te committeren de Heeren W. J. van Dedem of bij absentie den Heer B. Eekhout, den Heer H. van der Wijck en A. Meulenbeld, om zoo spoedig doenlijk; de wijzen, op welke de verdeeling ingevolge publicatie van den 10 Bloeimaand 1810 werkelijk zouden kunnen plaatsvinden, te beramen en daarvan Rapport te doen met qualificatien op deze commissie, om door een landmeter de differente gronden der Marke te doen opmeten en daarvan een kaart te formiren, mitsgaders om den grensscheidingen met de aangelegen Marken te reguleren.
Voorts goedgevonden de Brokken Veen in de lange Weide agter de Weuste ten eersten door den Scholtens van Ommen te doen verkopen met deze bepaling, dat tun nen den tijd van agt jaren het te verkopene veen zal moeten zijn vergraven en hetgeen er naadien tijd mogt overig zijn, ten behoeve van de Marke zal zijn vervallen; en worden de gezworens gelast dit te effectueren. Aldus geresolveerd op dato et presentibus als boven
in fidem D. Pruimers erfmarkenrigter.

Markeboek Varsen 1812

1812 den 11 september
De erfgenamen en goedsheren van Verssen op heden na wettige convocatie op het stadswijnhuis te Zwolle extraordinarie vergadert zijnde ten einde te delibereeren over het op de laatste vergadering geresolveerde omtrend de verdeeling der gemene Markten gronden. Zoo waren present de Heren D. Pruimers, Van Lochteren Stakebrand, Van Dedem, Van Everts voorts H. Brinkhuis, G.J. Seinen, Jan Schotman, Gerrit Grotenhuis, G. Sandink en Jan Bosch.
Nadat de notulen der vorige vergadering waren geresumeerd en geapprobeert is door de Heere Van Dedem als hoofd van de commissie op den 4 van wintermaand benoemd en gechargeerd met het doen vervaardigen eener kaart

Fol.104

van de markten gronden van Verssen door een deskundige gerapporteerd als dat zij in zooverre aan de hun opgedragen last hadden voldaan en als nu de door den Landmeter Hutten gemaakte kaart ter vergadering overleiden alsmede de rekening van kosten van voorg. Landmeter waarover gedelibereert zijnde. Zoo is door de presente erfgenamen voorn. kaart overgenomen en het gehandelde der commissie geapprobeert en geresolveert den Marktenrigter te kwalificeeren deze kosten te voldoen en ten dien einde het verschuldigde van een ieder na waartasl opgemaakt door iemand op koste der Merkte te doen ophalen en daarna deze penn. uit te tellen tegens behoorlijke kwitantie wordende de commissie tot dusverre voor hunne genome moeite bedankt en verzogt als nu op heden en 14 dagen een nader rapport uit te brengen omtrend de hiervoren opgedragen commissie - Voorts heeftde heer D. Pruymers namens zijn broeder mr L.H. Pruymers voor't erfmerktenrigterschap bedankt waarover gedelibereert zijnde. Zoo is de Heer Pruymers verzogt immers tot op de volgende vergadering zijnen postte blijven bekleden en het doen der rekening van verantwoording daarop te bepalenzoo alsdoor den zelven dan ook is aangenomen en geschied.

Den 25 september 1812

De erfgenamen ingevolge het bepaalde op heden en 14 dagen plaats gehad hebbende vergadering, vergadert zijnde, Zoo waren present de Heren Van Dedem Van Lochteren Stakebrand, Evert Pruimers, Voorts A. Meulenbelt, Sandink, Schotman, Grotenhuis, Bosch,

Markeboek Varsen 1817

Op heden den 21 april 1817 ten verzoeken van eenige eigenaren in de Markte van Varsen, de gewaarders en eigenaren geconvoceert zijnde, bij gewone kerkenspraak op den 13e en 20e dezer tot het houden van eene vergadering, aan het Zwarte Paard, om over de belangens der Markte te spreken, speciaal omtrent de benoeminge van eene MarktenRigter, in plaats van den J.G.W.B heer W.J. van Dedem, hiervoor bedankt hebbende de verdeelingen van eene zekere hoek grond, en wat verder zal worden voorgesteld. Waren present: Harmen Bosch; Gerrit Sandink; Gerrit Grootens; Seine Hemstede; Hermannes Bolks; Hb Nengbers; Willem Wittenberg; Harmen Hendriks Klaas; Harmen Brinkhuis; Gerrit Jan Seine; Jan Schutman; Gerrit Valk; Evert van der Haar; Roelof Huiting.
1e Is na deliberatie goed gevonden als Markterigter te benoemen Gerrit Sandink met dezelvde macht en instructie als de vorige Marktenrigters hebbenede gehad. Voorts op verzoek van Gerrit Sandink tot deszelfs verwalter MarktenRigter benoemd Amama Chevallerau, notaris te Ommen.
2e Tot het afhoren der rekening van den afgaanden Markterigter is goedgevonden te benoemen eene commissie bestaande uit de Heren Pruimers, Stakebrand, Sandberg, Van der Wijck en Hermannes Bolks, welke alle te samen en ieder afzonderlijk worden gekwalificeert tot het volkomen afhoren en sluiten der genoemde rekening en alle het gene

fol. 108

ten dezen verder te verrigten staat, het welk alle door deze vergadering wordt verklaard te zullen worden gehouden als door den gehele vergadering verrigt.
3e Voorts beslooten dat voortaan alle boeten in de Markte zullen komen ten profijte der Marktekas en dat de Markterigter noch gezworene met zullen vermogen over dezelve te nutigen, anders dan met de volle betalinge derzelve.
4e De Markte Rigter te verzoeken zich dadelijk bezig te houden, de verpondingen der Markte naar waartal te verdeelen naar de onderscheidene wijzen van verkoopingen in de Markte plaats gehad hebbende, in evenredigheid naar de opgebragte waarden, echter proportioneel over het geheel.

Markeboek Varsen 1818

1818 den 4e mei
Erfgename vergadering gehouden in het Zwarte Paard. Present
Markte Rigter Gerrit Sandink; erfgenamen H. van der Wijck; A. Sandberg; H. Brinkhuis; H. Bolks; Harmen Bosch; Derk Meppelink namens de Heren Pruimers; Seine Hemstede; Gerrit Jan Seinen; Gerrit Jan Grootens; Hendrik Frielink namens den Heer Stakebrand; Willem Wittenberg; Hendrik Breukert; Harm Schutmaat; Hk. Schuttert; Gerrit Valk; Jan Hekman; Jan Schutman,
is het verhandeldeop de vorige erfgename vergadering gehouden den 21 april 1817 geacresteerd De Markte rigter heeft voords aan de vergadering kennis gegeven, dat de rekening en verantwoording van de afgegane Markte rigter den Heer Mr van Dedem tot den Berg nog niet was in gekomen. Zo mede nog niet waren uitgereikt de boeken en papieren tot de Markte behorende, waarop na deliberatie is goedgevonden den Marktenrigter te verzoeken om nader bij den heer Van Dedem te insteren op spoedige overgave van een en ander ten einde de Markte in staat te stellen om tot het afhoren en sluiten van deszelfs rekening te kunnen overgaan.
Voorts in deliberatie gebragt zijnde het verdeelen van eenige Markte Gronden in zonderheid de Mars en den Brink, is met een grote meerderheid van stemmen daartoe besloten hebbende Hk. Frielink, Willem Wittenberg en Gerrit Valk zich alleen tegen de verdeeling verklaard, zullende deze gronden in 16 parten worden gelegt en bij het lot verdeeld nogthans met deze bepaling, dat de aandelen aan de Heeren Van der Wijk en Sandberg bij de Erven Dunnewind en Laarman zullen worden toegedeeld aan de overzijde van de Vegt bij de voormelde Erven, zoals aan de Heer Pruimers mede zal worden toegedeeld het Flier zooals nader zal worden afgebaakt.

Fol.109

Op heden den 10 december 1818 waren na wettige convocatie ter vergadering der erfgenamen van de Markte van Varsen, op het Stads wijnhuis te Zwolle present: de provisioneele MarktenRigter Gerrit Sandink, de Heren Mr A. Sandberg, W.J. van Dedem, D. Pruimers alsmede H. Brinkhuis, Harmen Bosch, Willem Wittenberg, H. Hendriks Klaas, Herm Bolks, Asjen Meulenbelt,
is geresumeerd de besluiten der vorige vergaderingen en heeft zich de vergadering met dezelven geconfirmeerd.
Voorts geprponeerd de execitie van verdeeling der Markte gronden, waarover is besloten uit aanmerking van de moeijlijkheden hier omtrent bestaande, de deliberatie hierover tot eene volgende vergadering te verschuiven.
De onderscheidene commissien bij vorige besluiten benoemd omtrent hunne verrigtingen nog geen legaal rapport hebbende geformeert, zullen mede hetzelve tegen die vergadering in order in te geven.
Beslooten om eenige veenen in de Markte om te boekweiten uit te slaan en te verpachten, hiertoe benoemd G. Zandink, H. Bosch, H Brinkhuis.
Zijnde de vergadering voorts geprolongeerd tot woensdag den 30e december eerstkomende 's morgens 10 uren ter dezer plaats.

Op heden den 30e december 1818 waren present: De Heren
W. van Dedem, Van Muiden namens Mevrouw Stakebrand en Pruimers, voorts G. Sandink, H. Bosch, H. Bolks, H. Brinkhuis en Schutman en is geresolveerd
1e dat de oude kkulen onder de Voshaar onder den erfgenamen na rato van hun waartal zal worden verdeeld om daaruit turf te graven en dat voor en aleer de voorsch. kulen zullen zijn uitgegraven er in geen ander veen turf zal mogen worden gegraven, of houden gestoken bij verbeurte van eene boete van tien guldens voor de eenen halfscheid ten profijte van den armen en voor de andere van de Markte en dat voorts er ook geen ander veen om te turven zal worden toegeslagen zo lang er in deze voornoemde kulen turf kan worden gestoken.
2e dat ook het voorveen mede om geturft te worden in voegen van voorschreven zal worden verdeeld.
3e Om zoveel penningen te negotieeren dat de schuld van de Markte kan worden afbetaald en dat de te negotieeren penningen zullen worden afgelost uit het provenu van het voor zeven jaren te verpachten veen.

Markeboek Varsen 1819

Fol.110

Op heden den 21 april 1819 zijn de erfgenamen van Varsen na wettige convocatie vergaderd geweest in de herberg het Zwarte paard.
Presentibus; Gerrit Sandink, Marktenrigter, H. Bosch, H. Bolks, Harmen Brinkhuis; Seine Hemstede op Luchies; Jan Schutman; Derk Meppelink als gevolmachtigde van de Heren Pruimers; Ariaan Roelofs als gevolmachtigde van Mw. Queysen geboren Stakebrand; H. van der Wijck als gevolmagtigde van Mw. N.G. van Muiden douariere van der Wijck.
De MarkteRigter geeft te kennen dat de reden der convocatie dezer vergadering is geweest de, ingevolge de Meten, de beide vorige vergadering geprojecteerde verdeeling van eenige Veengronden, aan de goedkeuring van deze vergadering te submitteren en derzelver goedkeuring verwervende, dadelijk tot die verdeeling over te gaan, door middel van het lot, doch stelt voor om deze vergadering te prolongeren tot aanstaande zaterdag den 24e dezer uit hoofdevan de absentie van den verwalter Markte rigter, onder wien het Markteboek en de kaart berust en die vergeten heeft hetzelve tas het houden van deze vergadering in tijds aan den Markten rigter te daar geworden.
en is hiertoe met algemeene stemmen conform geconcludeerd.
In waarheids oorkonde hebben wij ondergeteekende deze eigenhandig geteekend.
Varsen den 21 april 1819.

Den 3 Junij 1819
De erfgenamen der Markte van Varsen buitengewoon vergadering Is na resumtie en finale arrestening van het verhandelde der vorige vergadering overgegaan tot het afhoren der rekening van ontvangst en uitgaaf door den heere W.J. van Dedem als gewezen Markten Rigter is bevonden
O N T V A N G S T.
1812 van den Heer Pruimers de in kassen zijnde gelden ad. zeven en drtig gulden acht stuivers vier penningen f. 37-8-4-
Van J. Amama Chevallerau notaris te Ommen wegens
als notaris verpagte veenen 1814 en 1815 volgens
nota ontvangen 547-18-4
_________+
totaal vijfhondert vier en tachtig gl.18 st. 4 pen. 584-18-4

U I T G A A F.
1812
1e okt. aan de hr. Sandberg wegens achterstallige
verponding 4-11-
kerkenspraken en zegels - 7-
wegens 1/2 verp over 1812 L.Q. 51-19-12
1813
10 jan. wegens het karteren der marktegronden
verschoten aan de heer C. van Hulten, per
wissel betaald 146-
15 jan. aan R. van Leusen wegens ketting 48-
Aan de kastelijn Nienkamp zijn rekening van
vertering van de landmeter Van Hulten
betaald 45-12
Aan C. Lents wegens kamerhuur 3-

Fol. 110a

Verponding aan de heer Van der Wijck over 1813
145-15-8
onkosten 6-8
Verschotten en vertering met dhr.Van Hulten
en brievenposten ter vervaardiging der
terreinkaart 14-
1814 Wegens verpondingen de heer Van der Wijck 149- 8
1815 Wegens verponding L.Q. 141- 1-2
onkosten 1-
n.b. nov. 4 aan L. van Werner voor 7 viemen rijzen
ad 14 st.
de vijmen 27 dagen arbeidsloon en 12 st bet. 23-2
1816 26 jan. aan H. Brinkhuis 18 Vremen rijzen en 400
eerdgarden 16-12
n.b. 12 april aan H. Brinkhuis voor 78 geleverde
palen 6- 2-8
Wegens oorlogsbelasting over 1815 1/5 van
141-1-2 28- 4-2
Verponding over 1816 130-19-8
1817 Verponding 137- 2
Verschot - 6
n.b. Aan de heer Chevallerau die met de commissie
ter opneming des Varsener en Leusener Stouwen
is geweest betaald vertering 2- 8
n.b. Aan dezelve vertering bij de aanbesteding
van de waterleiding door de markte en
vertering aan B. Naber door dezelve voldaan 6- 6
n.b. Aan G.J. Seinen wegens het opnemen der water-
leiding en voor een meetstok 5-10
n.b. nov Aan Albertus Hofste in twee malen volgens
kwitantie voor het maken der waterleiding 138-17
n.b.oct. Aan Hend. Timmerman voor de duiker in de
Woestendijk L.q. 20-
1818 Verponding over 1818 87- 4
voor het overbrengen - 6
n.b. Aan de heer Helmich voor geleverde palen 18- 7-8
voor het bezorgen - 6
rente wegens de gedane verschotten vanaf
1813 tot 1818 incluis en alzo over 6 jr. 175-
Wegens ontvangst en uitgaaf volgens reso-
lutie van den 5 nov 1779 5% 77-8
_________
1625- 1 -8
af ontvangst 584-18-4
Geeft een nadelig slot van 1040-3 -4

Fol. 111

Welke voorenstaande rekening geexaminneerd en goedgekeurd zijnde, word erkent aan den heer van W.J. van Dedem voornoemd door de markte schuldig te zijn wegens meerdere uitgaven als ontvangst eene somma van eenduizend veertig guldens, drie stuivers en vier penningen.
Voorts door den Markte Rigter G. Sandink overgelegd de verdeling van den Mars en den Brink op grond van het besluit dezer vergadering van den 21 april 1817 bevatend en als volgd -
bij loting - getrokken.

Op den Brink no 1 Gerrit Jan Grotens
no 2 Erve Frielink door Hk.
Frielink
no 3 G. Sandink
no 4 Erve Laarman, door Jan Marsman
no 5 Hk. Asjes
no 6 G. Binnenmars
no 7 Seine Hemstede op Luchies
no 8 Pieterman Sandink
no 9 Harmen Brinkhuis
no 10 Erfgenamen van Harmen Meesters
no 11 Frerik Vedder
no 12 Harmen Bosch
no 13 Herm.
Bolks op Grotens
no 14 Willem Wittenberg

Op den Mars
no 1 Pieterman Sandink
no 2 G. Binnenmars
no 3 erfgen. van Hm.
Meesters
no 4 Hermanus Bolks op Grotens

fol.112

no 5 Harmen Bosch
no 6 Wm. Wittenberg
no 7 Hk. Nengbers
no 8 G. Sandink
no 9 Erve Frielink, door Hk. Frielink
no 10 Erve Laarman door Jan Marsman
no 11 Frerik Vedder
no 12 Hk. Asjes
no 13 Harmen Brinkhuis
no 14 Seine Hemstede op Luchies

Markeboek Varsen 1820

De erfgenamen van Varsen tegen heden den 21 juny 1820 extra ordinairgeconvoceerd zijnde in het Zwarte Paard te Varsen op behoorlijke gepubiceerde kerkensraake ten einde te deliberen en te resolveren over de hierna volgende punten
Ten Eersten het benoemen van een .. Markten Rigter in de plaats van Gerrit Sandink die niet genegen is deze bediening langer naast te nemen alsmede tot het examineren der rekening denzelven geexhebeerd.
Ten Tweeden het vaststellen van eene retributie voor dit en volgende jaren van ieder schaap en beest op de gemeene marktengrond geweid of gedreven wordende.
Ten derden het beslissen van een geschil bestaande tusschen de Marktegenooten, omtrent een Hoekjen Marktegrond.
Ten vierden over het dempen van een zandstuive.
Zo waren present de MarktenRigter G. Sandink, De heren
L. Pruimers, H. van der Wijck, voorts Seine Luchies, H. Brinkhuis, G. Binnenmars, H. Asjes, H. Breukert, H. Nengbers,
H. Bolks, H. Bosch, A. oldegberts, H. Schutmaat, W. Wittenberg, J. Schutman, J. Marsman namens den heer A. Sandberg, G.J. Seine, Harm Hendriks Klaas, G.J. Grotens, Frerik Vedder en Jan Wittenberg die na deliberatie geresolveerd als volgt:
1e In plaats van G. Sandink tot MarktenRigter voor den tijd van drie jaren te benoemen en aan te stellen den Heer J.E. de Vries te Ommen woonachtig en tot het examinneren der rekening door den afgaandsen MarktenRigter heden geexhebeerd te committeren de Heren H. van der Wijck en D. Pruimers nevens Harm Bosch en Roelof Huising.
2e De retributie van ieder paard, beest of schaap op de gemeene marktengrond geweid en gedreven wordende voor dit jaar te bepalen in deze voege, dat door den eigenaar van ieder beest of paard, drie jaren of daarboven oud zal betaald worden acht stuivers van een beest of paard onder de drie jaren en gedurende het gehele zomer op den Marktengrond geweid wordende vier stuivers en zoo dezelve slechts de halfscheid van den tijd in de Markte wordende geweid twee stuivers en voor ieder schaap vier duiten, zullende deze retributie door de gezworens na gedane telling worden ontvangen en daarna aan den Markten Rigter worden bezorgd.
3e Is verstaan dat de Marktegenooten zich omtrent het hoekje grond waarover onenig

fol. 113

zijn zich behooren te gedragen naar de bepaling daaromtrent voor de loting ten verdeling van de marsch en brink gedaan.
4e goedgevonden dat Seine Hemstede de noodige zooden, of tosschen op de zandstuivinge zal brengen, die zulks ook aangenomen heeft te zullen doen.
Voorts is door alle presente erfgenamen nog goedgevonden en geresolveerd dat al hetgeen gelegen is tusschen den ouden en den nieuwen sloot voortaan alleen door beesten zal worden beweid, zoolang tot dat het hooi af de woesten zal zijn.

Dinsdag den 27 juny 1820
In den op heden belegde vergadering der Goedsheren en erfgenamen der Markte van Varssen, waarop present waren: de Markenrigter J.E. de Vries, G. Sandink, H. Bolks, G.J. Seinen,
B. Naber, Hk. Asjes, S. Hemstede, W. Wittenberg, H. Breukert.
Is na gehouden deliberatie goedgevonden
1e Dat diergene welke voortaan houden brand onder de Haar steken, zullen betalen eenen boete van twee goudguldens, en dat voorts de brand zelf ten voordele der Markte zal worden verkocht.
2e Dat zij die het gras uit de algemeene beestenweide voor den Woeste wegmaayen, alsmede zullen vervallen in eenen boete van twee goudguldens terwijl het hooi ten voordeelen der Markte zal verkocht worden.

Den 14 october 1820
Na behoorlijke convocatie waren ter vergadering tegenwoordig de Markenrigter J.E. de Vries, H Bolks, H. Vrielink, H. Ningbers, G.J. Grootens, F. Vedder, G. Sandink, H. Asjes,
W. Wittenberg, B. Brinkhuis, G. Binnenmars, G.J. Seinen,
H. Breukert en S. Luchies.
In dezen vergadering gelibereerd zijnde:
1e Over de verbrande Veenen in de Woeste is goedgevonden, dat ieder eigenaar desselfs aandeel sal zaayen en voorts het branden der woeste hooigronden in het vervolg verbieden, op eene boete van twee dukaten.
2e Aangaande de Marktenschuld ten behoeve van den heer Van Dedem. Is goedgevonden dat dezelve in twee termijnen de eerste op 1e mei 1821 en de tweede op 1e january in '22 zal worden voldaan.
3e Opzigtelijk het door den Markenrigter aan de vergadering medegedeeld verzoek van de ingezetenen van Ommen om door den Varsener Markte, ten noorden langs de woeste eene waterleiding te doen graven. Is dien aangaande goed gevonden dit verzoek, als alleen in het voordeel van die van Ommen en geenzins in dat van dezen markte vallende, te wijzen van de hand.
Vervolgens is in dezen vergadering verkocht geworden
a. Aan Hendrik Ningbers een perceel aan de Markte toebehorende
boekweit, te betalen den 1e january 1821 voor f3-85 de Vijme
b. Aan Willem Wittenberg, ongeveer 125 roeen veengrond tot uitzaaijens toe voor f.7-50 te betalen 1e january 1822.

Markeboek Varsen 1821

fol. 114

Den 23 maart 1821
De erfgenamen en Goedsheeren der Markte van Varssen tegen heden tot het houden eener vergadering op het stadswijnhuis te Zwolle, extra ordinair geconvoceerd zijnde, bij Kerkenspraak op den achttienden dezer behoorlijk gepubliceerd. Ten einde de delibereren en te resolveren over de navolgende punten als:
1e De verdeeling der veengronden van de Markte
2e De verdeeling vanhet Vlier
3e De nieuw aangesmetene hoeken in de Markte
4e Het plaatsje van Jan Veldman en
5e De loop der vaart van de kapiale kaart van den heer Van Dedem naar Ommen, door deze Markte
Zoo waren present de Markenrigter J.E. de Vries, de Heren
D. Pruimers, J. Queijsen, H. van der Wijck, benevens H. Bosch,
H. Bolks, G. Sandink, S. Hemstede, W. Wittenberg, Harmen Hendriks, H. Brinkhuis, Roelof Huizing, E. van de Haar, G. Binnenmars, A.J. van Ankum, H. Ningbers en Gerrit Grootens.
En is dien aangaande na gehoudene deliberatie goedgevonden:
1e Dat met het verdeelen van het veen, genaamd de Kuilen aan de Stouwe in het Voorveen een begin zal worden gemaakt en ten dien einde te benoemen een commissie bestaande uit de Heeren Markenrigter en D. Pruimers (of namens laatstgemelden D. Hoogenkamp) benevens G. Sandink, H. Brinkhuis, H. Bosch en H. Bolks, welke commissie bij dezen wordt verzocht van de verdeling dier gronden zo spoedig mogelijk een project aan de vergadering in te leveren.
2e Dat het Vlier niet zal worden verdeeld;-doch dat echter in het zelven geene schapen geweid, noch plaggen gestoken zullen mogen worden, op eenen boete van twee goudguldens.
worden voorts de hierboven gemelde commissie verzocht de scheid van hetzelve Vlier, te doen afbakenen.
3e De Markenrigter te verzoeken Harmen Schutmaat te onderhouden over het hoekjen grond, voor hem eigener authoriteit aan de Stege aangemeten, en om wijdere dienaangaande de nodige overeenkomst met denzelven te sluiten.
Dat de eigenaren voor zich behouden het hoekje grond door de weduwe Breukert voor haar huis aangemeten en dat zij, op eerste order daartoe den tuin zal moeten lostrekken.
Dat aangezien Hendrik Ningbers voorgeeft dat hij de bij hem in gebruik zijnde nieuwen hoek grond van Seine Luchies heeft gekocht en alzoo de Markte in dezen door hem niet is benadeeld, denzelven Hendrik Ningbers zal worden gelast, om dit pretense regt van eigendom binnen veertien dagen na dato aan te tonen; zullende bij verzuim hiervan, de sloten ingelijft en de grond als Marktengrond beschouwd worden.
Dat eindelijk, voor de roede nieuwe grond, in het generaal zal worden betaald twee stuivers of tien cents.
4e Dat door Jan Veldman, voor huur van deszelfs plaatsje jaarlijks zal worden betaald eene somma van drie guldens, aan den Markenrigter, op St. Martinus van elk jaar te voldoen; terwijl de huurder geene inwooners bij zich zal mogen nemen, dan met toestemming der eigenaren.
5e. Dat het bestuur der stad Ommen de geprojecteerde vaart door de Varsener Markte zal mogen graven tegen betaling van den grond die deze markte hiervoor zal komen te verliezen.

fol 115

Den 19 december 1821
De erfgenamen en Goedsheren der Markte van Varssen, buitengewoon geconvoceerd zijnde, tot het houden eener vergadering in het Zwarte Paard te Varsen zoo waren present de Heer A. de Vries (onder wiens, als broeder van den wijlen Markenrigter J.E. de Vries, de boeken en gelden der Markte berustende waren) benevens Seine Hemstede, Harmen Brinkhuis, H. Vrielink, G.J. Grootens, J. Wittenberg, A. Oldegbers, D. Meppelink, Hm. Bosch, H. Breukert, Jan Schutman en F. Vedder.
In deze vergadering, ingevolge behoorlijk gepubliceerde Kerkenspraak overgegaan zijnde tot de benoeming van eenen Markenrigter, in de plaats van den op den 24 oktober dezes jaars overledenen J.E. de Vries, is daartoe, na gehoudene deliberatie, provisioneel tot den 31 december 1823 met eenparigheid van stemmen benoemd den heer A. den Vries, griffier bij het vredegeregt des kantons Ommen, de welke ter vergadering verschenen zijnde, dien post heeft aangenomen.

Markeboek Varsen 1822

Buitengewone vergadering van den 23 april 1822

De erfgenamen en Goedsheeren der Markte van Varssen, tegen heden, extra ordinair geconvoceerd zijnde bij Kerkenspraken op den 14 en 21 dezer, te Ommen en Avereest gepubliceerd, tot het houden eener vergadering in het Zwarte Paard te Varsen, ten einde de delibereren en te concluderen over de navolgende punten als:
1e Omtrent de wijze van om of aanslag tot vinding der verponding; en aangaande het quota dit daartoe door de huizinge moet worden bijgedragen.
2e Omtrent de uittevaardene orders tot het hoofden en de verplichting der Varsener ingezetenen om daartoe de noodige hulp te verleenen.
3e Betrekkelijk de verpachting van het regt van heidetrekken.
4e Aangaande het varen van Hasseler en andere wagens door het varsenerveld.
5e Omtrent de afdoeninge der Markte schuld.
6e Omtrent een geschil tusschen Seine Hemstede en Willem Wittenberg, over een hoekje grond, aan de mars.
7e Omtrent eene waterleiding van de Kolonie Ommerschans, door de Varsener Markte op Nieuwleusen aan.
8e Opzigtelijk het weiden of het hooien van al het geen gelegen is tussen den ouden en den nieuwe sloot.
Zoo waren present de Markenrigter A. de Vries, de heer Van Dedem, benevens G. Zandink, G.J. Grootens, G.J. Seinen, H. Bolks, W. Wittenberg, Harm Bosch, H. Brinkhuis, Seine Hemstede, H. Asjes, Binnenmars, Ningbers, H. Schutmaat, H. Breukert, Jan Wittenberg, Jan Schotman, A. OldEgbers, Harm Hendriks, Evert van de Haar, Roelof Huizing, Derk Meppelink, H. Vrielink en B. Naber.
En is na gehoudene deliberatie aangaande opgemelde punten goedgevonden:
1e Dat de verponding in het vervolg zal geheven worden van het Vee en wel, van een beest dat niet gewisseld heeft, niets;
Van een beest dat eenmaal gewisseld heeft 4 st. of 20 cents;
en van de overige ieder 8 stuivers of 40 cents in het jaar en van 14 schapen, evenals van een volbeest 40 cents, blijvende de paarden vrij.

fol 116

Dat de Huizinger vanaf den jare 1820 tot dezen verponding zullen moeten bijdragen het een vijfde gedeelte
2e Dat, wanneer het hoofden noodzakelijk is de Markenrigter Boerbrink zal beleggen ten einde het gevoelen der boeren daaromtrent in te winnen, en als dan volgens derzelver besluit handelen, terwijl voor diegenen, welke nalatig mogten zijn in hunne verpligting om daerbij met wagen en paarden op... hunne personen tegenwoordig te zijn, ten hunnen koste anderen zullen genomen worden.
3e. Dat het regt van heidetrekken in de Varsener Markte, boven en beneden de Woeste, voor den tijd van drie jaren zal worden gepacht.
4e. Dat de Hasseler- en andere wagens niet door het veld mogen varen, zonder daarvoor met de Gezworenen te hebben geaccordeerd, op eene boete van Een gulden en veertig cents; zullende ten dien einde aan weerszijde van dit veld, Een waarschuwingsbord worden geplaatst.
5e. Dat de Markteschuld volgens Whaartal zal worden betaald in twee termijnen; de eenen halfscheid met sint Martini 1822 en den resterenden halfscheid met 1e januari 1823.
Dat de eigenaren boven de Woeste, voor zooverre die schuld hun, als zoodanig, mede aangaat, daartoe zullen moeten betalen het 1/5 gedeelte, zullende dezen grondslag in het vervolg, in dergelijke gevallen, mede tot leidraad worden genomen.
Dat deze schuld zal worden betaald naar de navolgende berekening:
De Heer Van Dedem brengt bij de, in de vergadering van den 3 juny 1819, goedgekeurde rekening in uitgaaf eene somma van f. 1625-1-8

Onder dezelve bevinden zich acht, in het Markenboek hiervoren met een N.B. getekende posten, ten bedrage van f. 220-13-, welke uitsluitend ten behoeve der Geerfden beneden de Woeste geimpendeerd zijn, en alzoo hiervan de generale schuld worden afgetrokken 220-13-
__________ rest f. 1404-8-8

Waarbij komt 4 jaren rhente ad 5% van het bij gezegde
rekening vermelde nadelig slot van f. 1040-3-4 = 208-2-8
___________
te zamen f. 1612-11-
Hier van het hiervoren gemelde, door de Eigenaren
boven de Woeste contribuerende
1/5 ad 322-10
___________
aftrekken, blijft over f. 1290-1-
welke met inbegrip der opgedachte, uitsluitend
ten behoeve der eigenaren beneden de Woeste
verstrekte 220-13
_________
eene somma van f. 1510-14
en, met bijvoeging van 5% perceptie kosten, over-
eenkomstig Markenresolutie van 5 mei 1779 ad 75-10
__________
eene totale schuld van f. 1586-4-
Voor die eigenaren beneden de Woeste (16) opleveren.
Bedragende dus, voor ieder Whardeel, beneden de Woeste
eene somma van f. 99-3-

fol. 116a

Terwijl voor elk whaardeel boven de Woeste ter
vinding der voorschreven 322-10-
en de 5% perceptiekosten ad 16- 2-
te zamen _______
f. 338-12

moet worden betaald de somma van f 21-3

Dat aangezien der vergadering het montant van het aandeel der eigenaren, boven en beneden de Woeste respectivelijk, in den op meergemelde rekening voorkomende ontvangst en in de door den notaris Chevallerau nog uit te

fol 117

betalene gelden, voor het tegenswoordige niet bekende is, de eerste halfscheid van opgemelden aanslag, met St. Martini aanstaande, ten vollen zal worden betaald en de te goede zijnde gelden en voorzeide ontvangst, bij de voldoening van de andere halfscheid verrekend zullen worden.
Wordende den Markenrigter verzocht, ten dien einde, voor 1 january 1823, de nog te goed zijnde gelden van den heer Chevallerau te incasseren en het aandeel der respective geinteresseerden, als dan met dezelven te verrekenen.
6e. Het hiervoren vermelde 6e punt, omtrent een geschil tusschen Seine Hemstede en Willem Wittenberg over een hoekje grond aan den Mars, voor het tegenwoordige onbeslist te laten.
7e. De Kolonie Ommerschans, het graven van voorschreven waterleiding te accorderen en eindelijk
8e. Dat, opzigtelijk, het weiden of het hooijen van al hetgeen gelegen is tusschen den oude en den nieuwen sloot, den resolutie van den 21 juny 1820 blijft continueren.
Wijders is geresolveerd, dat het questieuze hoekje grond, waar van H. Bolks den eigendom pretendeert, als hun niet toebehoorende, als algemeene Marktengrond zal worden beschouwd.
Aldus geresolveerd, op dato voorschreven,
in fidem A. de Vries, Markenrigter.

Buitengewone vergadering van dinsdag den 19 november 1822.

De erfgenamen en Goedsheren deze Markte van Varssen, bij Kerkensprake op den 10e en 17e dezer gepubliceerd, tegen heden, behoorlijk geconvoceerd zijnde, tot het houden eener buitengewone vergadering in het Zwarte Paard te Varssen, ten einde te delibereren over een door de Directie der Kolonie Ommerschans gedaan verzoek, strekkende om de waterleiding, waarvan haar de graving, in de jongste erfgenamen vergadering is toegestaan, eenen anderen loop te mogen geven.
Zoo waren present:de Markenrigter, de heer H. van der Wijck, benevens Kelderman, G.J. Seinen, G.J. Grootens, Jan Brinkhuis, Gerrit Sandink, Derk Meppelink, Wm. Wittenberg, Hs. Bolks, H. Bosch, B. Naber en Harm Hendriks.
En is na gehoudene deliberatie goedgevonden: Dat, alvorens dit verzoek te kunnen accorderen die nadere loop der waterleiding zal behooren opgenomen te worden.
Voorts in aanmerking genomen zijnde het drukkende, dat voor sommigen uit de in de laatstvoorgaande vergadering vastgestelde wijze van betaling der Markteschuld, om namelijk de te goede zijnde en de reeds ontvangene gelden, bij de voldoening van den laatsten termijn te verrekenen, voortrloert, is dien aangaande goedgevonden.
1e De Markenrigter te Chargeren om van den Notaris Chevallerau de bij denzelve, wegens verpachte veenen nog ten goede zijnde penningen ad. f. 210-15-10 in te vorderen.
2e Om voorts deze soma tevens met de door den Heer Van Dedem in ontvangst gebragte f. 584-18-4, in mindering te doen strekken, zoo wil van den eersten als van den laatsten termijn van
gezegde schuld.
3e. Dat de eerste helft die schuld, na aftrek van opgedacht
ten

fol. 118

goede onverwijld zal worden voldaan; terwijl ter vinding der resterende halfscheid men zal trachten, boven de Woeste het nodige veen, ter boekweiting te verpachten, of daarvan op eene anderen wijze te voorzien.
Wordende tot het opnemen dier veenen gecommitteerd de Markenrigter, G. Sandink, D. Meppelink, H. Brinkhuis en Roelof Huizing (welke laatste hiertoe door den Markenrigter zal worden verzocht) Aldus geresolveerd in de vergadering van 19 november 1822
In fidem A de Vries, Markenrigter.

Buitengewone vergadering van 11 december 1822.
De erfgenamen en goedsheeren der Markte van Varsen, bij op den behoorlijk gepubliceerden Kerkenspraak tegen heden tot het houden eene vergadering, in het Zwarte Paard geconvoceerd zijnde. Zo waren present de Markenrigter, de heer Van der Wijck, G. Sandink, Brinkhuis, Wm. Wittenberg, H. Bosch, Seine Hemstede, H. Ningbers, D. Meppelink, G.J. Seinen, Jan Schutman, Harm Hendriks, R. Huizing, B. Naber, Harm Schutmaat en G.J. Grootens.
Door de in de laatste vergadering benoemde commissie, gerapporteerd zijnde, dat dezelve van oordeel was, dat men, ter vinding deze eene halfscheid van de Marktenschuld, met meer voordeel, een hoek grond, op het westeinde der der woeste gelegen, konde verkoopen, zoo conformeerde zich de vergadering met dit gevoelen en werd dien overeenkomstig besloten, dat aldaar eenen hoek van 75 treeden breed, loopende langs de Stouwe, en circa zes morgen, publiek zoude worden verkocht. Wordende de Markenrigter geauthoriseerd, daartoe de uithoofde der minderjarigheid van sommige eigenaren vereischte authorisatie der regtbank te verzoeken.
Aldus geresolveerd, op dato voorschreven.
In fidem, A. de Vries, Markenrigter.

Markeboek Varsen 1823

Buitengewone Vergadering van dinsdag den 25 februari 1823.
De erfgenamen en Goedsheren der Markte van Varsen, bij, op den 16e en 23e dezer, aan de kerken van Ommen en Avereest gepubliceerde Kerkenspraken, behoorlijk geconvoceerd zijnde tot het houden eener vergadering, op heden in het Zwarte Paard te Varsen, zoo waren present: De Markenrigter, de heren Tieding, Meulenbeld, Jan Schutman, Hm. Brinkhuis, Seine Hemstede, J. Boscha, als gevolmagtigde van de Maatschappij van Weldadigheid, Derk Meppelink, als gevolmagtigde van den heeren Pruimers, G. Binnenmars, H. Bolks, G.J. Seinen, W. Wittenberg, Harm Schutmaat, G.J. Grootens, H. Breukert, Gerrit Geerts, G. Sandink en Harm Bosch.
In deze vergadering overgegaan zijnde om te delibereeren over de navolgende, bij gezegde kerkenspraken opgegevene punten, als
1e. Omtrent het getal vhee dat op elk whaardeel zal mogen worden geweid.
2e. Over de wijze van vinding der Markte verponding.
3e Over het weiden of hooijen van hetgeen gelegen is tusschen den ouden en den nieuwen sloot.
Is goedgevonden, bij meerderheid van stemmen
_____________ __________________________
2 1
1e Dat opzichtelijk het weiden op whaartal, van heden af, zulks gevolgd en naargekomen worden. De bepalingen vervat bij der erfgenamen en Goedsheeren resolutie van den 19 september 1804.
3e. Dat, het land gelegen tusschen den ouden en nieuwen sloot bij voortduring zal worden geweid.
Terwijl het tweede punt tot eenen naderen vergadering is uitgesteld
Aldus gedaan in het Zwarte Paard te Varsen op dato als boven,
In fdem, A. de Vries, Markenrigter.

fol 119

Vergadering van zaterdag den 5e april 1823
De erfgenamen en Goedsheeren van de Markte van Varsen, tegen heden, bij, op den 23 en 30 der vorige maand aan de kerken te Ommen en Avereest, gepubliceerde kerkenspraken behoorlijk geconvoceerd zijnde, tot het houden eener vergadering in het Zwarte Paard te Varsen, ten einde te delibereren over:
1e Het weiden van ongewaarden in de Markte en het weiden van vhee, boven het, per whaardeel, bepaalde getal.
2e. Om voortaan in de Markte geene houden meer te mogen steken en 3e. Het verpachten der verbrande blokjes
Zoo waren present de Markenrigter, de Heer VonHoff als gevolmagtigde van de Maatschappij van wedadigheid, R. Huizing, E. van de Haar, H. Hendriks, Jan Schutman, G.J. Seinen, H. Breukert, G. Binnenmars, W. Wittenberg, H. Bolks, H. Ningbers, G.J. Grootens, H. Brinkhuis, H. Bosch, G. Sandink, Seine Hemstede en D. Meppelink namens den Heeren Pruimers.
En is na deliberatie goedgevonden:
1. Eenen commissie bestaande uit de Heeren Pruimers, Sandberg benevens H. Brinkhuis en G. Sandink, te verzoeken, derzelver gedachten te willen laten gaan omtrent het daarstellen van bepalingen ten opzigte van het weiden in de Markte, door ongewharden; en het weiden van vhee, boven het bepaalde getal en daarvan in eene nadere vergadering een plan te willen overleggen.
2e. Het honden steken in de Markte, van heden af, te verbieden
op eene boete van drie gulden, telken reize, onverminderd al hetgeen gestoken is te verbeuren.
3e. Omtrent het verpachten der verbrande blokjes te bepalen, dat de vergadering dezelve beschouwt als een zaak welke geen onderwerp harer deliberatie kan uitmaken; als kunnende de respective eigenaren over die reeds verdeelde blokjes, ieder naar welgevallen voor zich zelven beschikken, of des wegens met een of meer huner, zoodanige overeenkomst maken als zij zullen geraden verdeelen.
Wijders is, in afwachting van het door de in de vergadering van 23 maart 1821 kenvende commissie uittebrengen rapport, opzigtelijk het verdeelen van het veen genaamd de Kuilen, aan de Stouwe, in het Voorveen, goedgevonden dat de turf niet anders zal mogen worden gestoken, dan op zoodanige plaatsen als in de eerstvolgende vergadering zullen worden bepaald. Wordende dezelve commissie verzocht tegen dien tijd, die plaatsen aan te wijzen en zoo moogelijk, als dan mede het project van verdeeling van voorzeide Kuilen, ter tafel te brengen. Alsdus geresolveerd op dato boven.
In fidem, A. de Vries, Markenrigter.
Vergadering in het Zwarte Paard te Varssen op dingsdag den
15 april 1823. De erfgenamen en Goedsheeren deze Markte van Varssen, tegen heden, bij, op op den 6e en 13e dezer gepubliceerde kerkenspraak, behoorlijk geconvoceerd zijnde, tot het houden eener vergadring in het Zwarte Paard te Varsen, ten einde te delibereren en te concludeeren.
1. Over het bepalen der gronden waar men, met uitsluiting van anderen plaatsen, in de Markte, turf mag graven.
2. Over de verdeeling dier daartoe aan te wijzen gronden.
3. Omtrent ene met de Maatschappij van Weldadigheid voor den tijd van een jaar te makene schikking opzigtelijk het regt van weiden, volgens welke gezegde maatschappij dit regt, gedurende voormelde tijd

Fol. 120

alleen boven en niet beneden de Woeste zoude uitoefenen
Zo waren present de Markenrigter, D. Meppelink als gevolmagtigde van den Heer Pruimers, Jan Schutmaat, Seine Hemstede, G. Sandink, G.J. Seinen, Wm. Wittenberg, A. OldEgbers, Jan Wittenberg, H. Ningbers, G. Geers, H. Schutmaat, F. Vedder, G. Binnenmars, H. Breukert, Hend. Asjes, H. Bosch, H. Bolks en H. Brinkhuis. De in de vergadering van 23 maart 1821 benoemde commissie, gaf, bij monde van den Markenrigter, kennis, dat zij over de verdeeling van de zoogenaamde Kuilen, had daargesteld het navolgende project:
Deze Kuilen, welke gedeeltelijk aan de Stouwe en voor een gedeelte in het voorveen gelegen zijn, worden verdeeld in zestien deelen, welke, naar dezelver meerdere of mindere geschiktheid tot het graven van turf, in grootte, met elkander verschillen.
Aan de Stouwe loopen dezelve in eenen gelijke lengte van het westen naar het oosten, tot daer waar de oude Kuilen ophouden, en welk punt dat thans door de aldaar gegravene gaten kennelijk is, ten spoedigsten door aldaar te stellene palen zal worden aangegeven.
In het Voorveen loopen dezelve, ook in eene gelijke lengte, vanaf de Bruine Striepers, van het noorden naar het zuiden, tot aan de mede door het graven van gaten aangewezene punt, het welk insgelijks door het stellen van palen, kenbaar zal worden gemaakt. De percelen zijn genummerd van 1 t/m 16, beginnende aan de Stouwe van den zuid- en in het Voorveen van den westkant met numero 1. De thans in de onderhavige veenen bestaande wegen mogen in geen geval vergraven worden maar moeten steeds zo breed blijven, dat dezelve twee wagens elkander goed kunnen passeren.
De commissie stelde wijders voor, dat uithoofde de tijd om met het turf graven te beginnen daar is, vorenstaand project, goedgekeurd wordende, nog in deze vergadering mogte worden overgegaan om bij het lot te bepalen, welk perceel, elk der respective eigenaren, van voorzeide veenen zoude hebben.
En is, na dat de commissie voor hare ten dezen genomene moeite bedankt, en over gezegd project gedelibereerd was, hetzelve goedgekeurd en overeenkomstig het door de commissie gedane voorstel, tot eenen dadelijke loting, bij volstrekte meerderheid van stemmen besloten.
Tot welke loting overgegaan zijnde, de onderscheidene perceelen zijn toegevallen als volgt:
A. Aan de Stouwe.
No. 1. Harm Hendriksen en B. Naber(De Heer Pruimers)
2. Harm Bosch
3. Seine Luchies
4. G. Sandink
5. Herm Bolks
6. De Heer van der Wijck, Jan Wittenberg en Jan Schutman
7. Derk Meppelink (De Heer Pruimers)
8. Dezelfde en G. Sandink
9. De Heer A. Sandbergen Hm. Hendriks
10. H. Ningbers en Grootens
11. G. Geers, H. Brinkhuis en Frerik Vedder
12. G. Sandink, Jan Hekman, Hend. Asjes
13. G.J. Seinen Wm. Wittenberg en A. OldEgbers

fol 121

14. H. Breukert, Binnenmars, H.Schutmaat en G. Sandink
15. De Maatschappij van Weldadigheid
16. Harm Brinkhuis

B. In het Voorveen.

no. 1. Harm Hendriks en B. Naber
2. De Heer Sandberg en Hm. Hendriks
3. Hm. Brinkhuis
4. G. Sandink, H. Asjes en Jan Hekman.
5. H. Ningbers en Grootens
6. Harm Bosch
7. G. Sandink
8. G. Geers, H. Brinkhuis en F. Vedder
9. G. Sandink en D. Meppelink
10. Herm. Bolks
11. Seine Luchies
12. Wm. Wittenberg, G.J. Seinen en A. OldEgbers
13. Breukert, Binnemars, Hm. Schutmaat en G. Sandink
14. De Maatschappij van Weldadigheid
15. Derk Meppelink
16. Jan Schutman, Dhr. Van der Wijck en Jan Wittenberg

De vergadering hiermede de beide hiervoren gemelde eerste punten als afgehandeld beschouwende, en tot het behandelen van het derde en laatste punt willende overgaan deelde de Markentigter die vergadering mede het navolgende, staande de opgemelde werkzaamheden bij hem vanwege de Maatschappij van Weldadigheid ontvangene stuk, aldus luidende:
De ondergeteckende, verhindert zijnde, om de vergadering van de Markte van Varssen op heden den 15 April 1823 bij te wonen, verzoekt bij dezen den Heere Markteregter om aan de vergadering de onderstaande verklaring, uit naam van deszelfs committeerden, de Maatschappij van Weldadigheid, te willen mededeelen. De Maatschappij van Weldadigheid in derzelder qualiteit als mede gewaarde in de Markte van Vaarsen geen genoegen nemende in de op de vorige markte vergadering gedane propositie ter zekeren ruiling van haar weideregt voor een jaar, nog minder zich kunnende confirmeeren met de propositie in de vorige vergadering ter bepaaling van het weide gerechtigd vee op een zeeker waartal door den Heere Markenregter gedaan, dringt bij deze daarop aan dat alles in dezelve staat moet blijven, zoo als het in het afgelopen jaar is geweest, verklarende dat ingeval de in de vorige marktevergadering gedane propositie ter bepaaling van het weide gerechtigd vee op een zeker waartal, met meerderheid van stemmen , wierd aangenomen, zij mede gewaarde onmiddelijk en gaso facto, op scheiding deze Markte en zoo dezen met na het genoegen van alle de mede gewaardens gevonden konde worden op verkooping deze geheele markte zal aandringen, wordende de Heer markenregter verzogt om, in dit geval een Markte vergadering te provocueeren ten einde over dezen eischen deeling of verkooping der markte te handelen. Verzoekende de ondergeteekende verder den Heer markteregter, om na gedane mededeeling

fol 122

aan de vergadering deze verklaring ad acta te willen nemen en om aan de Veldwachter het dubbeld geneegent geteekend terug te willen geven.
Ommerschans den 15 April 1823, De Adjunct Directeur der Kolonien. get. Vonhoff
De vergadering was van gevoelen dat het voren gemelde te behandelene 3e punt, hierdoor buiten deliberatie werd gesteld.
Dezelve drong voorts ten sterksten aan op de handhaving deze resolutie van den 19 september 1804, als welke handhaving ook nog laatstelijk in de vergadering van 25 february.
Heden, bij meerderheid van stemmen bepaald was, en zij verzocht wijders den Markenrigter, het door denzelven hiertoe ontvangen antwoord, op vorenstaande verklaring van wegen de Maatschappij van Weldadigheid, van de voet om het dubbeld daarvan te willen plaatsen, ten einde deze mede gewaarde, van den wil der vergadering niet onkundig zoude zijn.
navolgende voldaan:
De Markenrigter van Varssen heeft de eer den Heer Kapitein Adjunct Directeur der Kolonie Ommerschans te informeeren dat, daar hij markten resolutie van den 25 februarij 1823, de handhaving der resolutie van den 19 september 1804, opzigtelijk het weiden op waartal vastgesteld en besloten ende in de laatst vorige vergadering gedane voordragt slechts strekkende was om aangaande de ongewaarde ingezetenen der Markte eenige bepalingen daar te stellen, de tegenwoordige vergadering, na de ontvangene mededeeling van vorenstaande verklaring van
gevoelen is, dat dezelve, voor zooverre zij dit weiden op waartal betreft, als een reeds beslist punt, geen onderwerp harer deliberatien meer konde uitmaken; terwijl zij wijders eenparig haer verlangen aan den dag leidde, dat de opgedachte resolutie, met de meeste striktheid mogten ten uitvoer gelegd en opgevolgd worden.
Varsen den 15 april 1823
De Markenrigter voornoemd
get. A. de Vries.

Eindelijk verzocht de vergadering den Markenrigter, zich nog in de loop dezer week naar Zwolle te willen begeven, ten einde aldaar met een of meer regtsgeleerden te aboucheren, omtrent de wijze waarop voorzeide resolutie aangaande het weiden op waartal, ter executie gelegd, en, bij onverhoopte tegenstreving van een of meer der Marktegenooten, gehandhaafd behooren te worden.
Aldus geresolveerd ter vergadering in het Zwarte Paerd te Varsen ten dage en jare voorschreven In fidem A. de Vries
Markenrigter.

Markeboek Varsen 1824

fol. 123

Vergadering in het Zwarte Paard te Varsen op dingsdag den 1 julij 1824.
De Erfgenamen en Goedsheeren van de Markte van Varsen, bij de op den 22 en 29 junij bevorens te Ommen en te Avereest gepubliceerde Kerkenspraken tegens heden geconvoceerd zijnde tot het houden eener buitengewoone vergadering in het Zwarte Paard te Varsen, ten einde te delibereren en te concluderen:
1e Omtrent het weiden en brandsteken van de ongewaarden en het weiden boven het, volgens elk waardeel vastgesteld getal veen.
2e Aangaande de wijze van handhaving der bestaande resolutien op het weiden op waertal, tegens degenen welke die resolutien mogten overtreden.
3e Opzigtelijk de wijze van vinding der Markte Verponding.
4e Over de te nemene maatregelen, om ten spoedigsten te doen ophouden het wederregtelijk drijven met schapen door het hooiland en het steken van plaggen door Harm Hendriks te Nieuwleusen.
5e Aangaande het weiden van schapen in de Woeste.
6e Omtrent eene te doene verdeeling van eenig gronden boven de Woeste
Zoo waren present de Markenrigter, de heer Pruimers, Hm. Bosch, Kelderman, Sandink, G.J. Grootens, Hm. Bolks, Seine Hemstede, Hm. Brinkhuis, Gt.Jan Seinen en Marten Laarman als gevolmachtigde van den Heer Sandberg.
En is, na gehoudene deliberatien, met meerderheid van stemmmen goedgevonden te bepalen:
1e Aan de thans in de Markte woonachtige ongewaarden Hendrik Timmerman en Jan Veldman, tot wederopzeggens toe, te vergunnen om, tegens eene jaarlijksche betaling van dertig cents, voor een koe en vijftien cents voor een veers of pink, te mogen weiden drie volle beesten, twe veersen en twe pinken; en hun tot het steken van turf en plaggen aan te wijzen ieder een hoekje van gelijke groote als de gewaarde keuters hebben, ten westen van het eerste blok in het Voorveen getrokken door B. Naber en Harm Hendriks; waarvoor zij jaarlijks zullen moeten betalen een gulden en vijftig cents.
Dat zoodanige gewaarden, welke meer vee weiden dan zij, volgens de resolutie van 19 september 1804 mogen doen, het bepaalde getal beesten met den helft (doch niet meer) zullen kunnen vermeerderen en alzoo weiden, op een volle waar, 12 koebeesten, 6 vaersen en 12 pinken; mits van dit boven het vastgestelde getal geweid wordende vee, betalende evenals hier voren voor de ongewaarde is bepaald.
Dat voorts, die gewaarden, welke meer schapen dan beesten houden zullen kunnen weiden voor een koebeest 10, voor een vaars 5 en voor een pink 3 schapen. Dat eindelijk, voortaan, onder welk voorwendsel ook, aan niemand hoegenaamd, welke in de Markte mogte timmeren, eenig heiden of weiden in de zelve zal worden vergund.
2e Dat door degene, die bepalingen vervat bij de resolutien omtrent het weiden op waartal overtreden, telkel reize, als boete, zal worden verbeurd en betaald:
Voor eene koe drie gulden, voor een veers twee, voor een pink een, voor elk schaap dertig cents.
Wordende voor een koe gehouden, de zoodanig welke 3 maal heeft gewisseld; voor een veers die eens en voor een pink die niet gewisseld heeft.
En wordt de Markenrigter gemagtigd tot het doen der schattingen, de inning der boeten, los wel door als zonder middelen regtens; en om voorts, zulks geraden oordelen, dien aangaande den raad

Fol. 124.

en hulp van een of ander regtsgeleerde in te roepen.
3e Dat de Markte verponding, dit jaar, op dezelfde wijse zal worden geregeld en ingevorderd als dit in het voorige is geschied.
4e Dat de vergadering het vierde punt dat dezzelvelr deliberatien zoude hebben uitgemaakt, voor zooverre zulks Harm Hendriks betreft, in advies houdende, echter bij dezen bepaalt dat het steken van plaggen, in de Woeste, onder den weg tusschen de heide en de Govente bij Nieuwleusen (welke punten door palen zullen worden aangewezen) in geen geval zal mogen plaats hebben, en dus verboden wordt op verbeurte eener boete van drie gulden en van al het gestokene.
5e Dat nimmer eenige schapen in de Woeste mogen worden geweid, op verbeurte eener boete van twintig cents voor elk schaap.
6e Dat het zesde hiervoren vermelde punt, voor het tegenwoordige, buiten deliberatie zal worden gehouden.
Ten slotte is goedgevonden en bepaald, dat de turf, op eene andere plats gestoken, dan bepaald is bij resolutie van den 15 april jongstleden, ten voordeele der Marktekas, zal worden weggehaald.
Aldus geresolveerd ten dage, jare en plaatse voorschreven.
In fidem A. de Vries, Markenrigter.

Vergadering van Dingsdag den eersten julij 1824.
Der Erfgenamen en Goedsheeren der Markte van Varsen, bij behoorlijk gepubliceerde Kerkenspraken tegens heden geconvoceerd zijnde tot het houden eener vergadering in het Zwarte Paard aldaar, ten einde over de bij die publicatie vermelde punten te delibereren, zoo waren present de Markenrigter, de Heeren Generaal Major van den Bosch, namens de Maatschappij van Weldadigheid, Pruimers, A. Meulenbelt, Tieding, Sandink, Hm. Brinkhuis, G.J. Grootens, H. Ningbers, Hm. Bosch, G.J. Seinen, Wm. Wittenberg, Seine Hemstede, G. Binnenmars, H. Bolks, E. van de Haer, Hm. Hendriks, Jan Peters, Roelof Huizing, H. Breukert, Hm. Schutmaate en Kelderman.
In welke vergadering zonder te delibereren over de bij gezegde Kerkenspraak opgegeven punten; met eenparigheid van stemmen is besloten, dat de geheele Markte van Varsen zal worden verddeld, en zulks in de onderstaande vier percelen, te weten:
1e Hetgeen gelegen is boven De Woeste; waarvan de percelen zullen loopen zuiden en noorden.
2e De Woeste. Hiervan zullen de percelen zoodanig loopen als door de nate meldene commissie zal voorgedragen en door de vergadering goedgekeurd worden
3e Hetgeen gelegen is beneden De Woeste, zullende hiervan de percelen loopen Zuiden en noorden.
4 Den Larinksmars, Waarvan de perceelen zullen loopen van de Vecht opwaarts.
Dat deze verdeeling zoo mogelijk, bij onderlinge schikking of anders bij loting zal geschieden, met inachtneming in het laatste geval dat, boven De Woeste de Maatschappij van

fol 125

van Weldadigheid haar aandeel zal bekomen, op zoodanige plaats als haar hetzelve meest gelegen is; echter onder bepaling dat wanneer de grond welke de Maatschappij krijgt beter of slechter is dan de overige te verdeelene gronden zulks door vermmindering of vermeerdering van de grootte van het aandeel der Maatschappij, tot gelijkheid zal worden gebragt.
Zullende dit verschil van waarden alsmede door nagemelde commissie worden begroot.
De Heer Generaal Major van der Bosch, nam aan daat de Maatschappij van Weldadigheid eenen weg langs de Woeste tot aan Nieuwleusen zouden doen graven, waarvan den loop, ook al, door de te benoemen hierna gemelde commissie zal worden geregeld.
Voorts overgegaan zijnde tot de verkiezing eener commissie, belast met voorschreven werkzaamheden en voorts met het maken van het noodige plan van verdeeling der gronden, zoo zijn daertoe benoemd: aan zijde der Maatschappij van Weldadigheid De Heeren Harloff en Bosscha; Aan de zijde der overige Erfgenamen De Markenrigter, G. Sandink, D. Meppelink, Evert van de Haer, Hm Bosch, Hm. Brinkhuis en H. Bolks.
Aldus geresolveerd in de vergadering in Het Zwarte Paard te Varsen, ten dage en Jare voorschreven.
In Fidem, A. de Vries Markenrigter.

Vergadering van woensdag den 14 july 1824.
De Erggenamen en Goedsheeren der Markte van Varsen, bij behoorlijk gepubliceerde Kerkensprake, tegen heden geconvoceerd zijnde, tot het houden eener vergadering in het Zwarte Paard te VArsen, zoo waren present de Markenrigter, de Heeren Harloff en Bosscha, namens de Maatschappij van Weldadigheid, G. Sandink, H. Brinkhuis, H. Ningbers, H. Bosch, G.J. Grootens, H. Bolks, G. Geers, Seine Hemstede, G.J. Seinen, Hm. Hendriks, Kelderman, Breukert en F. Vedder, Hk. Asjes, Wm. Wittenberg en G. Binnenmars.
In welke vergadering na (2e functie der notulen van het verhandelde in het laatst vorige) is ingekomen en voor notificatie aangenomen het navolgende verslag:
Markte vergadering van den veertiende july 1824. De commissie in de voorgaande vergadering van den eersten july 1824 benoemd tot scheiding en verdeeling der Varzener Markte, benoorden De Weuste, brengt op heden van hunne werkzaamheden het navolgende verslag ter tafel;
Alle de inhebbende in genoemde Markte waren tegenwoordig(Eccept den Heere Zandberg) en zijn overeengekomen om de verdeeling te maken, en daarmee den Heere Zandberg hiervan kennis te geven, als volgt: De maatschappij van Weldadigheid is toegestaan hun aandeel van 9 1/2 waardeel, aan de oostkant, Daaraan volgende Harm Hendriks, Den Hr. Zanberg, Jan Peters en Arend Husken, en daarna de Heeren van Dedem, Roelof Huizink en Evert van de Haar, met door de Maatschappij, met de overige waardgenoten gemacht contract, van eene bijbetaling te doen van eenduizend guldens voor de meerdere waarde der gronden welke de Maatschappij hierdoor voor zijn aandeel heeft bekomen. genoemde verdeeling is geschied met die intentie dat den Heer Zandberg daarin wel zal gelieven zijne goedkeuring te schenken. Door ons commissie tot de scheiding benoemd was getek.
G. Sandink, D. Meppelink, H. Brinkhuis, H. Bolks, Harloff en J. Bosscha.

fol. 126

Door dezelve commissie werd voorts ter tafel gebragt een plan van verdeeling van De Woeste volgens het welk van dezelve het oostelijk en westelijk geddelte ieder afzonderlijk zoude worden verdeeld.
Daar echter bij dusdanige verdeeling de respective eigenaren speciaal die hunner welke slechts voor een vierde whare geregtigd zijn, te zeer zouden worden benadeeld, als komende hier door hun eigendom op twee van elkander gescheidene punten, te liggen, zoo heeft de vergadering in dat plan geen genoegen kunnen nemen. Waarom op voorstel van de Markenrigter de in den vorige vergadering benoemde, hier voren bedoelde commissie, met eenparigheid van stemmen, werd verzocht een plan van verdeeling van de geheele, thans nog onverdeelde Markte, te willen voordragen.
Aldus geresolveerd ter vergadering in het Zwarte Paard te Varsen ten dage en Jare voorschreven.
In Fidem A. de Vries, Markenrigter.

Markeboek Varsen 1825

Vergadering van dingsdag den 31 mei 1825
De Erfgenamen en Goedsheeren der Markte van Varsen, bij behoorlijk gepubliceerde Kerkenspraak tegen heden geconvoceerd zijnde, tot het houden eener vergadering, ten einde te delibereren 1e omtrent de verdeeling der Marktegronden. 2e Over de wijze van vinding der Markte verponding.
Zoo waren present de Markenrigter, de heer Sandberg en Pruimers, Hm. Bosch, G. Binnenmars, Jan Wittenberg, H. Breukert, G. Sandink, Harm Boeze, G.J. Seinen, Wm. Wittenberg, Kelderman, H. Ningbers, Hm. Hendriks, A. OldEgbers, Seine Hemstede, Hm. Bolks en Hm. Brinkhuis.
De notulen van het verhandelde in de laatst tervisen vergadering gelezen en goedgekeurd zijnde wordt voorts na gehoudene deliberatie eenparig goedgevonden:
1e Dat de in de vergadering van den 1 july 1824 benoemde commissie, zoo moogelijk, met de Maatschappij van Weldadigheid, in schikkingen zal treden om dezelve haer aandeel in de Markte, op een punt, afgescheiden van de overige waardeelen toe te leggen.
2e Dat aan de keuters een, nader te bepalen gedeelte der markte, tot het heiden, weiden en brandsteken zal worden toegekend. Omtrent de hoe grootheid van welk gedeelte voorzeide commissie (tevens met de Heeren Sandberg en Pruimers) verzocht worden , in eene volgende vergadering derzelver gedachten uittebrengen Met wijder verzoek, zulk ook te willen doen aangaande de wijze van schadevergoeding aan den Heer Pruimers en aan G. Grootens toe te kennen, voor dezzelve halve drijfwaren, die zij, bij eene eventuele verdeeling, zoude komen te verliezen.
3e Dat de Markte verponding over den loopenden jare, op de gewone wijze zal gevonden worden.
Wordende tenslotte de MArkenrigter gequalificeerd om alle de bij de Markte te goede zijnde gelden, wegens honden, rijzen en aangesmeten gronden, des noods, door middelen regtens, in te vorderen Aldus geresolveerd, ter vergadering, in het Zwarte Paerd te Varsen, ten dage en jare voorschreven.
In fidem A. de Vries, Markenrigter.

Markeboek Varsen 1826

fol 127.

Vergadering in het Zwarte Paard te Varsen van donderdag de 30 maart 1826.
De goedsheeren en Erfgenamen der Markte van Varsen op de gewone wijze geconvoceerd zijnde tot het houden eener vergadering, op heden, zoo waren present: De Markenrigter, T. Tigchelhof, als gevolmagtigde van de Heer J.D.F. van der Wijck, had overgelegde volmagt ed. ... dezer; G.J. Seinen, H. Bolks, Hm. Bosch, G.J. Grootens, G. Binnenmars, W. Wittenberg, W. Reinders, namens den Heer Pruimers, Hm. Schutmaat, H. Broekert, Jan Brinkhuis, G. Sandink, Jan Schutman en Hk. Ningbers.
De notulen der laatstvorige vergadering geresumeerd en goedgekeurd zijnde, is voorts gedelibereerd over de bij de Kerkenspraak opgegevene punten (De Vergadering was geconvoceerd, ten einde te hooren uitbrengen en te delibereren over het commissoriaal rapport) omtrent het, zoo mogelijk aangaan van schikkingen met de Maatschappij van Weldadigheid, ter afscheiding van het aan dezelve toebehorend gedeelte der Varsener Markte, van de overige Marktegronden.
2e Opzigtelijk de hoeveelheid van het gedeelte der Markte, het welk aan de Keuters tot heiden, weiden en brandsteken zoude behoren toegelegd te worden en
3e Aangaande de wijze waarop de Commissie veronceert dat zoude moeten worden geregeld, de schadevergoeding respectivelijkaan den Heere Pruimers en Gerrit Jan Grootens toe te kennen voor derzelver halve Drijfwaren, die zij, bij eene eventuele verddeling zouden komen te verliezen.
Dan door de absentie van de Heeren Pruimers en Sandberg, is de commissie buiten staat, opgemeld rapport uit te brengen.
Weshalve, na deliberatie is goedgevonden:
1e Dat gemelde Heeren Pruimers en Sandberg, door een of meer der medeleden van voorzeide Commissie zullen worden verzocht, om die Commissie is staat te stellen van op eenen zoo spoedig doenlijk te houdene vergadering, het hiervoor vermelde rapport te kunnen uitbrengen.
2e Den Heere Van der Wijck, door gemelde zijne gevolmagtigde te doen verzoeken, om zich wel als lid der bovenbedoelde commissie te willen beschouwen en met gezeyde Heeren Sandberg en Pruimers tot het uitbrengen van voorschreven rapport te gelieven mede te werken.
Aldus gedaan ten dage, jare en plaatse voorschreven.
In fidem A. de Vries Markenrigter.

Vergadering in het Zwarte Paerd te Varsen van woensdag den 16 augustus 1826. De Erfgenamen en Goedsheeren der Markte van Varsen, bij behoorlijk gepubliceerde Kerkenspraak tegen heden geconvoceerd zijnde tot het houden eener vergadering ten einde te deliberen omtrent het nemen van meer afdoende maatregelen, ter bespoediging der voorgenomene verdeeling der voorschreven Markte en voor, zoo mooglijk, rapport te hooren uitbrengen aangaande de wijze waarop de keuter zouden te vrede gesteld kunnen worden alsmede opzigtelijk de schikking met den Heer Pruimers en G.J. Grootens aan te gaan, wegens derzelver pretens regt van Drijfwhaar, zoo waren present: de Markenrigter, de Heer Pruimers; J. Bosscha namens de Maatschappij van Weldadigheid; Harm Brinkhuis; Bolks, Sandink, Hm. Bosch, Kelderman, Ningbers, Jan Asjes, W. Wittenberg, F. Vedder, G.J. Grootens, Jan Wittenberg, OldEgbers, Harm Hendriks; Hendrik Breukert, G.J. Seinen, Harm Boezen en G. Binnenmars.
Na resumtie der notulen van het verhandelde in de laatstvorige vergadering, werd door de in de vergadering van den 1 july 1824, bnoemde commissie het

Fol. 128

het navolgende rapport uitgebragt.
De verdeeling der Varssener Markte zal volgens opname der daartoe benoemde kommissie op de navolgende wijze standgrijpen.
Art 1 De waardelen in de Markte zullen zuid en noortwaarts worden opgemeten.
Art 2 Benoorden de Woeste zal eene weg blijven liggen van tien Roeden, tot schapendrift en doormenning, zoodanig, dat van die kant, een ieder der gewaardeelde op zijn gerechtigheid zal kunnen komen.
3e De dijk in de Woeste zal blijven liggen zoo als dezelve zich tegenswoordig bevindt, doch zonder drift, met uitzondering echter van die geenen welke no. 9, 2, 10 zullen bewet vallen - als welke het recht zullen hebben om na de Hooijing, den Dijk over te drijven westwaarts het land van Berend Naber zullende Berend Naber of zijne rechtverkrijgenden het recht hebben om na de Hooijing den Woestdijk over te drijven om bij zijn land den Huffenmaat genaamd te kunnen komen.
4e Aan ieder der gewaardeelde zal het mogen vrijstaan om gedurende de Hooijing over de slootkant te mennen welke slootkant de Koehoeken van de woestescheid, om ook hierdoor ten allen tijde op zijn waardeel te kunnen komen.
5e De Gronden in de Markte, welke tot heden voor het Boekweiten zijn verkogt of verpacht zullen niet als verkocht of verpacht worden beschouwd, maar evenals de gehele grond in de deeling worden begrepen.
6e De zoogenaamde Huffenmaat het wetsculiere eigendom van Berend Naber zijnde, wordt niet in die deeling begrepen waardoor de percelen no. 9 en 10 korter zijn als de anderen.
7e Van de ten weste der Markte zich bevindende Turfveenen, zal ter groote van circa achttien Morgens zoo als afgepaald is den boven turfgrond, ten voordeele van alle de tegenwoordige Erfgenamen worden verkocht in zoodanige percelen als best zal geoordeeld worden en daarna den ondergrond (wanneer de Turf zal afgegraven zijn) wederom ten voordeele des Eigenaare de welke zoodanig waardeel ten deel is gevallen.
8e Het thans verslagene veen aan de Stouwe als ook op het Voorveen, zal zoodanig verslagen blijven als zulks op de laatste vergadering der Markte eigenaren is bepaald, met die uitzondering nogtans dat daarop geene plaggen Honden enz. zullen mogen worden gestoken nog ook heide wordt gemaaid.
9e Vanaf De Hessenweg tot twintig roeden benoorden De Zandbergen zal voor de gezamentlijke Eigenaren Eene algemeene drift Menning Heide en weide blijven dat wijders(ten einde de Keuters schadeloos te stellen) voor het regt van heide en weide onverdeeld tot gebruik van gewaarden en ongewaarden zoo wel boeren als keuters zal blijven leggen een hoek gronds, loopende langs de Hessenweg, hebbende aan de oostkant eene breedtevan 287 rijnlandsche roeden en aan den westkant 320 van dezelfde roeden, met die verstande dat het plaggensteken hierop alleen zal mogen geschieden ter breedte van 143 rijnlandche roeden aan de oost en 160 roeden aan de west kant vanaf den Hessenweg gerekend alleen met uitzondering van Het Vlier als waarin geene plaggen gestoken of schapen geweid mogen worden.
10e De waardelen zullen overigens gelijkelijk worden verdeeld onverschillig of de eene soms beter gronden dan de andere mogt hebben en zonder dat na de deling eenige reclames zullen kunnen worden gemaakt. 11e De Kolonie Landmeter zal de markte opmeten en dezelve even groot verdeelen in de percelen voor ieder der eigenaren zullende hij ieder perceel een nummer geven om welke nummers vervolgens zal worden geloot met uitzondering echter der percelen nr. 1 en 2 gelegen aan De Stouwe als welke aan den Heere Pruimers zonder loting zullen toegelegd worden ten einde die eigenaren hierdoor schadeloos te stellen voor de halve drijfwaar welke hij door de onderhoorige verdeeling komt te verliezen. 12e De Landmeter Ketelaar zal voor zijne werkzaamheden in deze genieten acht en veertig guldens welke gelden evenals de andere aangevende kosten per waardeel door gezamentlijke eigenaren zullen

fol. 129

zullen worden gedragen.
Opgemaakt te Varssen ten Huize van den Bouwman Brinkman op den

Dit rapport de vergadering voorgelezen zijnde bleek bij stemming dat voor de aanneming van hetzelve waren:
De Heer Pruimers, J. Bosscha, Hm. Brinkhuis, H. Bolks, G. Sandink en Harm Bosch gezamenlijk eigenaren van 9 3/4 waardeelen terwijl de overige presente eigenaren, die tezamen 4 1/4 waardeel bezitten, verklaarden zich met dat rapport niet te kunnen vereenigen, en zich alzoo tegen eene verdeeling op voorschreven wijze, ten stelligsten te verzetten.
De voor de aanneming van gemeld rapport gestemd hebbende eigenaren, waren echter van gevoelen, dat op het tegenstemmen der overigen geen regard kon worden geslagen uit hoofde zij slechts 4 1/4 waardeel bezaten, terwijl hun eigendom 9 3/4 waardeel uitmaakt en dat dus het rapport met eene genoegzaame meerderheid van stemmen aangenomen was.
Gedaan ten dage jare en plaatse voorschreven.
in fidem A. de Vries Markenrigter.

Buitengewone vergadering op woensdag den 11 october 1826.
Deze vergadering, welke geconvoceerd was om in dezelven tot den loting en definitive verdeeling der Markte over te gaan, geen gevolg hebbende gehad, uit hoofde de notaris Chevallerau niet tegenwoordig was is dezelve gescheiden en de volgende bepaald op zaterdag den 28 dezer.
In fidem A. de Vries Markenrigter.

Buitengewone vergadering, in het Zwarte Paard te Varsen op zaterdag den 28 october 1826.
De Erfgenamen en Goedsheeren der Markte van Varsen, bij behoorlijk gepubliceerde Kerkensprake tegen heden geconvoceerd zijnde tot het houden eener buitengewone vergadering, in het Zwarte Paard te Varsen ten einde over te gaan tot de loting en definitive verdeeling der Marktegronden, volgens het daarvan in de erfgename vergadering zan den 16 augustus bij meerderheid van stemmen goedgekeurde plan, zoo waren tegenwoordig, de Markenrigter, de Heer Mr. B.J. van der Gronden, namens de Heeren J.D. T. van der Wijck, D. Pruimers, zich tevens sterk makende voor zijnen broeder L. Pruimers, Egbert Tedink en van Asje Meulenbeld, voorts Harm Bosch, Hermannes Bolks, Frerik Vedder, G. Sandink, A. OldEgbers, Jan Asjes, Willem Wittenberg, Hk. Nengbers, Hm. Brinkhuis, Gt. Binnenmars, J. Bosscha, namens de Maatschappij van Weldadigheid, G.J. Seinen, Hendrik Breukert, Hm. Schutmaat, G. Geerts, G.J. Grootens, Jan Schutman, Jan Hekman en Harm Hendriks, Alterveer, benevens de Heeren Josephus Petrus Johannes

fol. 130

de Quaij, vrederegter des kantons Ommen, Johannes Heij, deszelfs Commis Griffier en Johannes Amama Chevallerau, openbaar Notaris, residerende te Ommen en eindelijk de voogden en toeziende voogden der in dezen betrokkene minderjarige Eigenaren. De langdurige beraadslagingen over het plan van verdeeling der Markte, welke in deze vergadering hadde moeten plaats hebben, zoodanig gerekt zijnde dat daartoe geenen genoegzamen tijd meer overig bleef, zoo werd eenparig besloten, de tegenwoordige vergadering te sluiten en de volgende te bepalen op zaterdag den 4 der aanstaande maand november. ten einde als dan de voorgenomene verdeling haar volle beslag te doen erlangen. Gedaan ten dage, jare en plaatse voorschreven
In fidem A. de Vries Markenrigter.

Buitengewone vergadering in het Zwarte Paard te Varsen van Zaterdag den 4 november 1826.
Ten gevolge der bepaling bij het sluiten der laatst vorige zitting gemaakt, zouden als nu worden overgegaan tot den definitive verdeeling der Markte gronden, volgens het daarvan in de erfgenamen vergadering van den 16 augustus, goedgekeurd plan, en waren te dien einde present alle de bij de vorige deliberatie genoemde eigenaren en gevolmagtigden, met uitzondering echter, dat de Maatschappij van Weldadigheid thans door den Heer Harloff, Adjunct directeur te Ommerschans, word vertegenwoordigd; terwijl mede present waren de markenrigter, mitsgaders de Heeren vrederegter, dezelfs commis grifier, en den notaris Chevallerau, en eindelijk de voogden en toeziende voogden der minderjarige eigenaren.
En is men tot de onderhavige verdeeling overgegaan, welk is tot stand gebragt, in maniere als is omschreven bij het daarvoor door voorzeide notaris opgemaakte proces verbaal.
Voorts werd met eenparige stemmen bepaald.
Dat elk eigenaar, zich op aanstaande maandag den 6 dezer, s morgens 9 uren, alhier in het Zwarte Paard zal moeten doen vinden en eenige paaltjes mede brengen, ten einde zich van daar met den Kolonie Landmeter, naar het veld te begeven, ter regeling der respective scheidingen der aandelen van elk eigenaar.
Gedaan ten dage, jare en plaatse voorschreven. In fidem
A. de Vries Markenrigter.